pagina 4 lente 1994

werd hij onderbaas op de kasteelboerderij. Toen wij de boerderij betrokken bleek een groot gedeelte van het gebouw in een zeer slechte, zelfs bouwvallige, staat te ver- keren. Een gedeelte, zeg maar aan de straatkant, was niet meer geschikt voor bewoning. Wij woonden dan ook aan de achterzijde, ongeveer waar nu de secretaresses werken. Op de bovenverdieping bevond zich een enorme koren- zolder. Verder herinner ik me de grote koeiestal en paar- destal.” Boerderijpersoneel De heer Hietbrink weet zich nog verassend veel namen uit die tijd te herinneren. Dan komen de fotoalbums op tafel en moeiteloos somt Hietbrink de namen op van de op Toen Zonneberg, die ook aan de Twickelerlaan woon- de, stierf, verhuisde de familie Hietbrink naar diens huis. De Boer, die aan het einde van de oorlog door de Duitsers werd doodgeschoten, woonde in een huis ongeveer waar oud-bosbaas Te Veldhuis nu woont, nabij de kruising Twickelerlaan-Bomsestraat. Hietbrinks vader moest van de barones na de tragische dood van De Boer het roer over- nemen. Na Hietbrink boerde van 1962 tot 1972 de heer Jan Kooiman op de kasteelboerderij. Marinus Koebrugge ver- teltdatzijnbroer Johan zo’ndertigjaar(van 1941 tot 1972) van zijn leven gewerkt op de boerderij gewerkt heeft. Hij droeg zorg voor het melkvee. Later werkte Johan ook nog bij de gemeente. Marinus zelf, die eerst in de Twickelertuin werkte, heeft vanaf 1973 in de monumenta- Barones bezorgde zieken wijn of soep Marinus Koebrugge vertelt hoe hij begin 1945 op de boerderij kwam werken, maar al spoedig moest hij van de baro ­ nes de tuin in. Daar heeft hij lange tijd met veel plezier gewerkt. Marinus, die vaak met de barones in de tuin was, bewaart goede herinneringen aan haar: „Ze was een goed mens. Ze kon natuurlij k wel eens kwaad worden, maar ze zou jenooit commanderen; altijd was het ‘Koebrugge, zouje misschien, kunje..’” „Ze was eens, en dat moet eind jaren zestig ofbegin jaren zeventig zijn geweest, helemaal naar de moestuin gelopen om daar eens even rond te kijken. Ik was daar toen met een kleine trekker om zand voor de siertuin op te halen. De baro ­ nes was zo moe van de lange wandeling, dat ze me vroeg of ze met me op de trekker terug mocht richting kasteel. Nadat ik stoel op de trekker had geplaatst, tilde ik er haar bo ven op en zo reden we terug richting kasteel door de Twickelerlaan. Dat ging primal”, zo vertelt Koebrugge. Hietbrink, Wes en Koebrugge herinneren zich alle drie nog goed hoe de barones van tijd tot tijd bij haar ‘buren’ in de Twickelerlaan op koffievisite kwam. Ze maakte graag een praatje. Ook als er iemand ziek was of als er ergens een baby was geboren, kwam ze ofpersoonlijk op bezoek of liet zij informeren wat men wenste om aan te sterken: wijn of soep. Dat werd dan door de huisknecht gebracht.” de oude foto’s afgebeelde personen. Dan vervolgt hij zijn verhaal: „De heer De Boer was toen de hoofdbaas, een soort opzichter over de eigen boerderijen. Naast mijn vader waren er nog diverse voermannen op de kasteel- boerderijen werkzaam. Die voerlui moesten vroeger onder andere hout met trekpaarden uit het bos slepen en de akkers bewerken. Zo herinner ik me nog de namen van enkelen van hen: Krommendam, Paskamp en Willemsen. Lammersen was de vaste melkman die de melk met de melkkar naar de melkfabriek bracht. Verder werkten er, meen ik, nog Dreteler, Brunnekreef en Van der Meen als seizoenkrachten. Die moesten bijvoorbeeld grasmaaien in het park met de zeis, blad- en mesthopen omzetten. Het boerderijpersoneel werd ook ingezet om het bladafval van de heggen (ook langs paden in Delden), die de bosploeg voordien gesnoeid had, op te ruimen. Al met al werkte er toentertijd zo’n tien man op de boerderij. Toen in 1936 de baron overleed moesten er bij ons enkele mensen uit, onder meer de losse seizoensarbeiders zoals de oude Van der Meer.” Oorlogsslachtoffer „Van tijd tot tijd kwam rentmeester Bitter een kijkje nemen op de boerderij. Hij deed zijn ronde altijd op de fiets en niet met de Ford met het kenteken E-580, die hij voor zijn werk tot zijn beschikking had. Op donderdagavond moest mijn vader verder altijd met zijn urenboekje en rekeningen naar de hoofdbaas De Boer om verantwoor- ding af te leggen.”, vertelt Hietbrink. le boerderij aan de Twickelerlaan gewoond en gewerkt, samen met zijn broer Johan enzusTruus. In 1991 overleed Johan Koebrugge en bleven Truus en Marinus nog een tij d- je wonen aan de Twickelerlaan, voordat ze in 1992 ver- huisden naar de Marktstraat in Delden. Brutale fotografen Tot 1972 was de kasteelboerderij (ruim 20 ha.) nog vol- ledig in produktie en kende het nog eigen melkvee. Daama werd het uit de produktie genomen. Toch, zo vertellen Marinus Koebrugge en Hendrik Wes werd het nog niet direct geheel stil op de grote deel. Zo had, Wes die op de naburige boerderij „Braamrot” zat (30 ha.) nog regelmatig vee bij de Koebrugges in de kasteelboerderij op stal staan. „Ach, wij deden hier aan de Twickelerlaan altijd veel samen, om elkaarte helpen”, zeggenbeiden lachend. Maar in 1981 verlieten dan toch de laatste koeien de stal van de kasteelboerderij. Marinus hield toch nog een tijdlang wat jongvee aan en molk nog slechts een paar koeien in een schuur achter de boerderij. „Toen werd het ineens wel erg stil op de deel. Dat was wel even wennen”, zegt Truus Koebrugge, die zich inmid- dels bij de drie aan tafel heeft gevoegd. „We hadden natuurlijk wel veel aanloop van allerlei mensen van Twickel, zoals van de bosarbeiders, de schilders en de tuin- lieden. Dat was wel erg gezellig natuurlijk.” „Wij hebben altijd met veel plezier aan de Twickelerlaan gewoond, maar op het laatst werd het wel erg groot voor ons beiden. We worden ook al wat ouder.”