pagina 4 winter 1999

Onder de bomen is het goed toeven. Foto: C. Niemeijer. uit de kan moet halen, voordat je hem afschrijft. Het wel- zijn van de dieren telt bij ons ook zwaar mee. Als je stress- factoren voorkomt, zul je zien dat het dier zich beter gaat voelen en meer produceert. Je gunt het dier bij voorbeeld de kans om beter zelf immuniteit op te bouwen. Je zult dan uit- eindelijk minder medicijnen nodig hebben. Ook de bewerking van het land gebeurt anders. Wij mogen niet zomaar zuring, distels en dergelijke met bestrijdingsmiddelen spuiten. Onkruid moet hier handma- tig worden verwijderd. Een hele klus, maar beter voor het milieu". Melk De familie Niemeijer beseft dat het melken van schapen hier nog veel vraagtekens oproept: "De Friese en Zeeuwse Melkschapen zijn zeer geschikt voor de melkproductie. Melkschapen produceren 350 tot 550 liter per jaar. Scha ­ pen kennen een piek van 2 tot 3 1/2 liter per dag. Ze worden net als koeien tweemaal daags gemolken. Hun lactatiepe- riode is negen tot tien maand, van januari tot eind oktober. Daama staan ze enkele maanden droog. Ze lammeren af in januari of februari. De lammeren worden separaat opge- fokt. Je kunt bij tweehonderd schapen rekenen op zo vier- honderd lammeren. Een deel hiervan wordt voor vervan- ging en uitval aangehouden, de rest wordt verkocht. Schapen zijn kieskeurig en daarom krijgen ze gemengd voer aangeboden: kuilvoer, mais, brokken, gerst en bier- borstel. Voor een optimale melkproductie zul je wel vijf keer per dag voer moeten aanbieden". Schapenkaas De melk wordt op het bedrijf in een melktank gekoeld opgeslagen. Twee tot drie keer per week zal de melk door de familie Niemeijer zelf naar een zuivelboerderij in de regio worden gebracht. Daar laat men de schapenmelk ver- werken tot harde schapenkazen van vier tot vijf kilogram. Deze worden dan afgezet via de (groot)handelskanalen. Een deel ervan zal naar Duitsland gaan. Afhankelijk van de vraag wordt later overwogen of men ook fetakaas, schapenyoghurt of zelfs schapenijs zal laten maken. "Schapenkaas is niet te vergelijken met koeien- of gei- tenkaas, maar heeft een geheel eigen karakter. Het is zacht, vol en romig van smaak. Mensen die geen koeienmelk kun- nen verdragen, nemen vaak hun toevlucht tot geitenmelk. Er bestaat ook een groep waarvoor geitenmelk zelfs geen uitkomst biedt. Deze mensen vinden vaak baat bij scha ­ penmelk en schapenkaas. Het is namelijk nog beter ver- teerbaar. Huisverkoop wordt voorlopig nog niet overwo ­ gen, maar is wellicht in de toekomst een optie", zegt Karin Niemeijer. De nieuwe pachters ervaren duidelijk een band met het landgoed Twickel: "Wij vinden dat we in een prachtige omgeving wonen. Het is een uniek landschap met prachtig onderhouden pachtboerderijen. Ik geloof zeker dat er een bepaalde band onder de Twickelpachters bestaat. Wij heb ­ ben de hier in de buurt als zeer prettig erva ­ ren en ook onmisbaar voor ons in deze startperiode. Ik hoop dat wij voor wat betreft ons bedrijf kunnen profiteren van het positieve imago van Twickel en dat Twickel op haar beurt zal kunnen profiteren van het imago van ons biolo- gisch bedrijf. Want als het Twickel goed gaat, gaat het de pachters goed en omgekeerd”. Erve Klein Wicherink. Foto: J. Mulder.