pagina 5 zomer 2001

Wegen, spoorwegen, kanalen en hoogspanningslijnen vormen dodelijke obstakels De verkeersslachtoffcrs onder het wild Er zijn veel mensen die zich afvragen wat ‘valwild’ is. In dit artikel wordt ingegaan op de oorzaken hiervan. Ook wordt aangegeven wat wij er tegen kunnen doen. De slachtoffers die het meest in het oog vallen, zijn de reeen. Het aanrijden van een ree veroorzaakt vaak schade, waarbij de politie wordt ingeschakeld. Hierdoor weten we dat er per jaar op Twickel onder het reewild circa vijftig verkeersslachtoffers vallen. Veel dieren lijden na het ongeluk nog dagenlang pijn, omdat ze niet direct gevonden worden. Tussen half april en half juni begint bij het ree het territoriumgedrag. De geit die het afgelopen jaar de zorg had over een tot soms drie kal veren distantieert zich van de ene op de andere dag van haar kalveren. Ze begint zich agressief te gedragen en verjaagt haar jongen. Deze moeten een nieuw leefgebied zoeken, een proces dat een paar weken kan duren. In deze periode vallen er dan ook veel slachtoffers. Ook de reebokken roeren zich. Zij worden naar hun jaarling klasse en het daarbij behorende gewei onder- verdeeld in gaffels, spitsen of soms wel zesenders. De oudere bokken zijn territorium gebonden en dulden in hun omgeving geen jonge bok, die ze dan ook zullen ver- Twee slachtoffers langs de spoorlijn tussen Delden en Hengelo. Foto: H. Spijkerman H et landgoed Twickel wordt doorsneden door talloze wegen, spoorlijnen, de Twenthekanalen en hoogspanningslijnen. Dit heeft gevolgen voor de dieren die op het landgoed leven. Iedere diersoort is gebonden aan een groter of kleiner gebied om te leven, te broeden en jongen te krijgen. Wanneer dit leefgebied wordt doorsneden loopt het wild gevaar. De meeste slacht ­ offers vallen onder de zoogdieren: reewild, vossen, dassen, egels, marterachtigen, hazen en konijnen. We hebben het dan over ‘valwild’. De als ’standwild’ levende dieren lopen nog het minst gevaar. Deze dieren leven in het centrum van een gebied waarin de biotoop meestal niet verstoord wordt. Zij trekken niet snel weg. Bij het ‘wisselwild’ dat op de grens van een gebied leeft, is dit anders. Deze dieren zullen vaker over een weg, spoorlijn of kanaal trekken. Het ‘wisselen’ gebeurt vooral in de nachte- lijke uren. Dit brengt veel risico’s met zich mee, want ook het nachtelijk verkeer neemt steeds meer toe. Bij wisselen overdag is er vaak sprake van verstoring. Bij vogels zijn hoogspanningslijnen nog al eens de boosdoener, vooral in de nachte- lijke uren als veel vogels op doortrek zijn. In het verkeer zijn vaak jonge vogels het slacht- offer, omdat zij in hun eerste levensjaar nog ervaring moeten opbouwen. De langs de droge en zanderige wegbermen levende muizen en mollen vormen voor hen een niet zonder gevaar te bemachtigen prooi. De belangrijkste voorwaarde voor het behoud van de fauna op het landgoed Twickel is de aanwezigheid van de rust- gebieden. Maar het gevaar ligt hier al weer op de loer. Door de steeds zwaarder wordende recreatiedruk genieten veel diersoorten geen optimale rust. Reeen