pagina 5 herfst 1998

Bouwtekening van H. Evers, 1881. Kaartencollectie Huisarchief Twickel. Foto: J. Mulder. hitect van jachtboerderij Wanink van zijn vader, waar hij timmeren en opzichteren leerde en zijn eerste bouwkunde lessen ontving. Ook nadat hij de HBS in Zutphen had doorlopen, bleef hij enige tijd bij zijn vader in de leer. De jaren 1875-1884 vormden Evers Na een bouwkunstopleiding aan de Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag (1875- 1876) en Antwerpen (1876-1877) volgden praktijkjaren op architectenbureaus in Antwerpen, Brussel (1877- 1882), Wenen (1882-1883) en Boedapest (1883-1884), waarna hij zich in 1885 als zelfstandig architect in Amsterdam vestigde. Tijdens zijn verblijf in Brussel dong Evers verschillen- de keren in prijsvragen mee om in Nederland naamsbe- kendheid te krijgen. Hij kreeg daarbij prijzen voor enige ontwerpen in de eclectische neorenaissancestijl (een meng vorm van Vlaamse, Franse en Italiaanse renaissance- elementen met een schilderachtig, veelal van torentjes voorzien silhouet). Uit deze periode stamt ook zijn eerste gerealiseerde ontwerp, de jachtboerderij Wanink op Twickel. De opdrachtgever was de broer van de bekende laatste baron, Carel G.U.W. van Heeckeren van Wassenaer (1856-1883). Deze was een verwoed jager. Het ontwerp maakte Evers in Brussel in 1881. Opmerkelijk is dat Evers tijdens de bouw in het buitenland verbleef. Het voorhuis bezit een schilderachtig silhouet door een boven de ingang geplaatst torenkamertje en een verspringende voorgevel. De jachtboerderij bestaat uit een voorhuis met jachtkamer en een aangebouwde stal en koetshuis, waar destijds de paarden werden uitgespannen van de terugkerende jachtwagens. De opdracht moet hem door zijn vader zijn toegespeeld. Ook toen hij eenmaal als zelfstandig architect in Amsterdam werkzaam was, kreeg hij ongetwijfeld nog ondersteuning van zijn vaders bedrijf toen hij in 1885- 1886 enkele villa’s in Apeldoom en Ellecom bouwde. Vervolgens was Evers van 1887 tot 1902 werkzaam als hoofdleraar aan de academie in Rotterdam en later aan de T.H. in Delft (1902-1926). Zijn lange loopbaan als docent had tot gevolg dat zijn architectonisch oeuvre vrij beschei- den van omvang is. Het omvat zo’n vijfendertig bekende ontwerpen, waarvan er slechts dertien zijn uitgevoerd. De weinige opdrachten die hij aannam waren voor hem dan ook geen financiele noodzaak. Ze kwamen voort uit familiale of collegiale kring. Bij de bouw van het indruk- wekkende stadhuis van Rotterdam werkte hij niet in gemeentedienst maar richtte hij zelf een bouwbureau op, waarbij hij van de T.H. bijzonder verlof kreeg zodat hij zich vrijwel volledig op de bouw kon richten. Het is opmerkelijk dat uit de vele spraakmakende inzendingen voor een nieuw stadhuis aan de Coolsingel juist het behou- dende ontwerp van Evers gekozen werd. De belangrijkse architect van dat moment, H.P. Berlage, werd zelfs niet uit- genodigd. Maarten Hermanussen Bron: H. Timmer: Henri Evers (1855-1929), Architect, geschiedschrijver, hoogleraar, Stichting Bonas, Rotterdam 1997.