pagina 3 zomer 1997

1347 mei 20 (in den Pinsteren hiligen) Herman van Bechem, richter te Delden, Berent Puze, Johan Wessels, Johan Vrese, Gert Lubbertessone des Scroders to Ghore, Hinric Mel en Menso Smedinc, schepenen te Delden, oorkonden dat Berent van Hulsger, zijn vrouw Dayge en hun kinderen Vrederic, Herman, Johan en Berent, voor 125 mark getransporteerd hebben aan Hermanne van Twicclo, Engelbertessone, het huis to Eysinc, in het kerspel Delden, in de Grote Burscap bij het dorp, met turf, met gebruikshout en met al zijn toebehoren en opbrengsten, onder erkenning van de rechten van Werringer op een rente uit een gaarden, en van de rechten van Hasike to der Nortmolen en haar zuster op de katerstede; welke akte bezegeld wordt door de rich ­ ter en door de schepenen. Origineel op perkament met de uithangende, beschadigde zegels in bruine was van de richter en de schepenen van de stad Delden. Huisarchief Twickel, inv.nr. 2796. “In het verleden ligt het heden, in het nu, wat worden zal” Van het huis Eijsink tot de Stichting de rol van de vrouwen van Twickel De preek van dominee J.W. Samberg ter gelegenheid van de oprichting van de Stichting Twickel op 7 april 1953, een daad van afsluiting en tevens verder bouwen, was gebaseerd op de tekst “In het verleden ligt het heden, in het nu, wat worden zal”. Aan barones Van Heeckeren, de initiatiefneemster is het te danken dat Twickel voor de toekomst bewaard bleef. Dit is kenmerkend voor de geschiedenis van het landgoed. Vrouwen zijn voor het behoud van Twickel steeds de verbin- dende schakel geweest. Bij de jubileumviering krijgen zij eindelijk de aandacht, die zij verdiend hebben. Aafke Brunt “Het was Pinksteren. De bomen en het struikgewas waren met een groen bladerdak bekleed”. Een mooie gele ­ genheid om een gerechtsdag te houden. Dit zijn de eerste regels van het middeleeuwse dierenepos Van den Vos Reynaerde en zo begint ook de geschiedenis van Twickel. Op Pinksteren 1347 verschijnt Herman van Twickelo voor de rechtbank om van Berend van Hulscher en zijn familie- leden het huis Eijsink te kopen. Het huis Eijsink hekken, voor het binnen houden van de los rond lopende varkens. Deze hekken zijn nog te zien op de in het midden van de zestiende eeuw door Jacob van Deventer getekende kaart van Delden. Bescheiden begin De verkoper. Berend van Hulscher, moet de vader zijn geweest van Grete, de vrouw van Herman van Twickelo. Bij haar had Herman op het moment van de aankoop een zoon,eveneens Herman genaamd. DeZwolsearchiefamb- tenaren Gevers en Mensema hebben deze feiten afgeleid uit archiefstukken over de hof te Delden, een hoofdboer- derij. van waaruit verschillende andere goederen werden beheerd. In 1347 was deze hof te Delden een gezamenlijk bezit van de graaf van Bentheim en de bisschop van Utrecht. Het huis Eijsink vormde hiervan een onderdeel. Het begin is heel bescheiden geweest. Wei is er in de akte sprake van een huis, maar in de veertiende eeuw kan dit ook een boerderij zij n. Met name omdat uit de tekst niet blijkt dat de woning is omgeven door water of wallen. Van meer dan gewone omvang is wel het toebehoren, waarbij zich ook een watermolen bevindt. In een tijd, waarin meer in granen dan in geld werd betaald was een molen een belangrijk bezit. Herman van Twickelo verkrijgt het huis Eijsink bij het ‘dorp’ Delden in de buurtschap Deldeneresch onder twee voorwaarden: een zekere Werringer ontvangt gedurende zijn hele leven een rente (waarschijnlijk in natura) uit een gaarde (tuin) en een zekere Hasike en haar zuster mogen tot het overlijden van de laatste van de twee blijven wonen in de kleine boerderij bij de watermolen de Noordmolen. Onder het toebehoren wordt verstaan het gebied dat in zestiende eeuwse archiefstukken staat beschreven als de “kring” van Twickel, een gebied random het huis, dat de bewoner nodig had voor zijn levensonderhoud. Hierbij horen een stuk veen voor de winning van turf en stukken grand met gebruikshout. Rondom deze “kring” stonden Verplaatsing Volgens de overlevering heeft Herman van Twickelo het huis na de aankoop verplaatst: het oude Eijsink zou in de huidige Wildbaan hebben gestaan. De schrij ver en teke- naar dominee Craandijk die omstreeks 1876 op Twickel kwam schrijft hierover: “In de wildbaan wordt nog, aan’t eind eener laan, de plaats getoond waar dit huis heeft gestaan”. Dit is niet onmogelijk. Het Eijsink zou dan deel hebben uitgemaakt van de kring van boerderijen rondom de Deldeneresch. Op een negentiende eeuwse kaart staat de parklaan die bij deeikelschuuropdeTwickelerlaan uit- komt inderdaad nog aangeduid als de Eisinklaan.