pagina 5 zomer 2002

Vlinderen op Twickel De resultaten van twaalf jaar tellen Het wel en wee van de vaderlandse vlinderstand wordt sinds een aantal jaren nauwlettend gevolgd en in kaart gebracht. De in 1983 opgerichte Vlinderstichting in Wageningen liet aan het eind van de tachtiger jaren een voorlopige en een definitieve versie van de Atlas van de Nederlandse Dagvlinders verschijnen en begon in 1990 met het project Dagvlindermonitoring. D it project omvat meer dan 250 meetpunten, ver- spreid over het hele land, waar systematisch vlindertellingen worden gehouden. Een van die route’s is ‘074 Twickel’, waar 28 soorten zijn waar- genomen, waaronder drie soorten, die een beschermde status genieten, omdat zij op de Rode Lijst voorkomen. Qua soortenrijkdom behoort de route tot de subtop in het land. De resultaten van twaalf jaar tellen worden in dit artikel beschreven. De methode Monitoring is een vorm van bermtoerisme. Er wordt een route van een kilometer uitgezet, onderverdeeld in twintig transecten van vijftig meter. Het telseizoen loopt van 1 april tot 30 September. Wekelijks worden, voorzover de weersomstandigheden dat toelaten, de vlinders per transect geteld en geregistreerd. De Vlinderstichting ver- zamelt, in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek de landelijke resultaten en zo wordt een voort- schrijdend beeld van de ontwikkelingen in het vader ­ landse vlinderbestand verkregen. Die gegevens kunnen ondermeer gebruikt worden bij het voorbereiden en evalueren van maatregelen op het gebied van het landschapsbeheer. Route ‘074 Twickel’ is uitgezet aan de Arkmansweg, tussen de vijfsprong en een waterloop, die op de Waterschapskaart vermeld staat als 10-2-1. Het is een zandweg met bermen die doorgaans twee maal per jaar gemaaid worden. Links van de route ligt het Steenderhaar of Goormeen: percelen hooiland, begrazingsweiden en mais, waar op vrijwillige basis aan vogelbescherming gedaan wordt. Rechts het Braamhaarsveld, een heidege- bied, waar in de loop van de (tel)jaren een gevarieerd beheer is gevoerd. Aanvankelijk ‘niets doen’, vervolgens werd er een afwateringsgreppel gegraven die een paar jaar later weer is dichtgegooid. Verder zijn er twee heide- stukken afgeplagd. De route loopt van zuidoost naar noordwest en is grotendeels open aan de linkerzijde. Bomen aan de rechterzijde bieden gedeeltelijke beschutting. De laatste twee transecten kennen een tweezijdige beschutting. Dit betekent: minder invloed van de wind en koelte op warme zomerdagen.