pagina 6 winter 1991 tijdschrift

De Sunbeam Alpine MK III van de barones van Twickel. Volgens kenners een unieke auto. zijn bovendien maar 4 a 5 stuks van dit type in Ne ­ derland terecht gekomen. De Sunbeam in Delden lijkt, voor zover de heer Schultze weet de enige in Ne ­ derland te zijn. De auto is dus met recht uniek te noemen. ,,Chauffeur, hoe hard rijden we nu eigenlijk ?” De heer C.P. de Jager uit Delden is de laatste chauffeur op Twickel geweest. Van januari 1965 tot September 1978 heeft hij op Twickel gewerkt. Hij volgde daarmee de heer P. van den Berg op. De nu gepensioneerde de Jager kan zich nog enkele verha- len over auto’s uit het verleden herinneren. Zo sprak men in de garage nog over een gele open Spijker; met De Amstrong-Siddeley met de barones en achter het stuur de chauffeur. De foto is gemaakt bij de opening van de Raesfelt-Mavo in Delden. een laag E nummer (7 meent hij). Dit zou er op wij- zen dat het een van de eerste wagens van Overijssel was. Ook weet hij uit overlevering van een giganti- sche 12-cylinder Lincoln. Helaas is van die Spijker in het archief niets te vinden, de Lincoln is wel gedocu- menteerd. Toen de Jager in 1965 in de garage kwam werken (chauffeur zijn hield ook onderhoud in) stonden daar naar zijn zeggen een Volvo, een Armstrong Sid- deley en Sunbeam. Eind zestiger jaren zou de Armstrong Siddeley aan een garagehouder Willem- sen uit Nijverdal verkocht zijn en de Sunbeam aan de heer Schultze uit Delden. De Volvo werd later door Weldam geerfd. De laatste jaren was er ook nog een Mercedes 200SE met injectiemotor op Twickel. Vooral aan deze auto bewaart de Jager goede herin- neringen. Bijna lyrisch beschrijft hij het goede rijge- drag, de bekleding van het fijnste leder en het prachtig verlichte dashbord van de Mercedes. Tot begin jaren zeventig maakte hij er nog ritten met de barones in. Elij herinnert zich dat de barones nogal van ’opschieten’ hield. Van het hordes van het kasteel tot aan Veenendaal (waar de barones vrien- den bezocht) duurde niet longer dan een uur. En dat terwijl men in die tijd nog vaak dwars door vele plaatsjes onderweg moest. Vlak voor Veenendaal vroeg ze dan aan De Jager: ,, Chauffeur, hoe hard rijden we nu eigenlijk”? ,, Vaak reden we dan zo’n 140 tot 175 km per uur”, herinnert De Jager zich. De Mercedes is later aan iemand uit Hengelo verkocht. De Jager herinnert zich nog de volgende anekdote: Op een bijzonder hete dag maakte hij een rit met de barones en vroeg hij haar beleefd of hij zijn chauf- feurspet mocht afzetten vanwege de hitte. Ze zei dan niet ronduit ja of nee, maar sprak alleen de volgende gedenkwaardige woorden: ”Dat is geen traditie, chauffeur”. Je wist dan genoeg en je hield braaf je pet op.