pagina 5 herfst 1999

bijeenkomsten besproken met de pachters. In het plan is een samenhangend pakket aan voorstellen ontwikkeld dat zowel voor T wickel als voor pachters voor- delig uitpakt. Het plan is een plan op hoofdlijnen. Sommi- ge voorstellen zullen verder uitgewerkt moeten worden. De rest van dit artikel is een samenvatting van het land- bouwbeleidsplan, dat inmiddels zowel doorde pachters als de Stichting Twickel wordt onderschreven. Ruil en aanpassingen Veel bedrijven op Twickel zijn erg bewerkelijk. Er zijn veel kleine en ‘kromme’ percelen, en er zijn veel houtop- standen. Kostprijsverlaging is een wezenlijk belang in elk boerenbedrijf. Indien niet strijdig met de doelstelling van de Stichting zal Twickel actief meewerken aan een verbe- tering van de productieomstandigheden. De meest voor de hand liggende vorm om dit te doen is de vrijwillige kavel- ruil, aangevuld met kleinschalige aanpassingen van het landschap en eventueel andere kleine cultuurtechnische verbeteringen en mogelijk boerderijverplaatsing. Twickel zet grond en melkquotum ‘uit de pot’ in bij kavelruilpro- jecten. Dit is in het verleden al enkele keren gebeurd. Kavelruil is vooral een praatproces waarbij pachters zelf lhouderij en Kaasmakerij “Wolverlei” ren op Twickel hoeft niet alleen maar belemmeringen in te houden, vergeet niet dat het begrip “Twickel” in de samen- leving een zeer positieve uitstraling heeft op gebied van natuur, schone lucht en water, dat soort dingen. Dat zijn waarden waar de consument meer en meer aan gaat hech- ten. Dat kun je benutten. De “boerenstand” heeft als geen ander beroep altijd een vader-op-zoon/dochter -opvolging gekend en er is dien- tengevolge enorm veel kennis aanwezig. Dat, gecombi- neerd met alle modeme wetenschappelijke kennis uit Wageningen zou tot originele oplossingen voor de proble- matiek op Twickel kunnen leiden. Verbreding zou voor sommigen een creatieve oplossing kunnen bieden. In het buitenland werkt dat ook goed in agrarisch “moeilijke” gebieden. Persoonlijk geloof ik nog het meest in het ont- wikkelen van een of een aantal steengoede producten. Daarvoor zal een aantal mensen hun nek moeten durven uitsteken. In vind ook dat bij voorbeeld een Rabobank daar ­ voor financieel risico zou moeten dragen. Tenslotte heeft die een behoorlijk groot aandeel gehad in het ontstaan van de crisis in agrarisch Nederland. Dat wordt in het leeg- hoofdig gekrakeel in de media meestal over het hoofd gezien. De boer is nu de boosdoener, maar er ligt nog veel meer verantwoordelijkheid bij bank en ministerie, en dat blijft op wonderlijke wijze buiten schot. Twintigjaargele- den – en dat is tien jaar na Mansholt – was in beleidskrin- gen al bekend dat deze situatie op handen was. Toch is men op dezelfde lijn doorgegaan en heeft de boeren murw gemaakt met ondoordachte voorschriften, die stoplappen zijn, en met stapels formulieren, waar niet door te komen is. In ieder geval, het gezegde “Het is altijd zo geweest en zo zal het altijd wel blijven” kan iedereen uit z’n woorden- schat schrappen. Er is nog nooit zoveel veranderd in de landbouw als de laatste veertig jaar. Agrarische onderne- mers moeten hun sterke kanten inventariseren. Daar kun ­ nen verschillende oplossingen uitrollen – tenslotte is ieder ­ een weer anders -, maar het lijkt me van belang dat er veel boeren en levende boerenbedrijven op Twickel blijven, anders wordt het hier een villapark of een reservaat. Laat de consument en de rondfietsende natuurliefhebber ook niet vergeten dat het hier zo mooi is, mede dankzij het werk van de boeren. De ‘Nederlandse Witte ’ geiten gaan op pad om gemolken te worden. Foto: J. Mulder.