pagina 5 winter 1992

Hoop op nieuwe broedgevallen in de toekomst Middelste Bonte Specht zeldzame gast in loofbossen van landgoed Twickel De Middelste Bonte Specht heeft een vrij klein versprei- dingsgebied. Het broedgebied is beperkt tot het vaste land van Europa beneden de 55-ste breedtegraad. Het talrijkst komt deze specht voor in de Balkanlanden en West-Rusland. In West-Europa is ze schaars en ver- toont er een eilandverspreiding Jan Meijerink In Nederland is het een zeer zeldzame vogel en we wa- ren blij verrast toen we in 1952 een broedgeval bij Lonneker te zien kregen. De specht broedde daar in een boomgaardje. Naast de waarnemingen tussen 1955 en 1964 op Twi ­ ckel en de broedgevallen bij Lonneker (1952) en En ­ schede (1973), werd de soort slechts vijfmaal in Twente gezien. Na het broedgeval bij Lonneker heb ik het deel van Twickel dat me als broedbiotoop ge- schikt leek, jaarlijks goed onderzocht. Ik was erg be- nieuwd te zien of de Middelste Bonte zich misschien ook hier zou kunnen vestigen.  Drie jaren later, op 20 april 1955 was het zover. Ik fietste vanaf het kasteel over het Bornse voetpad en bij de eerste brug over de Twickelse Vaart zag ik een specht op een over de beek hangende tak. Zodra ik de vogel in de kijker had zag ik gelijk aan de rode bo- venkop en de karakteristieke baardvlek dat het een Middelste Bonte moest zijn. Als jeugdige knaap deed ik m’n eerste zeldzame ontdekking op Twickel en waarschuwde in allerijl de Deldense ornitholoog de heer H. Schweigman, die een half uurtje later mijn waarneming kon bevestigen. Een week later zagen we op dezelfde plek zelfs twee exemplaren en we hoop- ten al op een broedgeval. Dit zou echter pas in 1958 plaatsvinden. Om de ontwikkeling van deze kleine populatie te to- nen volgt hieronder een beknopte samenvatting van mijn dagboekaantekeningen. 1955. Op 20 april de eerste waarneming van 1 exemplaar. Van 27 april t/m 9 mei geregeld 1 of 2 exemplaren. Op 21 juni zag ik 1 exemplaar in Azelo. 1956. Tussen 24 maart en 29 mei geregeld 1 paartje gezien. 1957. Van januari t/m maart geregeld 1 of 2 exemplaren. In april en mei 3 paartjes die alle een nestholte hakten. Deze nesten (1, 2 en 3 op het kaartje) werden door Spreeu- wen bezet. Tot in december werden de vogels nog in het gebied gezien. 1958. Van januari tot in oktober regelmatig 1 of 2 paartjes. Er werden twee nestholtes (4 en 5) gevonden waarvan er een door Spreeuwen werd bezet. In het andere vond het eerste succesvolle broedgeval voor Twickel plaats. Op 21 juni vlogen er minstens twee jongen uit (nest 4). 1959. Het gehele jaar door werden 1 of 2 exemplaren waargeno- men. In de tweede en derde week van augustus zag ik uit- gevlogen jongen. Dit jaar heeft de soort dus voor de tweede keer op Twickel gebroed zonder dat het nest werd gevonden. 1960. Van maart t/m december werden maximaal twee paartjes gezien. Ik ontdekte drie nestholtes (6, 7 en 8) waarvan er later twee door de Grote Bonte Specht werden bezet. In het derde vond een succesvol broedgeval plaats. Op 23 ju ­ ni vlogen er twee jongen uit (nest 8). Echter, reeds op 11 juni zag ik elders op Twickel een oude vogel die twee uitgevlogen jongen voerde, zonder dat ik daarvan het nest vond. Dit jaar vonden dus het tweede en derde succesvolle geval plaats. 1961. Van maart t/m december werden 1 tot 3 paartjes gezien. Ik vond twee nestholtes (9 en 10) die beide in de steek wer ­ den gelaten. 1962. In maart en mei werd enkele keren een vogel gezien. Nest ­ holtes werden niet gevonden. De kleine populatie had zeer onder de strenge winter geleden. 1963. Dit jaar werd slechts driemaal een vogel gezien. De zeer strenge winter had opnieuw zijn tol geeist. 1964. Alleen op 24 maart en 5 april werd een exemplaar waarge- nomen. Dit is het laatste jaar dat de Middelste Bonte bij Delden is gezien. De Middelste Bonte Specht heeft zich dus negen jaren op Twickel kunnen handhaven. De konkurrentie van Spreeuwen was moordend voor de spechten. Zodra een nestholte gereed was, werd deze door Spreeuwen in beslag genomen. Een tweetal strenge winters ach- tereen werd tenslotte fataal voor deze te kleine popu ­ latie. Toevoer van spechten uit Duitsland vond evenmin plaats omdat de meest nabije populatie in Bentheim eveneens door de strenge winters werd ge- decimeerd. Omdat we het vermoeden hadden dat er in het Duits- Nederlandse grensgebied meer Middelste Bonte Spechten zouden voorkomen, hebben we in die jaren enkele geschikte loofbossen onderzocht. Bij Bent ­ heim bleek het raak te zijn. Van 1960 t/m 1963 trof- fen we rond ”Het Bad” maximaal vijf paartjes aan, die we gedurende die tijd uitvoerig hebben kunnen bestuderen. De daar opgedane ervaringen met de