pagina 6 winter 1996

van groot belang. Deze nauwkeurig ingemeten kaart geeft de situatie na aanleg weer. Hierop staan de vijvers, van oeverlijn tot oeverlijn, de paden en het weiland met boom- groepen. Herstel Het uitbaggeren tot op de minerale bodem levert de oor- spronkelijke vijverpartijen op. Hiervoor is weinig vooraf- gaand onderzoek noodzakelijk. De verwachte vormen komen overeen met de bekende kaarten. De vrijkomende specie is zo schoon dat deze ter plaatse verwerkt kan wor- den. Zocher ontwierp een flinke hoeveelheid paden door het park. Deze zijn deels overgroeid en verdwenen en deels onbegaanbaar geworden door de steeds natter wordende terreinomstandigheden. Ook zijn een aantal dammen in de vijvers verdwenen. Twickel wil alle paden weer begaan- baar maken. Een centraal pad dat van noord naar zuid loopt en het grote eiland ontsluit, moet geschikt gemaakt worden voor zwaar werkverkeer. Voor het terugbrengen van de beplanting is de bomen- kaart uit 1872 van groot belang. Bitter tekende nauwkeurig aan welke soorten waar geplant werden. Met name de groepjes bijzondere bomen langs de paden. Bitter heeft de kaart zelf gemaakt. Dit blijkt uit de vol- gende aantekeningen van het kadaster op het veldwerk uit 1888. “De stippellijnen op de hulpkaart voorkomende zijn overgenomen van eene nauwkeurige kaart op schaal 1 a 1000 van den rentmeester van Twickel”. Hierdoor wordt het eenvoudig de lokaties van deze groepen terug te vinden en de juiste bomen aan te planten. Het herleiden van het sortiment en het doen van enkele aan- passingen is nog een lastige maar ook leuke puzzel. Het is al wel duidelijk dat de Virginische vogelkers, ofwel Amerikaanse vogelkers, niet terug zal komen. Hiervoor zullen we waarschijnlijk terug vallen op de Inlandse vogel ­ kers. In de eerste jaren na de hersteloperatie is enige nazorg noodzakelijk. Daarna zal het beheer voomamelijk uit maaiwerk bestaan. Hierbij moeten we denken aan de vij ­ vers en oevers, het gras op het grote eiland en de paden. Bronnen: Michel, H.W.. Herinneringen aan Twente, Lochem 1967. Gierveld, H., Rododendrons en jacht op Twickel’, Twickelblad 1996, no. 3, p. 11. Jansen, M.E.G.B., Twickel le Ambt Delden. Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Zeist 1988. Huisarchief Twickel, kaartencollectie en inv. nrs. 2507, 2509 en 2988a. ummarnm Foto: J. Mulder. Deze “lepeltjes” hebben verschillende afmetingen. De uiteinden zijn van koper. In het kasteel veronderstelt men, dat ze gebruikt werden voor het keuren of proeven van boter. Is dit ook zo? of kent U ze uit een andere context? In de vorige aflevering van het Twickelblad is per abuis opnieuw de tekst afgedrukt behorende bij het voorwerpje van vemikkeld metaal. Dit object werd herkent als een birdkiller. De twee foto’s in nummer drie zijn gemaakt van een soort lepel met een bronzen uiteinde in de vorm van een zeemeermin, bevestigd aan een houten steel. Met de fraai afgewerkte buitenkant heeft men een patroon kunnen drukken. Mevrouw van de Wal-Gerrits attendeerde ons op het boek Keukengerei rond 1900. Antiek en curiositeiten uit grootmoeders tijd van Brigitte ten Kate-von Eicken, Palladium Publishers B.V., Helmond ISBN 9052340099. Hierin komt een tang voor, waarmee men suikerbrood en kandij fijn kon maken. Dit apparaat vertoont grote over- eenkomst met het object dat we hebben afgebeeld in het Twickelblad 1996, no. 1. De suggestie dat het een stan- daard betreft voor het poetsen van schoenen wordt hier ­ door minder plausibel. Aafke Brunt