pagina 4 winter 2000

De nieuwe gemeente biedt door zijn grotere omvang i n princ ipe ook de mogelij kheid meer deskundi gheid op te bouwen op verschillende beleidsvelden die voor de landgoederen relevant zijn. Wij nemen hierbij aan dat de nieuwe gemeente zich mede verantwoordelijk voelt voor de instandhouding van de landgoederen. Bij de opzet van het gemeentelijk apparaat zouden wij daarom graag zien dat met het volgende rekening wordt gehouden: Landbouw Tot op de huidige dag vormt de landbouw de belang- rijkste economische activiteit op de landgoederen. Pachters beheren het agrarische deel van het landgoed en dragen via de pacht belangrijk bij aan de instandhou ­ ding van het landgoed als geheel. Ook in sociaal opzicht spelen pachters op landgoederen een zeer gewaardeer- de rol. In deze tijd van schaalvergroting en specialisatie is het van belang de grondgebonden landbouw op land ­ goederen te behouden. De toepassing van milieuregel- geving en de aanleg van nieuwe natuurterreinen moeten er niet toe leiden dat deze vorm van landbouw op de landgoederen geen toekomst heeft. Landschapszorg Voor het gehele grondgebied moet een landschaps- beleidsplan worden opgesteld in overleg met de eigena- ren/beheerders. De gemeente moet voldoende man- kracht en middelen beschikbaar stellen voor de uitvoering. Monumentenzorg Grote delen van de gemeente zijn onlangs bestem- peld tot Belvedere-gebied, een onderstreping van de cultuur-historische kwaliteit. Binnen de grenzen van de nieuwe gemeente liggen 131 rijksmonumenten waaronder 8 beschermde buiten- plaatsen. Verder telt men 76 gemeentelijke monumen- ten en 2 beschermde dorpsgezichten. De nieuwe gemeente is daarmee een gemeente geworden. Dit maakt het noodzakelijk te voorzien in een behoorlijke deskundigheid zowel op procedureel als technisch gebied. Een deskundige monumenten- commissie speelt hierbij een belangrijke rol Planologie Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet men zich realiseren dat landgoederen zich ook in deze dyna- Deze zomer werd de hertenschuur in de wildbaan gerestaureerd. Foto: J. Mulder mische tijd in stand moeten kunnen houden. Dit bete- kent dat het bestemmingsplan voldoende flexibel moet zijn om nieuwe ontwikkelingen op landgoederen mogelijk te ntaken, uiteraard onder de voorwaarde dat de essentiele waarden van landgoederen niet geschaad worden. Het gaat hierbij onder andere om karakteristie- ke agrarische bebouwing die zijn oorspronkelijke func- tie verloren heeft. Bij de ontwikkeling van nieuwe bedrijfsterreinen, woningbouwplannen en infrastructuur moet de schade aan natuur en landschap tot een minimum beperkt blij- ven; dit betekent bijvoorbeeld dat in de toekomst niet iedere kern over een (nieuw) bedrijfsterrein kan beschikken maar dat dit geconcentreerd wordt bijvoor ­ beeld bij Goor. Bedrijfsterreinen horen niet thuis in de Ecologische Hoofd Structuur en bij landgoederen. Verkeer Verschillende wegen doorsnijden de Ecologische Hoofd Structuur. De barrierewerking moet worden ver- minderd door de snelheid middels fysieke maatregelen terug te brengen tot zestig kilometer per uur. Waar dit niet mogelijk is kan men denken aan wildtunnels, ras ­ ters en ecoducten. Recreatie De Hof van Twente ontleent zijn recreatieve aantrek- kelijkheid aan de ruimte en de rust. Grootschalige en lawaaiige vormen van recreatie horen hier niet thuis. Om de recreatie in goede banen te leiden moet een zoneringsplan worden opgesteld en uitgevoerd. Dit houdt in dat recreanten worden opgevangen aan de rand van kwetsbare gebieden, zoals landgoederen. Wegen binnen een dergelijk gebied zijn uitsluitend bestemd voor langzaam verkeer met uitzondering van aanwo- nenden. De landgoedeigenaren zijn gaame bereid de bossen open te stellen voor het publiek. Tegelijk verwachten zij hierbij steun van de politie en de gemeente om negati ­ ve bijverschijnselen zoals vuilstort, vandalisme, stro- perij etc. te bestrijden. Kernpunten Voor de instandhouding van de landgoederen is het noodzakelijk dat het gemeentebestuur zich inspant om: • de grondgebonden landbouw op de landgoederen te behouden • het kostbare beheer van het landschap financierbaar te houden • voldoende mankracht en middelen voor de monu ­ mentenzorg beschikbaar te stellen • de herbestemming van karakteristieke bebouwing mogelijk te maken • onwenselijke planologische ontwikkelingen op of nabij landgoederen tegen te gaan • het gemotoriseerde verkeer door en langs landgoe ­ deren te beperken • voldoende mankracht in te zetten voor de handha ­ ving van Wetten Overijssels Particulier Grondbezit