pagina 6 herfst 1994

‘Levende’ museumboerderij werd dit voorjaar voor publiek opengesteld De Wendezoele toont Twents boerenleven van voor de grote revolutie in landbouw Gesteund door de landbouworganisaties, veel boeren uit de omgeving, een grote groep vrijwil- ligers en natuurlijk sponsoren is op landgoed Twickel bij Delden de prachtige museumboerde ­ rij De Wendezoele tot stand gekomen. Dit voor ­ jaar werd het museum geopend dat is gelegen aan de Twickelerlaan in de buurt van kasteel Twickel. Dank zij de steun van de huidige bewo- ner, Ab Hofste en de stichting Twickel als eige- naar, werd het Erve Brinkate ingericht als levend landbouwmuseum dat wil laten zien hoe het Twentse boerenleven er uitzag voor de grote landbouwrevolutie in de jaren ’50 Jan Bengevoord Behalve handkracht kwamen er ook stevige werkpaarden aan te pas bij het maaien van de rogge in augustus van dit jaar. Foto: J. Mulder De landbouw in Nederland heeft een aantal periodes van grote veranderingen gekend. Bijvoorbeeld door de komst van de aardappel en het gebruik van kunstmest. Toch zijn de veranderingen in het Twentse boerenleven tot 1950 niet echt ingrijpend geweest. Tijden van voor- en tegenspoed wisselden elkaar af, maar de landbouw bleef zoals zij al eeuwenlang functioneerde: kleinschalig met grote inzet van mensen. Veel handen waren nodig op het kenmerken- de Twentse gemengde bedrijf met koeien, kippen en var- kens, graanteelt en de verbouw van aardappelen, bieten en knollen. En natuurlijk werd alom gezwoegd om het hooi binnen te halen, de sloten schoon te maken en brandhout te hakken. De plattelandsstructuur sloot nauw aan bij deze klein- schalige bedrijfsvoering. Een hechte plattelandsbevolking bezat bijna per dorp of buurtschap een groot aantal eigen voorzieningen. Van de school tot de cooperatie. Van melk- fabriek totfokclub. Natuurlijk waren erverschillen. Tussen rijke en arme boeren. Tussen grote en kleine boeren. Tussen boeren met verschillende geloofsovertuigingen. Tussen pachters en ‘eigen’ boeren. Kleine boeren Deze tijd voor 1950 wordt door velen gezien als een periode van gemoedelijkheid. Het is niet voor niks dat vele streekromans met verhalen vol romantiek en nostalgie zich j uist in deze periode afspelen. Toch was het voor velen alles behalve de ‘goeie ouwe’ tijd. Vele gezinnen leefden onder uiterst armoedige omstandigheden. Velen werden gedwongen om het karige boerenbestaan met andere inkomsten aan te vullen. Bovendien -landbouworganisa ­ ties klagen er nu weer over- was de status van de boeren- stand laag. Boeren stonden te boek als dom en ongema- nierd. Althans in de ogen van de burgerij in dorpen en steden, die overigens zelf alle rotzooi gewoon op straat gooide. Het is deze periode die museumboerderij De Wendezoele wil laten zien. Want de grote landbouwrevo ­ lutie voltrok zich in de jaren na 1950 met als belangrijkste kenmerk de uittocht van kleine boeren. Onder druk van het Europese landbouwbeleid onder leiding van de Nederlandse EG-commissaris Sicco Mansholt moest het kleine, gemengde bedrijf verdwijnen. Melkbusstrijd Vanaf die tijd is schaalvergroting, mechanisering en specialisatie het motto op het Nederlandse platteland, ook al denkt de toenmalige initiator Mansholt daar inmiddels zelf heel anders over. Het is eigenlijk nog maar kort gele- den dat de melkbus na taaie strijd werd vervangen door koeltank en het gemengde bedrijf plaats maakte voor de grootschalige melkveebedrijven en intensieve veehoude-