pagina 6 herfst 1996

Vrijwilliger Douwe Kooistra werkte mee aan de inventarisatie. Foto: J.P. Has sink. Zou er toen al met longfiller gewerkt zijn? Wij dachten dat het dekblad uit Brazilie kwam, tenminste, daar leek het op. De attributen van de verfijnde roker: een zilveren sigarenhouder, eeti brander, een mes om sigarenkistjes open te breken en vervolgens weer dicht te timmeren en een sigarenknipper. De beide laatste zijn gemerkt H.W.f van Heeckeren van Wassenaer). Foto: J. Mulder. Dat zou ook al weer getuigen van een uitgelezen smaak- en tabakskeuze. Deze combinatie kennen wij nu niet meer. Weer het ritueel van aansteken en hele kleine trekjes. Proeven, en nog eens proeven, geur beoordelen, de smaak en de nasmaak beleven. En weer mochten wij ons verbazen over het specifieke genot van een sigaar, die, bewezen door het Hajenius-etiket, gegarandeerd ouder was dan 110 jaar. Zuiver in balans, geurig, een prima combinatie van Braziel dekblad en geurige Havana van veel plantages. Over de helft lieten wij hem uitgaan. Want wij wilden weten hoe het er van binnen uitzag. En hoe dat was vertel- len wij u op een ander tijdstip. Vereniging Vrienden van Twickel Overwegingen bij de natuurschoondagen Na enige aarzeling heeft het bestuur van de VVT in het Twickelblad van december 1995 haar medewerking gege- ven aan de natuurschoningsdag op 16 maart van dit jaar. De aarzeling werd ingegeven door het feit dat deze actie wordt geinitieerd door de Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging. En binnen onze vereniging wordt zeer ver- schillend en vaak geemotioneerd gereageerd op “jacht”. Het is dan ook mijn bedoeling hierop eens wat nader in te gaan. Twee van onze (bestuurs)leden hebben aan deze dag actief meegewerkt. In groepjes van 4 tot 6 man trokken we met aanhangwagens het gebied in tussen de Al en Beckum. Zoals op vele plaatsen pleegt hier, al dan niet in het gebied van Twickel, een aantal recreanten en dumpers zijn of haar sporen in de natuur achter te laten, na “aange- naam verpozen” zoals dit vroeger heette. We hadden er prachtig droog en koel weer bij en er was een “vette oogst”. De Wild Beheers Eenheid onder leiding van de heer Gierveld had een en ander perfect geregeld, zodat de actie glad verliep. Rond 20 kubieke meter rommel werd verza- meld en tegen de middag symbolisch aan burgemeester Drost aangeboden. Er heerste een gemengde stemming van tevredenheid over het bereikte resultaat en onvrede over de blijkbaar niet aflatende onverschilligheid van sommige lieden die hun gemak laten prevaleren boven het natuurgenot van velen. De vondsten weerspiegelden dit gemakzuchtige en asociale cultuurpatroon. Tijdens de gezellige en ongedwongen borrel na afloop in de jachthut, was er onder het genot van een voortreffelij- ke kop snert alle gelegenheid voor een open discussie. De gezamenlijke basis bleek hierbij een goed uitgangspunt. Want vrijwel iedereen is het er over eens dat de levensge- meenschappen in onze natuurgebieden onvoldoende com- pleet zijn en ook kunnen zijn, om van een volledig natuur- lijk regulatiepatroon te kunnen uitgaan. Dat er door de mens tot op zekere hoogte moet worden ingegrepen om uit- wassen te voorkomen, is maatschappelijk breed aanvaard. Tenslotte hebben wij mensen met onze aantallen zoveel beslag gelegd op de oorspronkelijke natuur, dat we daar- door ook verantwoording moeten nemen voor natuurbe- houd binnen de gegeven mogelijkheden. We noemen dat beheersjacht. Tot zover zijn er weinig problemen. Maar de jacht is historisch anders gegroeid. Onze verre