pagina 4 herfst 1993

kennismaking. Nadat dit was gebeurd, hoorden we een lange tijdniets meer. We hadden Twickel al afgeschreven, toen we eind 1953 een positief bericht ontvingen. In mei 1954 ben ik daadwerkelijk begonnen omdat voordien nog geen woning beschikbaar was’. Niet lang na zijn aanstelling voltrok zich in de bosbouw een van de grootste veranderingen met de komst van de motorzaag. ’Dat betekende een geweldige productiviteits- stijging. Ook op Twickel werd de motorzaag al snel gebruikt. Toch ben ik blij dat ik de tijd van de bijl en de handzaag nog heb meegemaakt. In die tij d werden eiken en beuken nog gedeeltelijk uitgegraven en in de grond omge- hakt. Na de komst van de motorzaag heb ikheel lang moe- ten wennen aan al die afgezaagde stobben in het bos. Die zag je vroeger niet. Het is allemaal heel snel veranderd. Door de machines wordt nu 25 kuub hout in 20 minuten uit het bos gehaald. Vroeger deed je daar een hele dag over. Misschien halen ze over 40 jaar het hout wel met een heli ­ copter uit het bos’. Nog een belangrijke verandering in het bos voltrok zich na de sluiting van de steenkoolmijnen. Daardoor werden de gespeciaal geplante kaarsrechte naaldbomen opeens niets meer waard. Later kwam ook de klad in de prijs van eiken. ’De vraag naar houtsoorten is sterk afhankelijk van mode. Op dit moment is eiken helemaal uit. Jonge mensen willen op dit moment vooral lichte meubels van vuren en grenen hebben. De bekende meubelfabriek van eiken meu- belen in Oisterwijk heeft daardoor moeten sluiten’. Verdroging Behalve voor de houtproduktie -hout is altijd een belangrijke bron van inkomsten op Twickel geweest- werd het bos op Twickel ook gewaardeerd vanwege de schoon- heid en natuurwaarden. In veel gevallen werden bepaalde beplantingen speciaal voor het wild aangelegd. ’ Als dek- king voor het wild zijn overal rhodondendrons aangeplant. Achteraf moet je vaststellen dat het als tijdelijk dekking uitstekend is, maar als verblijfplaats ongeschikt omdat het onder de struiken altijd nat is. Ook uit bosbouwkundig oogpunt is de aanplant van zoveel rhodondendrons minder gelukkig is geweest, want er groeit verder niks onder’. Ten behoeve van de natuur werd in de loop van de jaren ook steeds kleinschaliger gekapt. Zogenoemde kaalkap van hele bospercelen kwam steeds minder voor en op tal van plaatsen werden geen jonge bomen meer aangeplant, maar ging men uit van natuurlijke verjonging. Daardoor kregen de bossen een steeds natuurlijker aanzien. Er ont- stonden ideeen voorgeintegreerdbosbeheer, waarbij meer dood hout in het bos achterblijft en het bos opener wordt gehouden om ruimte te geven aan struiken en planten. ’Ik ben wel een oudere bosbouwer, maar ik kan in deze ont- wikkeling beslist meegaan. Ik heb al gezegd dat een netjes opgepoetst bos van mij beslist niet hoeft’. Wie het over bossen heeft, kan niet om de zure regen heen na tal van alarmerende rapporten dat 80 procent van het Nederlandse bos zal sterven. ’Ik weet dat het mij door tal van mensen niet in dank wordt afgenomen als ik zeg dat het niet zo erbarmelijk slecht is. Ik ben het in ieder geval niet eens met mensen die zeggen dat zure regen de enige oorzaak is van slechte bosvitaliteit. Er is zeker iets aan de hand met de bossen en daarin speelt zure regen zeker een rol. Voor mij is het echter een samenloop van omstandig- heden, waarbij ook droogte een belangrijke rol speelt. Als je de afwatering op sommige plaatsen bekijkt, dan is dat een catastrofe. Wie iets voor het bos wil doen, moet dan ook niet alleen de luchtverontreniging aanpakken maar ook iets aan de verdroging doen’. Mondiger De belangstelling voor het bos is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Ook de readies op het kappen van bomen zijn steeds heftiger geworden. ’Ja, vroeger hoorde je nooit iets als er werd gekapt. Tegenwoordig wordt er soms heel emotioneel gereageerd. Toch wordt er op Twickel minder gekapt dan in het verleden. Ik kan de reac- ties overigens best begrijpen hoor. Twickel is in de loop van de jaren een beetje bezit van de mensen geworden. Veel meer mensen voelen zich bij Twickel betrokken dan in het verleden en dat is een goede zaak’. Steeds meer gebieden zijn de laatste jaren opengesteld voor wandelaars en fietsers. ’Je ziet tegenwoordig op steeds meer plaatsen mensen wandelen of fietsen. Ik weet nog dat vroeger mensen met de auto naat Twickel kwamen en dan de hele dag met een dekentje in de wegberm bij de moestuin gingen zitten. Het is trouwens nog steeds zo dat de drukste plaatsen op Twickel de delen zijn waar je gemakkelijk met de auto kunt komen. Grote gebieden zijn nog steeds erg rustig’. Problemen met bezoekers heeft Te Veldhuis weinig gehad. ’Natuurlijk zijn mensen steeds mondiger gewor ­ den, maar over het algemeen houden mensen zich keurig aan de regels. Problemen zijn er met sommige hondenbe- zitters. Er zijn er bij die twee jachthonden los laten lopen en lachen om een bekeuring van 25 gulden. ‘Daar hebben mijn honden mooi schik van gehad’, zeggen ze dan’. En dan waren er soms bosbrandjes. ’Die ontstonden meestal op plekken waar vaak jonge stellen neerstreken’, weet Te Veldhuis. Bosbouw was nooit een vetpot, maar tegenwoordig moet er geld bij.