pagina 6 lente 2002

Een kas uit de catalogus van Messenger & Co. uit 1912. Mogelijk een prototype van de anjerkas op Twickel. pond is dat 1291,59 Euro. Dit is inclusief ijzeren stellages, schermlatten, een verwarmings- apparaat, verf voor de afwerk- laag, het transport naar Twickel en tevens het arbeidsloon van een ‘foreman’ die de bouw van de anjerkas heeft begeleid. Er wordt vlot betaald want een kwitantie is gedateerd op 4 Sep ­ tember 1912 en is ondertekend door zowel W.S. Weatherley als Messenger. Mrs. Evans, een van onze Engelse bezoekers aan de moestuin, bleek te beschikken over een catalogus van Messenger uit 1912, een ‘collec ­ ted item’ zoals ze zei. Hierin is ze op zoek gegaan naar een afbeelding van een anjerkas. Die vond ze niet, wel een prototype van de anjerkas met uitklapbare zijramen. Ze vermoedt dat een dergelijke kas kon worden aan- gepast aan de wensen van de afnemer. Zo kreeg de baron dus een juweel van een anjerkas in zijn moestuin, geheel naar zijn wensen gebouwd. Het kweken van anjers werd een van zijn hoby’s. Hij hield vooral van de witte en roze groot- bloemige soorten. Dat er ook imposante en anders gekleurde anjers in de kas werden gekweekt, blijkt uit de ‘carnation list’ uit 1916 – 1918 van de hand van tuinbaas Rabjohn. Het uitgekiende verwarmings- en beluchtingssysteem maakte het mogelijk om de bloei tot op de dag nauwkeurig te plannen. Zo zat de baron nooit zonder anjers en heeft hij nog vele jaren van deze paradijselijke bloem kunnen genieten. Verval en restauratie De moestuin verloor na de Tweede Wereldoorlog steeds meer haar functie. In het voorjaar van 1977 brandde de oude kolenkachel hier voor het laatst, de tuin in zijn geheel De anjercultuur kent een Icing H et grote plantengeslacht Dianthus bevat ongeveer driehonderd soorten. Oorspronkelijk komen ze vooral voor in Zuid-Europa en Klein-Azie, enkele soorten in China en Zuid- Afrika. Ook in ons land zijn enkele soorten inheems. maar uiterst zeld- zaam. De Ruige Anjer groeit op enkele plekjes langs de Zeeuwse dij- ken. De Steenanjer of Zwolse Anjer is te vinden in het stroomgebied van de Overijsselse Vecht en de Dinkel. De oudste nog bewaard gebleven catalogus van een plantenkweker in de Nederlanden is het Florilegium’. het bloemenboek van Emanuel Sweertsuit 1612. Hierin komtdeze gravure van de snijanjer voor. Collectie Biblintheek Landbouwuniversiteit Wageningen. In de loop der eeuwen is eindeloos gekruist en geslecteerd, waardoor een zo groot aantal cultivars en varieteiten is ontstaan, dat alleen een specialist er wegwijs uit wordt. Er zijn eenjarigen en vaste planten. Voor de snij, zowel als voor vaas en het knoopsgat, worden vooral de grootbloemige soorten gebruikt. Daar binnen worden weer verschil- lende groepen onderscheiden zoals de Malmaison- de Chabaud- en de Amerikaanse anjers. Vooral de laat- ste worden gebruikt voor boeketten en corsages. Ze worden geplozen: zijknoppen worden verwijderd om grote bloemen te krijgen aan lange stelen. Trosanjers worden niet