Pagina 3 winter 2017

Een lezing geeft de Vrienden van Twickel inzicht in de totstandkoming van het Twickelblad.
Ze staan al bijna een jaar ongeduldig te trappelen; de midwinterhoornblazers van Stad & Ambt Delden. Tussen de eerste zondag van advent en Driekoningen zullen ze regelmatig hun klanken over het landgoed laten horen. Midwinterhoornblazers zijn fanatiek en erg gesteld op de
Ik hoop ook dat de aandacht in dit blad niet alleen leidt tot meer bezoekers maar ook tot meer leden. Jeugdige leden vooral, want er zijn weinig jongeren die ‘ boze geesten willen verdrijven’ of ‘de geboorte van het kerstkind willen aankondigen’. Terwijl verjonging met het oog op het voortbestaan van de traditie hard nodig is.
Veel verenigingen met een wat ouder dan gemiddeld ledenbestand hebben baat bij jonge aanwas. Ook de Vrienden van Twickel.
Tijdens een recente lezing over het Twickelblad kreeg ik de vraag
of er geen speciale jongerenpagina ingeruimd moest worden, of wellicht moest er zelfs een jongere in de redactie. Een lastige kwestie, want jongeren vergaren hun informatie doorgaans online en niet via papier. En zijn er op en rond het landgoed speci eke onderwerpen voor jeugdigen die de speciale aandacht rechtvaardigen? Het kasteel heeft in elk geval aantrekkingskracht op jongeren, want steeds meer scholen melden zich aan de poort, zo lezen we in dit nummer.”
De belangstelling neemt dusdanig toe dat de Stichting Twickel nadenkt over een actief educatiebeleid.
Is het een idee om tijdens zo’n cultuureducatief programma jongeren te laten blazen op de midwinterhoorn? Het mag wat mij betreft de ‘oale roap’ maar ook een modernere melodie zijn. De beste blazer krijgt een abonnement op het Twickelblad cadeau!
redactiE
Martin Steenbeeke
ISSN 0927­6548
regels. Wee je gebeente als je buiten het seizoen blaast! Tijdens een opname voor de radio bekende een blazer mij eens met zichtbaar plezier dat hij “zere lippen” van het blazen kreeg, maar na de uitzending was de boot aan. Deze uitspraak deed afbreuk aan
het serieuze imago. En is de ‘oale roop’ de enige melodie die ten gehore gebracht mag worden of mag je naar eigen goeddunken
in de hoorn blazen? “Ik jodel maar wat” erkende onlangs een midwinterhoornblazer tegen mij maar een collega die al langer zijn potje meeblaast, was het er duidelijk niet mee eens.
Oale roop of jodelen, zere lippen of een soepele mond; het maakt mij allemaal niet zo veel uit. Ik ben blij als ik straks tijdens een winterse wandeling weer de klanken van de blazers over het landgoed hoor.