pagina 6 lente 1999

Buste in gips van Marie Comelie van Wassenaer Obdam, 1838. Foto: Iconografisch Bureau, Schriftelijke getuigenissen aangaande de lessen in Den Haag zijn nauwelijks voorhanden, behoudens een enkele aantekening die Van den Bergh maakte in muziekboeken. Naast muzieklessen betrok Comelie tevens instrumenten en bladmuziek van Van den Bergh. Na de dood van Van den Bergh in 1840 vond Comelie in Parijs, waar zij met grote regelmaat voor langere tijd ver- bleef, een nieuwe muziekdocent in de persoon van Henri Herz. Zijn etudes en Methode complete de piano dienden als uitgangspunt van de lessen die Comelie volgde in de periode 1840 – 1844. Deze didactische werken werden door haar gekocht van de componist zelf, tezamen met zijn verzamelde werken en later in groen leer ingebonden. De banden zijn intensief gebruikt en bevatten met grote regelmaat aantekeningen van de hand van Herz met betrekking tot frasering en vingerzetting. Naast lessen en bladmuziek huurde Comelie voor de duur van haar verblijf een piano van Herz. Over de aard van de lessen is verder niets bekend, behalve dat deze ongeveer eens per week plaatsvonden en vijftien francs per stuk kostten. Aanwijzingen voor het volgen van lessen na 1844 zijn er niet, zodat het er alle schijn van heeft dat Comelie tot aan haar dood in 1850 in huiselijke kring piano speelde zonder verder muziekonderricht te volgen. Gedrukte muziek Naast de muziek die Comelie bij Van den Bergh en Herz aanschafte, betrok zij bladmuziek van muziekuitgeverijen in Den Haag, Amsterdam en Parijs. Zij deed deze aanko- pen persoonlijk en betaalde meestal contant. De collectie bladmuziek die Comelie heeft nagelaten bestaat uit typische salonmuziek voor fortepiano; etudes, sonates, fantasieen over bekende thema’s en muziek voor piano vierhandig. Muziek voor zang met pianobegeleiding is in veel mindere mate voorhanden. Naast bekendere com- ponistennamen als Haydn, Mozart, Beethoven, Czerny en Schubert treffen we in de verzameling van Cornelie ook vele componisten aan die heden ten dage in de vergetelheid zijn geraakt, hoewel ze in de 19de eeuw vaak grote bekend- heid genoten. Instrumenten Gedurende haar leven heeft Comelie zeker drie forte- piano’s aangeschaft. In alle gevallen waren deze bestemd voor haar woning in Den Haag. Twee instrumenten kocht ze van Gertrude van den Bergh, in 1822 een piano van een onbekend merk en in 1830 een Broadwood. Het eerste instrument deed dienst tot 1826, waarna ze enkele jaren een piano huurde bij Schrimpf in Den Haag, die het instru ­ ment tevens stemde en reparaties verrichtte. In 1830 kwam daaraan een eind door de aanschaf van de Broadwood. Het heeft er alle schijn van dat Comelie dit instrument heeft gebruikt tot 1839. Daama maakt haar uit- gavenboekje weer korte tijd melding van een gehuurde piano. Tenslotte kocht Comelie in 1840, tijdens een verblijf in Parijs, een fortepiano bij de Franse firma Pleyel & Cie. Dit instrument bevindt zich heden ten dage in goede staat op Twickel. Een directe aanwijzing voor de aanwezigheid van een piano op Twickel in die tijd, kan alleen hierin wor- den gevonden dat jaarlijks achttien gulden werd betaald aan een pianostemmer. ‘Album Amicorum’ Temidden van de muziekmanuscripten (handgeschre- ven partituren) die Comelie heeft nagelaten neemt het zogenaamde ‘Album Amicorum’ een bijzondere plaats in. Dit album, dat het best omschreven kan worden als een muzikaal poezie-album, heeft een roodleren kaft met de naam ‘Cornelie’ in goudopdruk en bevat door kennissen of Comelie zelf gekopieerde, meest korte composities van verschillende aard, waaronder walzen, airs, allemandes, romances en mazurka’s, voor zowel piano-solo als zang met pianobegeleiding. Comelie was erg gehecht aan dit album en nam het dan ook veelvuldig mee op haar reizen. Zo zijn er naast aan ­ wijzingen voor het overschrijven in meer huiselijke kring (Het Loo, Twickel, Ruurlo) aantekeningen die duiden op het bijschrijven van composities gedurende verblijven in Parijs, Sint Petersburg en Brussel. Tot slot Naast het zich inzetten voor de naasten en het zijn van een goede echtgenote, schiep Cornelie er groot genoegen in huiselijkheid te creeren. Naast tekenen, schilderen en handwerken nam het musiceren een belangrijke plaats in. Hiervan getuigen met name de grote hoeveelheid bladmu ­ ziek – ongeveer honderdvijftig uitgaven – en de pianoles- sen die Comelie gedurende lange tijd is blijven volgen. Bron: Thije, E.M. ten, Private muziekbeoefening in een 19de eeuws adellijk milieu. Comelie van Wassenaer (1799 -1850) en Isabelle Sloet(1823 – 1872). Doctoraalscriptie Rijksuniversiteit Utrecht, afdeling muziekwe- tenschappen, 1997.