pagina 4 lente 1995

pakken klaarleggen en vrijwilligers benaderen voor de assistentie bij het evacueren van het wild, dat door het was- sende water op eilanden komt te zitten. Vrijwilligers is geen enkel probleem. Alle jachtopzichters van Brummen tot Rheden en een aantal vaste drijvers helpen mee. Het begint in Leuvenheim (Brummen) op de Koewaard; hier heeft Twickel 25 ha. uiterwaardengrond in eigendom en beheer. Dit gedeelte stroomt het eerst onder. Zo’n 20 hazen weg- gevangen en op hoger gelegen stukken losgelaten. Vrijdag27januari Lobith 15.00 + 0.35 ledere ochtend nog voor het licht wordt, even gauw kij- ken hoe snel de rivier is opgekomen. Vandaag worden er hazen gevangen in de Fraterwaard te Doesburg, ongeveer 40 stuks. Kan nog niet optimaal gebeuren, omdat de water- stand nog te laag is. Klinkt vreemd, maar de hazen moeten echt opgesloten zitten op een klein eiland, voordat ze zich laten vangen. Ze worden dan van de eilandjes, welke zeker onder water zullen verdwijnen, afgejaagd en al zwem- mend met een schepnet uit het water gevist. Hazen kunnen primazwemmen, maarraken verstrikt in prikkeldraad van afrasteringen. Gevangen wild wordt losgelaten op hoger gelegen plaatsen; van waaruit ze bij zakkend water weer terug kun ­ nen gaan naar hun oorspronkelijke leefgebied. Loon- werker Derksen maakt zijn amfibievoertuig klaar om te zorgen dat de melk van de pachters in de Fraterwaard afge- voerd kan worden.Deze trekker kan door en waterdiepte van 1.60 meter rijden. De pachters hebben allemaal een opslagcapaciteit voor ongeveer drie dagen. Zaterdag28januari Lobith 15.39 + 0.82 In de Fraterwaard te Ellecom 15 hazen weggevangen, en in Doesburg ook nog 5 hazen van eilanden gehaald. Van zaterdag op zondag 00.00 – 02.00 nog even rond op jacht naar stropers. Want wat is er gemakkelijker dan hazen van ­ gen van de eilandjes waar ze opgesloten zitten. In de Fraterwaard moeten morgen alle hazen worden wegge ­ vangen. Zondag 29januari Vanmorgen bleek het water zo snel gestegen te zijn, dat er niets meer te redden was in de Fraterwaard. Een com ­ plete en onaangename verrassing. Een deel van de hazen heeft de terpen bij de pachters gevonden, maar er zijn ongetwijfeld een aantal hazen verdronken. Vandaag gaan we naar de Havikerwaard. Het eerste doel is een reegeit met twee kalfjes redden. Het lukt om de reeen uit het water te halen en naar het hogergelegen bosgebied te evacueren. Twee andere reeen houden zich schuil in het parkgedeelte van het „Hof te Dieren”. Vandaag hebben we een aantal landschappelijke beplantingen afgevaren, waar konijnen zich omhooggedrukt in de toppen vasthouden. Als deze niet binnen enkele dagen gered worden verdrinken ze alle ­ maal. Vandaag 40 konijnen en 20-hazen in veiligheid gebracht. Maandag30januari Lobith 16.35 + 0.36 Nog 24 konijnen en 1 haas gered. Samen met collega De Fraterwaard in 1926 Tijdens de recente wateroverlast verwezen de media regelmatig naar de hoge waterstand in 1926. Ook voor de Fraterwaard was de toestand toen bedreigend. De toenmalige rentmeester van het Hof te Dieren, J.W. Zomer, hield het hoofd echter koel. Hij wist op dit gebied wel van wanten. In 1920 was de situatie ook al kritiek geweest. In zijn correspondentie met de baron en de rentmeester van Twickel bracht Zomer op nuch- tere wijze verslag uit. Op 31 december 1925 meldde hij, dat er roeiboten beschikbaar waren voor de boerderijen. Waar het water in de stallen dreigde te komen, werd voor het vee een ander onderdak gezocht. Nadat het water tijdens de erop volgende dagen nog was gestegen, trad op 3 januari 1926 een lichte daling in. In de boerderijen de Waardmansplaats en de Weiwachter stond het water wel een voer hoog in het achterhuis. Met de in opdracht van de baron aangevoerde planken zijn zoda- nige verhogingen getimmerd, „dat het vee zoo goed als volkomen droog ligt”. Er was geen betekenende afspoeling. Bij Lucassen op de Waardmansplaats was de gangvloer „een zeer klein weinigje verzakt”. Op 6 januari was de weg naar Doesburg nog over- stroomd, maar de waterstand was toen toch zodanig dat men de tocht met een automobiel al weer kon maken. Daarmee was het gevaar nog niet helemaal geweken. Op 21 februari steeg het water snel. De gras- landen langs de IJssel stonden weer onder water. Maar daarbij bleef het. Al spoedig ging men over tot de orde van de dag. De Waardmansplaats kreeg een vrijwel geheel nieuw achterhuis en op de Kockingsbouwing werden de vee- stallen verbouwd tot groepsstallen. Door de ervaring wijs geworden liet men de zolders boven de stallen verhogen en kreeg de paardestal een plaats in de hoger gelegen schuur. Jan Holtslag de situatie opgenomen bij de pachters. Op het eerste gezicht lijkt het of de zaak in de hand te houden is, maar om 18.00 uur wordt er door H. Lucassen gebeld; het water stijgt zo hard dat de nooddijken snel opgehoogd moeten worden. Hetzelfde geldt op dat moment voor de dijken bij W. Lucassen. Inmiddels is ook de brandweer ingelicht. Met twee boten en zes enthousiaste vrijwilligers gaan we helpen om de dijken op te hogen. Er zijn inmiddels ongeveer 25 brandweerlieden bezig met het vullen van zandzakken en het verstevigen en ver ­ hogen van de nooddijken bij de twee pachters (via het por- tofoonkanaal van de Brandweer worden ze Lucassen I en Lucassen II genoemd). Alle registers worden opengetrokken. Zakken worden gevuld, reeds gevulde zakken worden per boot aange- voerd, koffie en soep komt ter plaatse. Ook de burgemees- ter komt polshoogte nemen en dringt aan op evacuatie. Hier willen de beide pachters voorlopig nog niets van