pagina 3 voorjaar 2009

Landschap volop in de Het laatste jaar staat de dreigende teloorgang van het Nederlandse landschap hoog op de politieke agenda. Veel mensen maken zich zorgen over de verrommeling van het landschap, vooral langs de snelwegen. Men begint zich te realiseren dat het weI aardig is om natuurgebieden uit te breiden maar dat de veel grotere rest van ons buitengebied niet aan zijn lot moet worden overgelaten. In de afgelopen maanden heeft een groot aantal organisaties het “Landschapsmani- fest”ondertekend. Hierin wordt de overheid uitgenodigd veel meer aandacht en geld ter beschikking te stellen voor het mooi hou- den van Nederland. Op verzoek van Minister Verburg van LNV heeft de commissie “Rinnooy Kan” het rap ­ port “Landschap verdient beter" uitgebracht. Deze commissie doet waardevolle aanbeve- lingen over de financiering van het land ­ schap. Men constateert terecht dat agrari- sche landschappen vanuitfunctionele eisen zijn ontstaan en niet om “mooi” te zijn. Nu de agrarische sector veel grootschaliger is geworden en het vaak lucratiever is de grond te bestemmen voor bedrijfshallen of andere niet-agrarische activiteiten bestaat de nei- ging om het landschap aan die nieuwe func- ties aan te passen. Houtwallen hadden vroe- ger een nuttige functie maar staan de moderne boer nu in de weg. Dat stedelingen houtwallen als waardevol zien zegt hem niet veel want die dragen niet bij aan de instand- houding. Rinnooy Kan constateert dan 00k terecht dat de overheid hier een belangrijke rol te vervullen heeft. In de eerste plaats door voor een goede ruimtelijke ordening te zorgen. Even belangrijk is er voorte zorgen dat de eigenaren en beheerders van het landschap financieel in staat worden gesteld om het landschap mooi te houden. Het gaat om forse bedragen in de orde van 500 mil- joen euro per jaar. In de onlangs door de ministers Verburg en Cramer uitgebrachte “Agenda Land ­ schap” komt men niet verder dan ca. 50 miljoen per jaar. Voor het merendeel gaat het om bestaande budgetten. Het is duide- lijk dat we er zo niet uitkomen. Tot over- maat van ramp is de ruimtelijke ordening 00k niet meer wat die geweest is. Tegen- woordig is dit vooral een zaak van gemeen- ten en provincies. De praktijk leert dat die het moeilijker hebben om weerstand te bieden aan plaatselijke economische be- langen dan “rijksheren”. Op landgoederen zoals Twickel hebben we even goed met de schaalvergroting van het boerenbedrijf te maken. Ook komen we wel eens in de verleiding iets lucratievers met de grond te doen. De meeste land- goedeigenaren zijn misschien wel te karak- teriseren als idealisten die veel gevoel heb ­ ben voor het landschapsschoon. Wellicht is daarom het landschap op landgoederen veel minder aangetast dan daar buiten. De huidige brede belangstelling voor het land ­ schap is zeker ook voor landgoedeigena- ren zeer welkom. Het is nu de kunst om dit brede draagvlak om te zetten in de no- dige maatregelen. A. H.Schimmelpenninck De Deldener Esch, gezien vanaf de watertoren.