pagina 3 winter 1994

Wildbeheerplan maakt afweging tussen jacht, natuur, landbouw en recreatie Stichting Twickel heeft het jachtbeleid afgestemd op totale beheer van Twickel Jacht en wildbeheer zijn van oudsher belangrijke activiteiten op landgoederen. Veel landgoederen danken er zelfs hun ont- staan aan; denk aan ‘t Loo en de Hoge Veluwe. Het Hof te Dieren werd door de stadhouders aangekocht en uitgebouwd vooral vanwege de mogelijkheid er te jagen. Albert Schimmelpenninck Ook op Twickel wordt de jacht van oudsher beoefend door de verschillende families die het huis bewoonden. Veel attributen in het kasteel herinneren aan de jacht. In de omgeving zijn verschillende gebouwen te vinden die met de jacht te maken hebben zoals de jachtopzichterswoning aan het Bomse voetpad en het jachthuis op de Deldeneres. Net als bijvoorbeeld het boerenbedrijf kent het jachtbedrijf zijn eigen tradities en vormt daarmee een belangrijk onder- deel van het cultured erfgoed dat Twickel tot zo’n bijzon- der geheel gemaakt heeft. Statuten Bij de oprichting van de Stichting Twickel in 1953 werd de opvatting van Bsse. M.A.M.A. van Heeckeren van Wassenaer over de jacht als volgt in de statuten vastgelegd: „ De jacht mag worden verhuurd, doch mag slechts beoe ­ fend worden, zoals een goed jager betaamt. De verschil ­ lende dier- en vogelsoorten, die geacht moeten worden in de bossen thuis te behoren, moeten in redelijke mate gespaard worden. Excessen mogen niet voorkomen; metde belangen van de landbouw moet rekening gehouden wor ­ den Bij nadere bestudering vindt men hierin de volgende ele- menten terug : „De jacht mag verhuurd worden”. Hierbij ging de stichtster er van uit dat de jacht in principe toekomt aan de eigenaar i.c. het stichtingsbestuur; zij geeft het bestuur dus het recht het jachtrecht te verhuren zoals dat vroeger ook steeds met delen van het landgoed gebeurde. Dat er gejaagd mag worden was in 1953 vanzelfsprekend. Blijkens de tweede zin moet een behoorlijke wildstand gehandhaafd worden behorende bij de biotoop en de draag- kracht daarvan. Gezien de grote diversiteit die het gebruik van cultuurgronden in 1953 nog kenmerkte wordt de jager nog geen actieve rol in het biotoop beheer toegedacht. De „ belangen van de landbouw ” kan zowel betrekking hebben op het tegengaan van wildschade als het voorko ­ men van schade door uitoefening van de jacht aan gewas- Historischefoto van een drijfjacht op Twickel uit circa 1890. Op de voorgrond de baron, samen met de andere jagers (‘geweren ’) en op de achtergrond de drijvers ofkloppers.