pagina 4 najaar 2007

Verwelkomd door … Het leek alsof augustus ons in een dag alle ellende van juli wilde doen vergeten. Het zwerk strakblauw, een zon die triomfantelijk de overwinning vierde, vakantie- en andere gangers die eindelijk de korte broek hadden aangedaan en een vorstelijke ontvangst op Erve Klein Avest. “Zuurstofgebrek,” antwoordde Jan Her- brink op mijn vraag waarom ze destijds naarTwickel waren verhuisd. Samen met echtgenote Joke ter Hellen (medewerkster van de bibliotheek van de UT) dochter Floor en zoon Douwe bewoont Jan, die zich omschrijft als ‘leverancier van passie en schranderheid in dewijnbouw,’ Erve Klein Avest in de buurtschap Oele. In 1997 startte voor hen een nieuwe fase in hun leven door hun verhuizing van Almelo naar dit schitterende plekje op Twickel, waar zeven pauwen boven op het dak van de boerderij gezeten hen een luid- ruchtig welkom toesnavelden. Niemand wist hen te vertellen waar de vogels van- daan kwamen of van wie ze waren. Het gezin beschouwde het maar als een bizar doch ongetwijfeld gunstig voorteken. Plek De dieren verdwenen weldra naar een onbe- kende bestemming en maakten plaats voor een prachtig boerenerf met boerderij, kap- schuur en Twickeler schuur. Beukenhagen, noten-, linde- en kastanjebomen, stinzeplan- ten, gazons, zitjes en een fruitboomgaard met schapen volgden na een ingrijpende sanering en dito verbouwing. Eerst het woongedeelte en later de Twickeler schuur, die op ingenieuze wijze van een zolderver- dieping met ramen is voorzien, zonder dat dit aan de buitenkant opvalt. De schuur is het hart van Jans bedrijf; agent- en impor- teurschap van wijn uit landen als Frankrijk, Italie en Spanje. Hier heeft hij zijn kantoor en een schitterend geoutilleerd proeflokaal. Gezeten in de schaduw en verwend met een ware English tea, vertellen Jan en Joke ons enthousiast over hun nieuwe leven op deze plek, waar ze, zoals dat vaker gaat, tij- dens een fietstocht toevallig mee kennis- maakten. “Deze plek was het, deze plek voelde goed en moest het zijn en deze plek werd het,” vertelt Joke. Het prachtig onderhouden erf, de mooie gazons en de strak geschoren beu ­ kenhagen, allemaal vanuit het niets opge- bouwd, zetten haar woorden kracht bij. Ook de kinderen waren tevreden met deze stap, buitenaf wonen en toch op fietsaf- stand van scholen, sportvelden, vrienden en vriendinnen. Joke werd direct lid van de plaatselijke gymnastiekvereniging, wat hun integratie als eerste ‘burgers’ in de buurt enorm bespoedigde. Na enig speurwerk vonden ze uit wie hun ‘noabers’ waren en een intrekkersmaal volgde, zodra de boer ­ derij maar enigszins toonbaar was. “Buitenaf wonen is vrijer, maar ook com- plexer,” fllosofeert Jan. “Je kunt je eigen gang gaan, maar het betekent natuurlijk wel meer werk dan bij een rijtjeshuis in de stad. Bovendien moet je, meer nog dan anders, zorgen voor een goed contact met je buren en moet je voor elkaar klaar staan als dat nodig is. “Natuurlijk is door mechanisatie veel ‘noaberhulp’ niet echt meer nodig, maar helpen bij een moeilijke bevalling van een koe komt best nog wel eens voor.” Cider Aanvankelijk was er een plan om op de es naast het huis wijndruiven aan te planten, een gestaag groeiende nieuwe agrarische tak in ons land. De grond echter was daar- voor niet geschikt en een alternatief werd gevonden in een fruitboomgaard voor het huis. Uit landschappelijk oogpunt ook een beter idee en bovendien waren er voor de oorlog meerdere hoogstamboomgaarden in de omgeving geweest. Er werd overigens niet zomaar voor fruitbomen gekozen, maar voor appel- en perenbomen uit Nor ­ mandie, die slechts voor e£n doel geschikt zijn; de ciderproductie. Cider is in ons land nog nauwelijks in zwang, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Engeland en Noord – Jan (links) begeleidt het proeven.