pagina 5 lente 1992

Medewerking gevraagd bij bescherming van zeldzame uil Speciale nestkasten kunnen ’koukleum’ kerkuil helpen Kerkuilen spreken al eeuwen tot de verbeelding. Door zijn nachtelijke levenswijze, de geruisloze vlucht en vooral de ijselijke baltskreten zijn er tal van spookver- halen over de kerkuilen in omloop. Ook worden men- sen gefascineerd door het prachtige uiterlijk van de kerkuil. Door de eeuwen heen heeft de kerkuil streek- namen gekregen als oranje uil, kerkuil, torenuil en kransuil. W. Asteleyner Deze schitterende vogel is een van de meest bedreigde vogels, en daarom probeert men deze vogels voor Nederland en Twickel te behouden. De naam kerkuil suggereert dat deze vogel in het ste- delijk gebied leeft, maar dat is niet juist. De kerkuil nestelt graag in gebouwen maar voor zijn voedsel- voorziening is een landelijke omgeving vereist. Het ideale gebied voor de kerkuil is een kleinschalig gebied waar gras en bouwland worden doorsneden door houtwallen, heggen, bosjes en ruige bermen. In zo’n gebied komen genoeg muizen voor, het hoofd- voedsel van de kerkuil. Actie nestkast Sinds vorig jaar is door de Kerkuilenwerkgroep Twente een actie gestart om de kerkuil voor Twickel te behouden en indien mogelijk uit te breiden. Om dit doel te bereiken, zijn er eerst geschikte lokaties gezocht en in overleg met de plaatselijke landbou- wers in diverse schuren en boerderijen nestkasten ge- plaatst. De nestkasten zijn vrij groot, en worden het liefst vrij hoog geplaatst, zodat de kerkuil verzekerd is van een rustige plaats. De resultaten waren het afgelopen broedseizoen slecht. Maar wij laten ons daardoor niet ontmoedi- gen, omdat in het gehele land de broedresultaten mi- nimaal waren. We weten dat de kerkuil nog steeds in Twickel voorkomt en gaan daarom door met het plaatsen van nestkasten in Twickel. Als een kerkuil bij u in de buurt broedt, dan wordt zijn aanwezigheid alleen verraden door de braakbal- len in de buurt en de witte kalkstrepen van de uit- werpselen. Meldingen De vier tot zeven jongen verlaten na drie maanden hun nest en gaan op zoek naar een eigen territorium. Een volwassen kerkuil eet drie tot vijf muizen per dag, maar in de winter hebben kerkuilen meer voed- sel nodig, in een koud gebouw bij strenge vorst wel 18 prooien per dag. Strenge winters met weinig voedsel zijn dan ook de- sastreus voor de kerkuil. Omdat er in Twickel van de kerkuil nog weinig gegevens voorhanden zijn, vragen wij u om de aanwezigheid van de levende of dode kerkuilen te melden aan Twickel of aan W.J.J. Aste ­ leyner, Bereklauw 12, 7491 LA Delden, tel. 05407-63529. ’’Goede kansen voor kerkuil op het landgoed Twickel” Door de verweving van landbouwgebied en na- tuur blijkt het landgoed Twickel een ideaal stekje voor de kerkuil. Na jaren van afwezigheid werden onlangs in 1991 twee broedparen vastgesteld door de Twentse Kerkuilenwerkgroep. In Bentelo vlogen in 1990 vijf jonge vogels uit die werden uitgebroed in een boerderij en maar liefst zes jongen verlieten de ouderlijke ’woning’ in een Beckumse boerderij. In 1991 waren er dat op bei- de plaatsen minder: vier per broedpaar. ”Er zijn goede kansen voor de kerkuil op het landgoed Twickel”, zegt drs. Onno de Bruijn die al jarenlang met het onderzoek naar de kerkuil be- zig is. Het feit dat er weer twee broedparen op het landgoed aanwezig zijn lijkt een bevestiging, al- hoewel het volgens De Bruijn zeer wel mogelijk is dat er in het verleden en tegenwoordig onbekende broedparen op Twickel aanwezig zijn. ”Het aardige is wel dat er vorig jaar na het broed ­ seizoen plotseling een jonge kerkuil in de kasteel- boerderij werd gezien. Dat geeft toch aan dat het beter gaat”, aldus De Bruijn. Positief voor de kerkuil zal zeker zijn de verbouw van granen (muizen!) en het aanbrengen van broedgelegen- heid op plaatsen waar de kerkuil niet naar binnen kan.