pagina 6 winter 1999

ren. De stiefmoeder en grootmoeder waren leden van dat college. Gravin Sophia had de leiding over de zorg, de opvoeding en het onderwijs van Comelie. Cornelie maak- te met haar stiefmoeder verschillende reizen. Die reizen stonden in verband met Comelie’s gezondheid en daarom leidden hun reizen meestal naar kuuroorden. Als kinderen ongeveer vijf jaar oud waren kregen zij onderricht van een gouvemante en huisleraren. Veel kin ­ deren van adel vertoefden in de winter in een stad en de zomertijd werd doorgebracht op het buitenverblijf. In de gezinnen werd Frans gelezen, gesproken en geschreven. Waren de kinderen tien jaar dan kwam er een scheiding in de leefwereld van jongens en meisjes. Die scheiding had te maken met hun toekomst. Jongens kregen vervolgonder- wijs, voor meisjes was er vorming in hun eigen omgeving. Voor meisjes was het van belang dat zij een goede echtge- note en moeder werden, zoals dat paste bij hun stand. Comelie was enigst kind en zij kreeg onderwij s en vorming zoals haar tijdgenootjes dat ook ontvingen. De jeugd- periode van Cornelie was kort, want op zestienjarige leef- tijd werd zij meerderjarig verklaard. Hofdame De wereld van een jonge vrouw was in haar tijd en haar milieu een beperkte wereld. De grenzen lagen bij de fami- lie en kennissen van haar familie. Elk individu vormde een schakel in de keten van familieleden. De maatschappelijke positie van de familie was zeer belangrijk. Ook de dochters van adellijke families droegen hun steentje bij aan het behoud van het sociale netwerk. Met de wereld daarbuiten. met andere lagen van de bevolking waren de contacten in de meeste gevallen summier. Onder de hoede van hun ouders wachtten de meeste meisjes af tot zich een geschik- te huwelijkspartner aandiende. Als erfdochter en wees ver- keerde Cornelie in een bijzondere positie. Hierdoor kwam ze wat meer in contact met de buitenwereld dan haar leef- tijdgenootjes. De familie Van Heeckeren van Kell was van oudsher oranjegezind. Stiefmoeder Sophia was voor haar huwelijk met Jacob Unico Van Wassenaer Obdam, hofdame van de uitgeweken stadhouderlijke familie. Na het herstel van de onafhankelijkheid in 1813 kwam zij weer geregeld aan het Hof. Sophia introduceerde Cornelie bij de koninklijke familie en in hofkringen. Door haar opvoeding wist een meisje van adel heel goed, dat zij niet alleen voor een levenspartner mocht kie- zen. In adellijke kringen werd het huwelijk niet op de eer- ste plaats beschouwd als een gevoelszaak. Dikwijls ver- zette men zich er tegen op zakelijke gronden. Er werd veel gespeculeerd over eventuele huwelijkskandidaten voor Comelie. Na het overlijden van haar vader in 1812, waren die speculaties al onderwerp van gesprek. Enkele huwe ­ lijkskandidaten passeerden de revue, maar alle kandidaten ten spijt, een huwelijk liet op zich wachten. Hoogstwaar- schijnlijk kunnen wij aannemen dat stiefmoeder Sophia en oom Van Heeckeren haar neef en zijn oudste zoon Charles een zeer geschikte huwelijkspartner vonden voor Marie Comelie. Gelukkig kunnen wij uit brieven en aantekenin- gen achterhalen hoe Comelie zelf over een huwelijkspart ­ ner dacht. Roddelpraat rond Comelie maakte haar slacht- offer van mannen, die het alleen op haar rijkdom hadden voorzien. Comelie haatte dit geklets en negeerde het con ­ sequent. Zij was ervan overtuigd dat ze ongehuwd zou blij- : Pagina uit een agenda van Marie Cornelie van Wassenaer Obdam, maart 1837. HuisarchiefTwickel, inv.nr. 1385. Foto: F.E. Davids. ven, omdat zij een zwakke gezondheid had en een lichte bochel. Het was in de negentiende eeuw voor jeugdige vrouwen vanzelfsprekend dat zij hun ware bestemming zouden vin- den in trouwen, en kinderen krijgen. De sociale en culture- le activiteiten waren dikwijls gericht op die bestemming. Comelie was als jonge vrouw weinig op Twickel. Zij reis- de veel en daamaast bracht zij haar tijd wisselend door in Dieren, Den Haag, Ruurlo en op Twickel. Vooral in Den Haag was haar sociale leven gevarieerd. Diners en soupers werden gegeven en visites werden afgelegd. Schouwburgbezoek was eveneens een belangrijke bezigheid voor de aristocratie. Comelie ging ook naar voorstellingen, maar steeds onder begeleiding. Het aanbod in de schouwburg bestond uit opera, ballet en toneel. De voorstellingen en het publiek vormden tevens een belang ­ rijk gespreksonderwerp. De schouwburg was tegelijkertijd