pagina 4 zomer 1995

Stappen naar herstel | t> 0 Gedeelte uit hetplan tot herinrichting van de moestuin, opgesteld door Hans Hondebrink, maart, 1995. Folo: John Mulder. A Centrale ingang metparkeervoorziening langs de Twickelerlaan A 1 Ingang tuinen Twickel A 2 Ingang hoofdlaan en firma Perdijk, oude fruitrassen A 3 Ingang kwekerij De Border Opstallen 1 Zaadhuisje 2 Bewaarkelder met afdakje voor potten 3 lronhouse: authentieke kasplanten van rond de eeuwwisseling, zoals de banaan 4 Anjerkas: teeltkas van een en tweejarigen, verspenen en stekken van diverse planten 5 Pit I 6 Pit II 7 Pit III 8 Koude bakken Plantvakken A Buxus B Snijbloemen C Vaste planten voor de rotstuin D Kruidenbedjes E Leivruchten onder tropeolum F Voorjaarswal met bessen, snij-, blad-, bloem-, bol- en knolgewassen G Bessenkooi H Perenberceau met doorgang prieel J Kippenhokje met ren K Oppot, potgrond en dompelplek L Moestuin in verhuur aan personeelsleden M Composthoop N Leifruit langs de muur, lavendelborders en kruiden Even terug naar 1989. Het was ons al snel duidelijk dat er nog veel navors werk voor ons lag, en de tijd dringt. De bewerkers van dit soort tuinen zijn op leeftijd en hun ken- nis is uniek. Via speurwerk kwam ik in contact met de werkgroep „Kassenen Oranjerieen in Nederland”. In 1990 vroeg men mij in deze werkgroep zitting te nemen. Tijdens de eerste bijeenkomst werd mij al duidelijk dat hetgene gezocht werd, namelijk de sporen van historische bebou- wingen cq. beplantingen van moes- en kweektuinen in al hun facetten, op Twickel aanwezig is, hetzij in een abomi- nabele staat. Er werd besloten om Twickel als startprojekt te nemen. Voor mij werd het dus een thuiswedstrijd. Met groot enthousiasme stort de werkgroep zich op het plan. Met experts van Monumentenzorg, de bouwkundige van de Stichting Twickel en met Van Asbeck Bouw- en Restauratie-Consultans worden plannen en een begroting opgesteld. Ook is er een cultuurtechnische raming. Van een, nog altijd helder bij geest zijnde, 95-jarige tuinman die er veer- tig jaar de grond heeft bewerkt, krijgen we veel waarde- volle informatie. Ook de laatste groentekweker komt met de meest prachtige anekdotes. Het plan krijgt vorm en lijkt levensvatbaar. Op 31 augustus 1990 wordt het plan aan het bestuur van de stichting Twickel aangeboden en met veel lof en waardering ontvangen. De werkgroep benadrukt nogmaals dat het cultuurhistorisch erfgoed met deze amputatie een grote schakel mist. Twickel met haar gave parkaanleg, de formele tuin en de rotstuin is niet af zonder haar gebruikstuin. Herstel van tuinmuren In September 1991 wordt een begroting gemaakt voor de restauratie van de tuinmuur. Voor het eerste gedeelte, plusminus 70 meter inclusief een prachtige nieuwe poort, neemt Monumentenzorg met een bijzondere regeling zo’n 80% van de kosten voor haar rekening. Het werk start in 1992. Gekozen wordt voor het bikken van de oude stenen. Deze zijn gemetseld met tras, wat het er niet gemakkelijker op maakt. De „ezelsrug” aan de bovenzijde wordt geheel opgezet met nieuwe stenen, die met lijmverf op kleur worden gebracht. Om de 15 meter wordt de muur gedelateerd, dit gebeurt met een staande voeg van kit om krimpspanningen op te vangen. Weer krijgen we een subsidie, nu zo’n 50% via het Ribo-projekt. Dit maakt herstel van nog eens 160 meter muur mogelijk. Ook voor de resterende 570 meter hopen we op subsidie, hetgeen overigens steeds moeilijker wordt. Landgoedkampen In de zomer van „93 komt er een enthousiaste groep mensen, deelnemers van een A.N.W.B. landgoed-kamp. Binnen de muren kan het grote werk beginnen. Op het ter- rein staan vijf kassen: een „Iron-House”, drie „Pits” en een anjerkas. We beginnen met het „Iron-House”. Voorzichtig wordt de harde stopverf weggebikt. Glazen worden uitge- nomen en gewassen, glaskisten getimmerd en kweek- tabletten gedemonteerd en opgeslagen en veel roest wordt weggekrabd. Op aanwijzing vinden we onder de zoden een paar honderd meter gebakken en prachtig gevormde bor- dersteentjes.