pagina 6 lente 2003

benoemd door de Nederlandse Kastelenstichting en Dr. J. van Soest, benoemd door de Vereniging Natuurmonumenten. Samen vormen de beide colleges het College van Regenten. 1976 Bestuursvoorzitter Van Schelven overlijdt. Jhr. Van Tets volgt hem op. Begin van uitgebreide restaura- tiewerkzaamheden aan het kasteel en de bijgebouwen. Eerste kasteeldag voor de leden van de Vereniging Vrienden van Twickel. 1978 Overdracht van de patronaats- rechten te Lage aan de kerkelijke gemeente. Opgraving waarbij de fundamen- ten van het middeleeuwse huis Twickel worden biootgelegd. 1 980 Het nieuwe beheersplan voor de bossen wordt gepresenteerd. De sterke houtproductie doelstelling leidt tot veel kritiek. Naar aanleding hiervan geeft het stichtingsbestuur opdracht tot een uitgebreide inventarisatie van de natuurwaarden van het landgoed. Het Nutsdepartement Delden organiseert de expositie ‘De Twickeler Schipvaart; Reilen en zeilen van 1772 tot 1862’. Hiema volgen verschil- lende exposities in samenwer- king met de Stichting Twickel. Ontdekking van Unico Wilhelm van Wassenaer Obdam als componist. 1982 De familie Zu Castell Riiden- hausen vestigt zich in de gerenoveerde Zuidvleugel van het kasteel. Naar aanleiding van de invoering van nieuwe pachtvoorwaarden wordt de pachterscommissie opgericht. De vijf leden vertegenwoordigen de pachters van de stichting. ‘Stichting tot Instandhouding van het huis Bergh’. Deze drie stichtingen werden in het leven geroepen na een langdurige voorbereiding. Er was voorafgaand uitgebreid overleg ge- pleegd met de regering die vrijstelling verleende van schenkingsrechten. De betrokkenheid van de overheid bleek uit de aanwezigheid van de Minister van Onderwijs Kunsten en Wetenschappen bij het passeren van de stichtingsakte van de Stichting tot Instandhouding van het huis Bergh op 5 april 1946. Van Heek probeerde zijn goede banden met de ministeries 00k aan te wenden om te komen tot een goede oplossing voor de toekomst van het landgoed Twickel. Tegelijkertijd drong hij er bij rent- meester Bitter op aan om tegemoet te komen aan de eisen van de ministers. Dezen stelden voor om vertegenwoor- digers van het provinciaal bestuur en de ministeries in het bestuur van de nieuwe stichting op te nemen. Maar Bitter reageerde met de opmerking dat ‘Baronesse van Heeckeren voor een gaan in die richting niets gevoelde’. Uiteindelijk kwam mevrouw Van Heeckeren toch enigszins aan de wen- sen van de ministeries tegemoet door in de concept-akte van de statuten van de stichting de bepaling op te nemen dat er na haar overlijden een College van Toezicht gevormd zou worden. Dit College zou bestaan uit een lid aan te wijzen door de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland en een lid aan te wijzen door de Oudheidkundige Bond. In de versie van 1953 werd deze laatste vervangen door een lid aange- wezen door de Raad van Beheer van de Nederlandse Kastelenstichting. De concept-akte voor de Stichting Twickel werd in november 1947 naar het Ministerie van Financien gezon- den. Naast de schenking van het land ­ goed Twickel was hierin 00k sprake van onderbrenging van de voormalige heerlijkheid Lage en de onroerende goederen in Brecklenkamp. Om de kwestie niet nog ingewikkelder te maken werd hier later van afgezien. In de statuten werd veel aandacht besteed aan de bestendiging van het sobere karakter van zowel het kasteel als zijn beheerders. Zo werden clausules opgenomen dat het kasteel ‘niet verhuurd mocht worden of gebruikt voor mondaine doeleinden en dat ‘slechts personen van hoog- staand karakter’ in aanmerking kon- den komen voor de functie van bestuurslid. Oponthoud De concept-statuten zouden ge- ruime tijd op het Ministerie blijven liggen. De heer Van Heek bleef onder- wijl met beide partijen voeling hou- den. Op 6 februari 1948 informeerde hij rentmeester Bitter over ‘het bestaan van het voorontwerp van een wet, waarbij gedurende een tijds- verloop van een jaar alsnog de mogelijkheid zou openstaan om vrij ­ stelling te verkrijgen van de meest drukkende belastingen.’ De inmiddels bejaarde mevrouw Van Heeckeren kreeg de aanbeveling de beleidsmakers onder druk te zetten: ‘Wanneer Ued. niet tijdens haar leven dit bezit heeft overgedragen aan een Stichting valt het onherroepelijk onder de successierechten, wat bete- kent dat 50% daarvan aan successie betaald moet worden met alle fatale gevolgen van dien.’ Inmiddels overwogen 00k eige- naren van andere landgoederen om hun bezittingen over te dragen aan een stichting tot instandhouding. In 1952 besloot de familie Van Tuyll van Serooskerken om kasteel Oud- Zuylen bij Utrecht in een stichting onder te brengen. Ook bij hen bestond er grote onzekerheid over de verlening van vrijstelling van schenkings ­ rechten. De familie waagde het er toch op en bleek succesvol. Dankzij de bemiddeling van de secretaresse van de Koningin, mejuffrouw mr. Tellegen, werd de toen pas aangestel- de minister J.C. van der Kieft over de streep getrokken. De wet tot ont- heffing van belastingen kwam uitein ­ delijk toch tot stand. De opriehting Dit verheugende bericht arriveerde op 23 januari 1953 in het rentmees- terskantoor van Twickel. Helaas te laat voor rentmeester W.H. Bitter die de nacht daarvoor plotseling was overleden. Heel triest was het dat hij na de vele jaren van voorbereiding de oplossing niet meer had kunnen meemaken. In de maanden februari en maart werd door Twickels administrateur de heer H. Hoorn onder leiding van ir. B.D. van Schelven van het rent- meesterskantoor ‘t Schoutenhuis de administratieve afwerking geregeld. Na de opriehting van de stichting werd Van Schelven gevraagd om in het bestuur plaats te nemen. En zo zat hij op 17 juni 1953 bij de eerste