pagina 35 herfst 1992

tuur van het gebied grotendeels onaangetast geble- ven. Wie de historische kaarten en de meest recente uitgave van de topografische kaart naast elkaar legt, komt tot de verrassende ontdekking dat de structuur van het landschap met eeuwenoude boerenerven gro ­ tendeels behouden is gebleven. Het Woolde beslaat in het totaal een oppervlakte van 250 hectare, waarvan 185 hectare in bezit is van de Stichting Twickel. Het vormt een belangrijke buffer tussen de stad Hengelo en het grote bosgebied van het Iandgoed Twickel. Het een belangrijk uitloopge- bied voor de inwoners van Hengelo die er volop wan- delen en fietsen. Het Woolde vertegenwoordigt echter ook een eigen specifieke natuur- en land- schapswaarde. Als gaaf oude hoevenlandschap wordt het landschap gekenmerkt door kleinschaligheid. Houtwallen, bos- jes, erfbeplantingen, essen, graslanden en wegen vor- men een grillig landschapspatroon met een hoge mate aan variatie. Daarbuiten vinden we in het Woolderbroek een zogenoemd broekontginnings- landschap dat veel opener is en een rechtlijniger ver- kavelingspatroon heeft. Hulshofbos Binnen het oude hoevenlandschap valt vooral de enorme schakering aan struik- en boomsoorten op. Maar liefst twintig soorten komen er voor, zoals eik, beuk, es, wilde kers, tweestijlige meidoorn, mispel en haagbeuk. De kruidlaag is op verschillende plaatsen eveneens opvallend rijk met soorten als gele dovene- tel, maagdenpalm, bosanemoon en donkersporig- bosviooltje. Een pareltje van twee hectare is het Hulshofbos dat wordt beheerd als een strikt bosreservaat waar geen bosbouwkundige ingrepen plaats hebben. Alleen bo- men die op agrarische grond vallen worden verwij- derd. Dit eiken-haagbeukenbos heeft een zeer soortenrijke struik- en kruidlaag die elder op land- goed Twickel nauwelijks wordt aangetroffen. De bo- men in dit bosgebied zijn zeker al 150 jaar oud. De fauna van het oude hoevenlandschap is eveneens opvallend rijk geschakeerd voor een gebied dat ligt in de stadsrand. We vinden er zoogdieren als de reeen, hazen, steenmarter, bunzing en hermelijn. Buizerd en boomvalk zijn er vaste broedvogel en in de wat rij- ke loofbosjes en houtwallen broeden de grote bonte specht, kleine bonte specht, groene specht, appelvink en bosuil. Ondanks het verdwijnen van de aan het grondgebruik gebonden akkerkruiden als koren- bloem en bolderik, komen we patrijzen als typische vertegenwoordigers van het agrarisch cultuurland- schap nog steeds tegen. Broekontginningen In de wat nattere broekbossen van es, populier en zwarte els vinden we houtsnip, ransuil, nachtegaal en wielewaal. In open delen van dit gebied leefden in het verleden vele weidevogels, zoals grutto, tureluur en kievit. Alleen de kievit is in het gebied nog aanwezig,