pagina 4 lente 1998

ren. Hieruit kunnen we opmaken dat de bouwhuizen als volgt zijn ingedeeld. In het Zuidelijk Bouwhuis vond men op de benedenverdieping “de rentmeesterij, het bakhuis en brouwerij. het koetshuis (dat in gebruik was als tuigenka- mer), de paardestal, de koetsierskamer en de bouwpaarde- stal”. Het Noordelijk Bouwhuis bood gezien vanaf het kasteel plaats aan “het turfhuis, het slagthuis, de vleeskamer zoge- naamd en de kanier daarnaast, de verfwinkel, de kooren- zolder, de booven jagerskamer en de stal”. Verder is er sprake van “de zolders boven de stallen”, waarbij het waar- schijnlijk gaat om zolders boven de verschillende stallen in het Zuidelijk Bouwhuis. De sobere inrichting van de rentmeesterij bestond uit: “een ijzeren kist, een waschtafeltje, een tafel met een geld- lade, zes stoelen met matten, een ledikant met sitce gordij- nen, en een kastje”. Een deel van het archief van de rentmeesters is terecht gekomen “op de vleeskamer zogenaamd”. Het ziet er niet best uit. Bij en door elkaar treft men er: “een ijzere kist. een pak boeken, scheurpapier (!), oude folioboeken gedeelte- lijk leesbaar en onleesbaar alle defect door ouderdom, oude journalen van (rentmeester) Westerloo“, – die er nu niet meer zijn en zo gaat het nog zo’n twintig nummers verder. In 1838 kocht de eigenaar van Twickel, J.D.C. van Heeckeren, van C.H.F. Putman Cramer het huis Vijvershof aan de Hengelosestraat in Delden. Korte tijd daarna werd in dit pand een rentmeesterskantoor ingericht. De Oude Rentmeesterij in het bouwhuis ging zijn winter- slaap in. Meestal stond de ruimte leeg. Af en toe werkte er een meubelmaker en op de bovenverdieping waren slaap- kamers ingericht voor personeelsleden. Kasteel en bouwhuizen De restauratie van de Oude Rentmeesterij vormt de afsluiting van een langdurig project ter restauratie van het kasteel en de beide bouwhuizen. In 1978 werd hiermee begonnen. Personeelsleden van het aannemersbedrijf Warmes uit Lattrop en leden van de bouwploeg van Twickel gingen samen aan het werk. In de zuidvleugel van De bouwkundig opzichter van Twickel Johan Holterman, rechts, overlegt met de tim- merman van de firma Warmes, Gerrit Sanderink. Foto: J. Mulder. Bouwkundig opzichter Johan Holterman is de uitvoerder van alle bouw- activiteiten. Hij onderhoudt contacten met archi- tecten en coordineert de werkzaamheden op de bouwvloer. Hij maakt het “kostenplaatje”, bespreekt de volgorde van de werkzaamheden, en ziet toe op de dagelijkse gang van zaken. Holterman staat aan het hoofd van de Twickelse bouwploeg. Deze bestaat uit twee schilders en drie timmerlieden. Daarnaast werkt Holterman veel samen met personeelsleden van de firma Warmes. Johan Holterman heeft op Twickel al het nodige meegemaakt. In 1969 begon hij er als timmerman. Naenigejaren werd hij aangesteldals voorman. Al doende deed hij zoveel ervaring op, dat hij in 1991 in aanmerking kon komen als opvolger van de overleden opzichter Johan Brinkers. Een hele sprang zoals Johan Holterman zelf opmerkt. Maar dankzij steun van zowel de rent ­ meester als de mensen van de boekhouding en het secretariaat kon hij zich al snel in de nieuwe situ- atie thuis voelen. Het dagelijkse werk van de Twickelse bouwploeg bestaat uit het onderhoud van gebouwen. De schil ­ ders en timmerlieden van de eigen bouwploeg werken aan verschillende monumenten en dienst- gebouwen van Stichting Twickel. Ook zorgt de Stichting zelf voor het onderhoud van de 113 pachtboerderijenen47 huurhuizen. Hiervoor wor- den verschillende schildersbedriiven ingescha- keld. Pachters die willen uitbreiden of verbouwen moe- ten dit zelf bekostigen. Twickel houdt daarbij toe- zicht op de bouwplannen. Dat geldt ook voor de erfpachters. Hoewel zij eigenaar zijn van de opstal, moeten zij voor een verbouwing overleg plegen met de bouwkundig opzichter Johan Holterman.