pagina 6 voorjaar 2011

Een schilderij met een bijzondere geschie Op de onlangs gehouden tentoonstelling ‘Een Haagse baron en zijn schatten’ met schilderijen van TwickeI in het Haags Historisch Museum was het bijna het kleinste schilderij: een door Johannes Bosboom geschilderd kerkinterieur met een grafmonument. Klein, maar we! een schilderij dat voor de opdracht- gever, Care! baron van Heeckeren van Wassenaer, dierbaar moet zijn geweest. Datzelfde gold voor zijn echtgenote Marie Cornelie van Wassenaer Obdam. Het afgebeelde monument was namelijk opgericht voor haar illustere voor- vader Jacob van Wassenaer Obdam, een onfortuinlijke vlootvoogd die met zijn schip ten onder was gegaan. De ontstaansgeschiedenis van het schilde- rijtje mag origineel genoemd worden. Baron Van Heeckeren van Wassenaer (1809-1875) die aan het Lange Voorhout in Den Haag woonde, gaf de Haagse kunst- schilder Johannes Bosboom een vergulde Het monument in de Crote of Sint Jacobskerk in Den Haag. schilderijlijst met het verzoek om er een schilderijtje voor te maken. Bosboom, vooral bekend om zijn kerkinterieurs, mocht zelf een geschikt onderwerp bepa- len. Hij koos voor het monument voor Jacob van Wassenaer Obdam in de Crote of Sint Jacobskerk te Den Haag. In de begeleidende brief schreef Bosboom in december 1849 over het schilderij: ‘De Tombe van den Adm[iraal] Wassenaer, die er het onderwerp van is, moge als keuze niet ongevallig zijn aan UWHWC (Uw Hoog Wei Ceborene), als de uitvoering en de prijs van f 75.- dat 00k mogte wezen zal het mij hoogst aangenaam zijn. ’ Terloops De baron had ruim zeven maanden op zijn schilderijtje moeten wachten. Dat lijkt lang, maar Bosboom stond bekend om zijn grote nauwkeurigheid. Hij had er altijd grote moeite mee om een werk als vol- tooid te beschouwen en had de neiging om steeds te blijven corrigeren. Het schil ­ derijtje is 00k bijzonder in de zin dat het een ongebruikelijke kijk geeft op het monument. Vrijwel alle kunstenaars (en later fotografen) beeldden de voorkant van het monument af, waarbij men vloot ­ voogd Van Wassenaer recht in het gezicht kijkt. Bij Bosboom kijkt men echter van opzij en enigszins vanuit de verte naar het monument, waardoor de uitsnede bijna iets terloops krijgt. Verder valt op dat Bosboom de figuren die het tafereel bevol- ken, heeft afgebeeld in i7 de -eeuwse kleding waardoor hij ons terugvoert naar de Gouden Eeuw. Als reconstructie van een i7 de -eeuwse situatie voldoet het schilderij echter niet helemaal; de wapenborden waarmee de kerk in die tijd vol hing ontbreken namelijk grotendeels op het schilderij. De onderwerpkeuze van Bosboom was inderdaad treffend als men bedenkt dat baron Van Heeckeren en zijn echtgenote enkele jaren tevoren grote bedragen had- den gespendeerd aan de restauratie van het monument. In het Huisarchief Twickel wordt een stapel rekeningen bewaard waaruit blijkt dat een groepje ambachts- lieden van 1842 tot 1846 bezig is geweest om de tombe en directe omgeving weer in goede staat te brengen. Blijkbaar had het