pagina 5 zomer 1996

Hengelo en Oldenzaal. De hoofd-varianten in Twente/Achterhoek zijn: 1. Bestaand trace Deventer-Almelo-Hengelo-Olden- zaal 2. Nieuw trace parallel aan de Al, de zogenaamde A1 – variant 3. Bestaand trace Zutphen-Hengelo-Oldenzaal 4. Nieuw trace door de Achterhoek, eventueel gebun- deld met RW15 Bestaande traces Van de bestaande traces heeft minister Jorritsma al laten weten dat het in de praktijk zeer moeilijk realiseerbaar zal zijn om binnen de dorpen en steden langs de bestaande lij- nen de wettelijk voorgeschreven maximale geluidsbelas- ting van 57dba te halen. De bestaande traces moeten ech- ter worden onderzocht in het kader van de tracewet. Behalve praktische bezwaren lijken de bestaande lijnen de politieke wind niet mee te hebben. Met name de provincie Gelderland heeft uitbouw van de bestaande lijnen onaan- vaardbaar genoemd. Dat wil niet zeggen dat de bestaande spoortraces defini- tief van het lijstje kunnen worden afgeschreven. Mogelijk dat door aanpassingen de lijn alsnog geschikt kan worden gemaakt. Dat geldt met name voor de lijn Zutphen- Hengelo, waarbij de provincie Overijssel heeft voorge- steld om bij Goor ook een trace-altematief oostelijk van Goor door landgoed Weldam te onderzoeken. Dit heeft plaatselijk al geleid tot een storm van protest. Hoge Snelheids Trein Overigens wordt de spoorlijn Zutphen-Hengelo in de bestaande plannen al genoemd als optie voor de Hoge Snelheids Trein (HST) naar Berlijn. Nu de Duitsers grote delen van de betreffende spoorlijn geschikt maken voor hogesnelheidstreinen, wil ook de Nederlandse regering het trace Arnhem (halteplaats aan de Hoge Snelheids Lijn Oost naar het Roergebied) geschikt maken voor snelle treinen. De bedoeling van de hogesnelheidstrein is de huidige reistijd van Amsterdam-Berlijn, nu negen uur, te bekorten tot vier uur. Daartoe zou op het baanvak Amhem-Twente- Duitse grens met een snelheid van 200 km/uur moeten wor ­ den gereden. Twente krijgt een halteplaats, maar het is nog de vraag waar. Afhankelijk van de trace-keuze zou dat Hengelo of een tussenhalte Hengelo/Enschede kunnen zijn. Achter de schermen lijken zich in Twente tussen beide steden Noordfranse discussies af te spelen. Want ook in Noord-Frankrijk streden verschillende steden een presti- gestrijd over een station aan de TGV-lijn. A1-variant De A1-variant kwam in de Startnotitie Noord-oostelij- ke aftakking als een duiveltje uit een doosje. De variant bleek te zijn opgenomen op verzoek van de Regio Twente. Deze variant bouwt voort op een lijn die tussen Zutphen en Deventer afbuigt naar de A1 om vervolgens parallel aan de Al naar Duitsland te lopen. Overigens geldt voor deze variant dat er meerdere sub-varianten bij Hengelo denk- baar zijn. Want in het gebied Hengelo-Haaksbergen- Enschede hebben de samenstellers van de Startnotitie een bord spaghetti aan alternatieven uitgestrooid. Achterhoek-variant Hoge ogen gooide tot dusver de Achterhoek-variant. Hier worden spoorlijn en rijksweg gebundeld aangelegd dwars doorde Achterhoek. Bij Usselo/Boekelo wordt ver ­ volgens RW 15 aangesloten op de A35 en loopt de spoor ­ lijn dwars door Twekkelo om vervolgens na passage van het Twentekanaal langs Driene bij het Lonnekermeer op de bestaande spoorlijn Hengelo-Oldenzaal aan te sluiten. Dit altematief wordt inmiddels door de Achterhoekse gemeenten en Haaksbergen door dik en dun gesteund op voorwaarde dat er een nieuwe RW15 komt tussen Varsseveld en Enschede. De Achterhoekse gemeenten en Haaksbergen zijn dan bereid de nadelen van een spoorlijn te slikken. Minister Jorritsma heeft bij monde van hoofd- ingenieur directeur H. Jansen van Rijkswaterstaat directie Oost inmiddels laten weten dat van een ‘koppelverkoop’ geen sprake kan zijn. De weg zou bovendien een lage pri- oriteit in de Haagse politiek hebben, waardoor feitelijk de kans groot is dat ondanks een gelijk oplopende planologi- sche procedure de spoorweg wordt aangelegd en de weg vooralsnog niet. Bedreigingen voor Twickel Welke trace-alternatieven vormen de grootste bedrei- ging voor Twickel? Dat is op dit moment nog moeilijk in te schatten. Vast staat dat vrijwel alle trace-varianten het landgoed op de een of andere wijze raken met uitzondering van de Achterhoek-variant die zuidelijk van Boekelo via Twekkelo-Driene naar Oldenzaal loopt. Deze variant schaadt echter wel andere landgoederen met name rond Enschede. Duidelijk is echter dat een nieuwe spoorlijn de toch al sterk versnipperde Twentse natuur nog verder in mootjes zal hakken. Bescherming van natuur en landschap kent echter ook een moreel dilemma, want het ontzien van de groene gebieden in Twente en de Achterhoek zal zeker lei- den tot veel overlast voor de burgers in dorpen en steden. Noodzaak? De discussie over de noodzaak van de lijn lijkt inmid ­ dels een gepasseerd station. Integendeel: de politiek in Oost-Nederland met de provincie Overijssel voorop lijkt zich alleen maar sterk te willen maken voor Oost-West- transportassen in een fase dat de burgers nog nauwelijks zijn gei over de plannen. ‘Regeren is vooruit zien’, luidt het gezegde, maar de gretigheid waarmee som- mige bestuurders zich op nieuwe wegen en spoorlijnen werpen roept herinneringen aan de jaren zestig op. Nu wordt de aanleg van nieuwe wegen en spoorlijnen ‘verkocht’ onder het motto dat het ‘zo goed is voor het milieu’. In werkelijkheid gaat de strijd om de economische positie van Rotterdam als belangrijkste Westeuropese havenstad. Maar is het misschien niet beter voor het milieu dat de goederenstroom naar Oost-Europa via Hamburg wordt getransporteerd? De vraag naar de noodzaak van de Noord-oostelijke verbinding is teruggebracht tot geruzie over het trace en de hoop dat er voor de Twentse economie nog een graantje valt mee te pikken uit voorbijdenderende wagons.