pagina 4 lente 1991 tijdschrift

van het waterschap Regge en Dinkel kunnen ombuigen en maken we ons samen sterk om de weg Delden-Borne door het landgoed verkeersluw te maken”. Toekomst Beide voorzitters vinden dat het nieuwe Twickelblad zich niet moet verliezen in sombere bespiegelingen over ver- zuurde bossen, vergraste heide en onbetaalbare monumen- ten. Dat neemt niet weg dat er wel degelijk problemen op Twickel om een oplossing vragen. Zowel Boreel als Van It- tersum noemen daarbij drie zaken, die ondanks hun com- plexiteit moeten worden aangepakt. Dat is in de eerste plaats de relatie van de moderne land- bouw op het landgoed tot natuur- en landschapsbehoud. ”Dit is een van de ook uit economisch oogpunt moeilijkste vraagstukken. De belangen van de pachters zijn enorm. We kunnen tenslotte niet de moderne landbouw verbieden. Het is een nog niet uitgekristalliseerd probleem, dat echter langzaam naar een oplossing toegroeit”, voorspelt Boreel. Recreatiedruk Het tweede probleem is de financiering van het onderhoud van de monumenten op het landgoed. Jarenlang heeft Twickel kunnen aankloppen bij Monumentenzorg, maar nu dreigt de subsidiestroom te verminderen. Andere finan- cieringsbronnen moeten dan ook worden aangeboord. Een derde, maar niet minder groot probleem dat om een oplos ­ sing vraagt is de stroom bezoekers van Twickel. ”Veel mensen is slecht voor de natuur en het kasteel. We zullen de recreatiedruk in goede banen moeten leiden”, vindt Bo ­ reel. Dat geldt ook voor Van Ittersum die allerminst voor- stander is van openstelling van alles wat Twickel te bieden heeft. ”Het gaat onze leden om het behoud. Er valt op tal- loze manieren van Twickel te genieten. We zijn bijvoor- beeld als vereniging periodiek welkom op het kasteel. Dat is genoeg. We zitten echt niet te wachten op een permanen- te openstelling voor bezoekers”. Levend landgoed Nuanceverschillen over het toekomstig beheer van Twickel kunnen echter eveneens uit de monden van beide voorzit ­ ters worden opgetekend. Boreel legt de nadruk op een be ­ heer, als ’’levend landgoed”. ”De statuten van de barones zijn heel duidelijk om Twickel te bewaren zoals het is. Dat houdt echter niet in dat er niks zou mogen veranderen. Daar ben ik sterk tegenstander van. Twickel is een ’levend landgoed’ dat z’n interessante karakter juist heeft verkre- gen door de eigenzinnige en soms excentrieke opvattingen van de vroegere eigenaren. Deze waren soms zeer voor- uitstrevend zoals blijkt uit de aanleg van de Twickelervaart toen er van een Twentekanaal nog geen sprake was. Ook nu moet je openstaan voor de geest van de tijd. Alles laten zoals het is, is de dood in de pot voor een ’levend’ land ­ goed”, luidt de mening van Boreel. Van Ittersum bestrijdt het idee van veranderingen niet, maar heeft wel grote reserves: ’’Verandering is prima, maar Twickel moet wel zichzelf blijven. Juist daaraan is in deze tijd, waarin de wereld zo snel verandert, een grote be- hoefte. Bedenk dat je in deze tijd over technische mogelijk- heden beschikt die zaken in een mum van tijd kunnen veranderen waarvoor in het verleden een mensenleven nog tekort was. Dat neemt niet weg dat ook wij oog hebben voor hedendaagse behoeften. Wij hebben ons bijvoorbeeld nooit verzet tegen de aanleg van een golfbaan op Twickel. Maar dan wel op een plaats waar geen afbreuk wordt ge- daan aan natuur- en landschapswaarden”. Draagvlak In een tijd waarin de macht van het getal steeds zwaarder telt, is een breed maatschappelijk draagvlak voor het be ­ houd van Twickel als uniek landgoed belangrijk, zo erken- nen beide voorzitters. Het Twickelblad als bron van informatie en inspiratie, maar ook als podium voor uitwis- seling van ideeen en argumenten kan daarbij een belangrij- ke rol spelen. Van Ittersum is niet bang dat de waarde van Twickel slechts door weinigen worden erkend. ”lk geloof dat Twic ­ kel bij een breed publiek in Twente veel krediet heeft. Veel mensen staan welwillend tegenover Twickel en hebben een warm plekje in het hart voor het landgoed. Twickel kent een lange historie, maar heeft ook nog een grote toekomst voor zich”. …Organisaties zijn in de loop van de jaren naar elkaar loegegroeid…