pagina 4 voorjaar 2006

Inflatie van het begrip landgoed Waarom moet Twente op de kaart worden gezet als “het landgoed van Nederland?” Wat heeft een bungalowpark met een landgoed te maken? Het antwoord is waarschijnlijk dat het woord landgoed iets te maken heeft met landschappe- lijke kwaliteit, harmonie, duurzaamheid en misschien nog wel meer fraaie eigenschappen. Als beheerder van een landgoed zou ik me wellicht moeten verheugen over de populariteit van het woord landgoed. Toch heb ik daar 1/eel moeite mee als het gaat om zaken die zo weinig met het klassieke landgoed van doen hebben. Blijkens een artikel in Tubantia van enkele maanden geleden heeft hetTwents Bureau voor Toerisme een nieuw toeristisch con ­ cept voor Twente bedacht. Volgens direc- teur Jeroen Enkelaar moet de slogan “Twente, het landgoed van Nederland” kwaliteit, klasse en degelijkheid uitstralen. Allerlei bestaande activiteiten zouden goed in dit beeld passen: de Military Boekelo, aantrekkelijke stadjes als Ootmarssum, evenementen in de steden … De veertien Twentse gemeenten en het bedrijfsleven schijnen het nieuwe concept omarmd te hebben. Wat zou men eigenlijk met de echte landgoederen voor hebben?? Het is natuurlijk heel handig van de initia- tiefnemers om hun plan voor een bunga ­ lowpark tussen Goor en Markelo de naam “landgoed Hof van Twente” mee te geven. Het combineert de prettige associaties van het woord landgoed met de naam van de nieuwe gemeente. Een gemeente diezich- zelf graag profileert als een aantrekkelijk gebied rijk aan natuur en landschap. Voor de aardigheid heb ik de verschillende verkiezingsprogramma’s op dit punt eens naast elkaar gezet. Tot mijn verbazing schenken slechts twee van de zes partijen die deelnemen aan de gemeenteraadsver- kiezingen aandacht aan natuur en land ­ schap: de PvdA en Gemeente Belangen. De andere partijen, met het CDA voorop, zijn geheel gefocust op de economische activi ­ teiten op het platteland zoals het toerisme. Ze willen allemaal dat er meer recreatiemo- gelijkheden komen. Dat is goed voor de economie. De komst van een groot bunga ­ lowpark in een fraai open landschap vinden ze 00k geen probleem. Erger is dat deze partijen het kennelijk niet nodig vinden dat de gemeente zich bezig houdt met de in- standhouding van natuur en landschap. Toch is dat de basiskwaliteit van onze ge ­ meente. Was dat vroeger een gratis bypro ­ duct van de agrarische sector, met de sterke schaalvergroting blijft dat beslist nietzo. Zonder een behoorlijke beloning van de boer voor zijn bijdrage aan de in- standhouding van natuur en landschap (“groene diensten”) zal hij uit het klein- schalige landschap vertrekken. Als de be ­ heerder wegvalt zal het financieel onhaal- baar blijken ons aantrekkelijke Twentse landschap te onderhouden. Als u dit leest zijn de verkiezingen al weer achter de rug. U kunt mij dus niet betichten van het uitbrengen van een stemadvies! In onze contacten met de nieuwe gemeente- raad zullen we zeker proberen dit onder- werp alsnog op de agenda te zetten. Uw hulp daarbij is meer dan welkom! A.H. Schimmelpenninck