een oase in het haastige bestaan

In Florence ontdekte directeur Gemma Boon van het nieuwe kunstmuseum No Hero een 16e eeuwse landkaart. Het huidige Nederland telde slechts een paar plaatsen. Enige stad in het oosten: Delden. Gelegen aan de belangrijkste handelsroute was er veel internationaal contact. No Hero, dat op 15 april opent in de oude rentmeesterij van Twickel, wil precies hetzelfde zijn: de blik richten op de wereld maar tegelijk als een thuis voelen voor Twentenaren.

Een houten hangtelefoon in het restaurant. Antieke deurbellen in het trappenhuis. De tegeltjes in een toilet. Als je goed oplet, zijn er in No Hero details die herinneren aan de voormalige rentmeesterij van Twickel. Het gebouw zèlf heeft een metamorfose ondergaan: het oogt modern en licht. Kunst uit allerlei landen en eeuwen hangt of staat in de negen ruimtes. Het restaurant, vormgegeven door Jan des Bouvrie, kijkt uit op een heringerichte tuin met een paar markante beelden.
Kunst als verbinding
De bezuinigingen op kunst en cultuur hebben veel musea in zwaar weer gebracht. Iedereen herinnert zich nog de dreigende sluiting van het Rijksmuseum Twenthe. Tegelijkertijd openden

nieuwe private kunstinstellingen. Rijke verzamelaars tonen in nieuwe gebouwen, zoals museum Voorlinden bij Wassenaar, hun collectie. Of oud erfgoed werd verbouwd: kasteel Ruurlo is een voorbeeld. Geert Steinmeijer past in die trend.
Een vermogend man – hij verdiende miljoenen met het reorganiseren van bedrijven en is onder andere directeur van Hartman Tuinmeubelen- die ook graag zijn collectie wil tonen aan het grotere publiek. Maar hij is ook atypisch. Zo wil hij zelf absoluut niet op de voorgrond treden. Oké, het moet in de aanloop naar de opening, maar hij wil geen held zijn. Vandaar de naam No Hero waarmee hij in 2007 al zijn kunststichting doopte. Is de kunst dan het belangrijkste? Oók dat behoeft nuancering. “Ik wil geen plaatjesverhaal tonen. Ik wil mijn kunst graag delen met anderen. Mijn grootste doel is dat mensen hier komen en gelukkiger weggaan. Omdat ze iets moois hebben ervaren”, aldus Geert Steinmeijer. Ook Gemma Boon benadrukt dat No Hero méér is dan een museum voor kunstwerken. “In onze wereld regeert angst. Kunst kan volgens ons mensen weer tot elkaar brengen. Doordat ze met elkaar gaan praten over wat ze ervaren. Doordat ze hun blik verruimen. Doordat ze horen over het verhaal achter de kunst: wie heeft het gemaakt en waarom? Eigenlijk staat de kunst hier niet centraal, maar is de rode draad het gesprek over de kunst.” Nu ben ik zelf iemand die het juist heerlijk vindt om in mijn eentje naar kunst te kijken. Maar ik snap het onderliggende idee: ik doe dat weliswaar alleen, maar toch samen met andere bezoekers die plezier beleven aan de kunst. In die zin verbindt kunst inderdaad.
Concerten in de tuin
Die verbinding met anderen wordt ook op heel andere wijze zichtbaar. No Hero drijft op vrijwilligers, mensen uit Delden en omgeving. Zij ontvangen de bezoekers, beheren de museumwinkel, houden een oogje in het zeil. Oftewel, streekgenoten zijn het gezicht van het museum.