pagina 3 lente 1996

lntensieve veehouderij op landgoederen vraagt om nieuwe aanpak Omvang veestapel en landbouwareaal weer in evenwicht brengen Sinds een jaar of tien wordt de „intensieve veehouderij” ver- eenzelvigd met negatieve verschijnselen zoals mestover- schotten, ammoniakuitstoot en legbatterijen. Ook op land ­ goederen komt intensieve veehouderij voor. Albert Schimmelpenninck Wat verstaan we onder intensieve veehouderij en welke voor- en nadelen zijn hieraan verbonden? De Winkler Prins zegt „intensieve veehouderij of bio-industrie zijn vormen van veehouderij – vooral van pluimvee, varkens en vleeskalveren – die worden gekenmerkt door hun grote omvang en de sterk op efficiency gerichte bedrijfsvoering. Beide kenmerken zijn onder invloed van de technische ontwikkelingen in de landbouw steeds sterker op de voor- grond gekomen waardoor het grondgebonden karakter van deze vormen van veehouderij grotendeels verloren is gegaan”. Tot in de vijftiger jaren was de veehouderij in ons land – en dus ook op de landgoederen – sterk grondgebonden. Het voer voor de veestapel werd vooral op eigen grand ver- bouwd en de mest ging weer terug naar dezelfde percelen ten behoeve van de gewassen in het volgende groeisei- zoen. Zo bleven de mineralen binnen het eigen bedrijf in een natuurlijke kringloop. Grondgebonden Gelukkig zijn er nog steeds veel bedrijven met een in hoofdzaak grondgebonden bedrijfsvoering. Ik denk dan aan de melkveehouderij die het ruwvoer (gras en mats) in de regel op eigen grand verbouwt. Sinds de 50- er jaren is echter ook de melkveehouderij sterk veranderd; het meest opvallend is wellicht de sterke schaalvergroting die hier opgetreden is. Het aantal stuks melkvee per bedrijf is gemiddeld wel vervijfvoudigd. Dankzij een hogere melkgift per koe (thans ca 6500 kg/jaar) is de melkproduktie per bedrijf nog sterker toege- nomen. In verband met het grondgebonden karakter van de melkveehouderij is de grondbehoefte van de bedrijven eveneens sterk toegenomen. Dit kon gedeeltelijk opge- vangen worden door toevoeging van grand van buren die hun bedrijf beeindigden. De vraag naar grand is hiermee niet bevredigd getuige de nog immer hoge grondprijzen. Varkens- en pluimveehouderij zijn acceptabel mits grondgebonden.