pagina 5 lente 2005

Weideuogelbescherming op de Deldeneresch en in Deldenerbroek Opsporen en markeren van nesten moet achteruitgang kunnen stoppen Peter Spits is geboren en getogen op Terschelling. Doordat hij als jongen altijd in het veld rondzwierf heeft hij een bijzondere liefde voor de natuur ontwikkeld en met name een passie voor (weide)vogels en hun nesten. Sinds 1998 woont hij met zijn gezin op het erve Imker in Azelo. D ooroorzaken als de intensivering van het agrarisch grondgebruik, ontwatering, steeds meer infra- structuur, bebouwing en bedrijvigheid gaat de weidevogelstand geleidelijk achteruit. De kritische weidevogelsoorten als tureluur en grutto zijn op het land- goed Twickel nagenoeg verdwenen. De wulp is zeldzaam geworden en alleen de kievit kan zich nog enigszins aan de veranderende omstandigheden aanpassen en handhaven indien wij hem een klein beetje helpen. Deze vogel is voor mij de belangrijkste indicatorsoort die in symbiose met het agrarisch cultuurlandschap kan samenleven. Het is voor mij elk voorjaar weer een vreugde de kenmerkende roep van de kievit te horen en te genieten van zijn spectaculaire baltsvluchten. Deze ongekroonde uitbun- dige koning van de landbouwgronden met zijn ongeeven- aarde broeddrang kan bij verloren gaan van het nest wel vier tot zes keer tot een vervolglegsel komen. De kievit verdient het dat zowel boeren als vrijwilligers zich blijvend voor hem inzetten. Weidevogelbescherming in praktijk Reeds geruime tijd geleden ben ik begonnen met weidevogelbescherming met name op de Deldeneresch. De eerste jaren was ik lid van Vanellus Vanellus een vereniging van weidevogelbeheerders gestoeld op het Friese model van eerst eieren zoeken en rapen en later na een bepaalde datum overgaan tot bescherming. Door een veranderende wetgeving alsmede het eigen inzicht dat we elk legsel moeten proberen te sparen omdat er door externe factoren -bijvoorbeeld nachtvorst, landbouw- werkzaamheden en predatie- toch al veel legsels verloren gaan is dit model in dit gebied achterhaald. Vanaf 2002 ben ik lid en vrijwilliger bij de weidevogelgroep Ambt Delden van Landschapsbeheer Nederland onder leiding van de heer J. Koenderink. In grote delen van Ambt Delden wordt door een achttal vrijwilligers gebieds- dekkend aan weidevogelbescherming gedaan. Wat is de werkwijze van de Weidevogelgroep? Met boeren wordt op vrijwillige basis een overeenkomst afgesloten waarbij de boer een vrijwilliger van de Weidevogelgroep toestemming geeft om tot wederopzeg- ging op zijn land nesten op te sporen, die te markeren met stokken, deze eventueel te verplaatsen en zonodig nest- beschermers te plaatsen. Landschapsbeheer Nederland heeft van het Ministerie van Landbouw en Visserij een ontheffing gekregen om deze activiteiten uit te voeren De auteur Peter Spits tijdens het markeren van de nesten. ondanks de verboden van de artikelen 10 t/m 12 van de Flora-, en Faunawet. De vrijwilliger informeert de boer over de voorkomende legsels en overlegt hoe de legsels bij de uitvoering van komende werkzaamheden zoveel mogelijk gespaard kunnen blijven. Op grasland De kievit begint meestal eind maart vier eieren te leggen. Vanaf begin april zitten de meeste kieviten te broeden gedurende 23-27 dagen. Eind april komen de eieren uit, hetgeen meestal net op tijd is voor het maaien (le of 2e week mei). Dit betekent dat de kievit op grasland maar een kans heeft op broedsucces. Wel kunnen vervolglegsels op aanliggende bouwlanden gelegd worden. Het is dus zaak om nesten zo vroeg mogelijk te markeren zodat de boer bij voorjaarsbewerkingen als slepen, injecteren en kunst- meststrooien dit belangrijke eerste legsel al kan sparen.