pagina 5 herfst 1997

Een nieuwe symbiose Lange tijd heeft het landgoed Twickel veilig in de schoot van het landelijk-rustige Twente gelegen. Het platteland, waar Twickel toebehoort, was duidelijk het domein van boer en houtvester, de middelgrote steden Hengelo en Enschede lagen op afstand. Na 1960 is alles in de regio flink opgeschud. De land- bouw groeit uit zijn landschappelijke jas. Er zijn rijkswe- gen aangelegd. De natuur lijdt onder vermesting, verzu- ring, verdroging en versnippering. Dorpen breiden uit. En natuurlijk is daar de stedelijke concentratie Enschede – Hengelo, onderdeel van de bandstad Twente. In de compacte stad moeten niet alleen werk, onderwijs, openbaar vervoer, cultuur en vermaak bij veel mensen in de buurt zijn, maar ook (natuur)groen. We behoeven een samenhangende visie van het landelijk en stedelijk land- schap als geheel. Het omringende groene landschap met inlopers de stad in als contramal van de rode stedenband. Met eigen ruimteclaims en uitbreidingsmogelijkheden. Duurzaam en streekeigen. Met als kernbegrippen groene ruimte en rust. Houdt het op uw eigen – sterke – formule: een samenspel tussen cultuur en natuur, tussen landbouw en ecologie en tussen productiehout en natuurbos. Twickel als een stuk Twents landschap op zijn best. Het Twickel van de 21 e eeuw moet zich stevig (blij ven) opstellen. Een landgoederenzone met buffers en goede overgangen tussen stedelijk en buitenlandschap. Stedenband en landgoederenzone horen bij elkaar. De ‘dreigende stad’ contra de ‘vrije natuur’ laten we achter ons. We moeten bestuurlijke daadkracht tonen en een nieu ­ we symbiose tot stand brengen. Met dezelfde inzet voor natuur, ruimte, rust en bezinning als nu stedelijke en eco- nomische ontwikkelingen in gang worden gezet. Een sym ­ biose tussen landgoederenzone en stedenband, daar gaat het om. Prof. dr. W. Lemstra Burgemeester van Hengelo Hoogleraar Universiteit Twente weten te benutten Hoe ervaart u de band met het landgoed Twickel? Ach, wij zitten feitelijk aan de rand van het landgoed met allemaal particulieren erom heen. Dan denk je er mis- schien wat gemakkelijker over. De helft van onze grond is gepacht, de andere helft is eigen bezit. Wij hebben dat aan- gekocht en daama ‘ vrij willig verkaveld’. In de 27 jaar dat ik hier woon, heb ik de ervaring dat onder Twickel best te boeren valt. Zo hebben ze aan onze kavelruil met particu ­ lieren altijd positief meegewerkt. Als je met een pasklaar plan komt, helpen ze je. Je moet als boer natuurlijk zelf ook wel je nek durven uitsteken. Ik vind dat de taak van de boer als ondememer. Alle initiatief hoeft niet altijd van Twickel te komen. zie verder pag. 6 Diny Horstman. Foto: M. Hermanussen.