pagina 6 4 1998 tijdschrift

Maquette van de dubbele woning aan de Watertorenstraat. Foto: J. Mulder. Mevrouw Soetendal weet nog dat alle leveranciers voor de ophaalbrug van hun fiets moesten stappen. Uit respect voor het huis diende de bakker of slager zijn bakfiets tegen de brug aan te zetten om vervolgens lopend de brug over te steken richting dienstingang. Uit overlevering weet mevrouw Soetendal dat er ten tijde van de baron ook nog een nachtwaker Gruppelaar voor de buitendienst is geweest. Uit de kaartenbak met personeelsgegevens blijkt inderdaad dat hij in 1927 in dienst trad. Hij bleef tot na de dood van de baron in 1936 in die functie. Na de oorlog is hij nog op de administratie in de rentmeesterij werkzaam geweest. Verder is van 1927 tot 1931 nog de nachtwaker Schoppink op Twickel actief geweest. Later is deze Schop- pink naar Dieren verhuisd. Zowel Gruppelaar als Schop ­ pink werkten in de zogenaamde “buitenwacht”, de bewa- king van de werkplaatsen van de schilders en timmerlieden, de kasteelboerderij, de rentmeesterij aan de Hengelosestraat en het kasteelpark. Waterschade De taak van de nachtwacht binnen het huis begon feite- lijk met het ophalen van de brug door het draaien aan de slinger ’s avonds klokslag tien uur. De brug aan de achter- kant van het huis werd al eerder, namelijk om acht uur, door de huismeester opgehaald. De nachtwacht liep dan van half elf’s avonds tot zes ’s morgens regelmatig door het huis. Tijdens zijn rondes moest hij alert zijn op drie belangrijke zaken: brand, inbraak en lekkage. Het meest beducht was men voor waterschade. Zo herinnert mevrouw Soetendal zich uit haar tijd alleen al twee over- stromingen van het onderhuis in de kelderverdieping. “De nachtwaker had slechts een vrije nacht in de week. Dat was steeds wisselend en uiteraard werd stil gehouden welke nacht hij vrij zou zijn. Zolang er maar geen regel- maat in zat, kon men niet op verkeerde ideeen komen. De nachtwacht had recht op een week vakantie per jaar.” Tot de attributen van de nachtwaker hoorde behalve de slinger van de brug en de controleklok, een paar pantoffels. Die stonden klaar in de personeelsgarderobe achter de dienstingang. Om de nachtrust van de bewoners van het huis niet te verstoren moest de nachtwaker tijdens zijn Ansichtkaart van de ophaalbrug bij kasteel Doorwerth, die als voorbeeld diende. nachtelijke rondes op pantoffels lopen. Verder droeg hij op zijn tocht door het donkere huis een zaklantaam om zich bij te lichten. “Er is nooit wat gebeurd” vertelt mevrouw Soetendal. “In de jaren zestig zijn wel een keer beide kannonnen weg- gehaald door een stel studenten van de Technische Hoge- school in Enschede. Ze hebben de kannonnen weggevoerd en een eind verder bij wijze van stunt verstopt”. Buiten werking In 1974, een jaar voor het overlijden van barones Van Heeckeren van Wassenaer kwam voorgoed een eind aan de traditie van de nachtwakers. De houten ophaalbrug werd in 1977 gerestaureerd, maar niet meer in werking gesteld. De ketting werd vervangen door een niet zo fraai en onprak- tisch hekje. Hopelijk wordt de ketting bij een volgende res- tauratie weer in ere hersteld. Bronnen: Gesprek met mevrouw A. Soetendal. Huisarchief Twickel, ophaalbrug: inv.nr. 2837 nachtwacht: inv.nrs. 2509,2904, 2923. Kasteel Doorwerth. Poort met brug. .1 j " /!’, S