pagina 3 lente 1992

Het engelengeduld van meubelrestaurateur Mark Johnson ’Blomkasten’ van Twickel stukje bij beetje hersteld In een klein kamertje van het kasteel werkt meubel ­ restaurateur Mark Johnson aan het herstel van twee linnenkasten die rond 1720 in Den Haag of Amsterdam werden gemaakt. De kasten staan in een oude boedel- lijst als ’blomkasten’ genoteerd, genoemd naar de prachtige bloemmotieven die zowel de buiten- als bin- nenzijden van de kastdeuren sieren. De historische waarde van de kasten is groot. Met duizenden stukjes hout en wat ivoor behoren beide meubels tot de hoogte- punten van de fineerkunst uit die periode. Jan Bengevoord ”Ja, ik ben een echte liefhebber van meubels die in de periode tussen 1680 en 1750 werden gemaakt. Wat me daar in aantrekt? Het vakmanschap vooral, maar ook de spontaniteit van de vormgeving en de degelij- ke constructie. Later werd het allemaal wat kramp- achtiger”, zegt Johnson. Hij trekt door Europa om uitsluitend meubelen uit deze periode onder handen te nemen. Met engelengeduld, want het herstellen van kasten die als een legpuzzel met duizenden stuk ­ jes zijn opgelegd, vraagt zeeen van tijd. Mark Johnson leerde het vak in de praktijk. In zijn geboorteland Groot-Brittanie kreeg hij als een van de weinigen een beurs van de Edward James- Foundation om te studeren aan het West Dean Colle ­ ge in Sussex. Daar bekwaamde hij zich gedurende twee jaar in het restauratievak om vervolgens een zwervend bestaan als restaurateur te leiden. Hij werkte al eerder aan meubelen op Twickel, maar ook in Singraven bij Denekamp. ”Nee, ik vind dat zwerven niet erg”, zegt de beschei- den Brit in een bijna perfect Nederlands. ”Je kan be- ter ter plekke restaureren, want dat voorkomt onnodig transport. Veel heb ik trouwens niet nodig aan gereedschap. En ik neem m’n eigen eten om ge- zond te blijven”. Lachend toont hij een grote doos met beofsteak en kidney pie en wat wortelen: ”Je schrijft toch niet voor de roddelpers?” Beenderlijm De kasten moeten worden gerestaureerd omdat de in- dertijd gebruikte beenderlijm loslaat. ”Kijk hier, je kan het voelen aan de bobbels. De lijm is gekristali- seerd. Om dat te herstellen neem ik alle stukjes van de kast af. Dat doe ik per onderdeel. Vervolgens krab ik alles schoon en bevestig het weer met echte beenderlijm die ik zelf maak. Slechte stukjes fineer worden vervangen. Daarvoor heb ik oude stukken fi ­ neer van een overleden restaurateur op de kop kun- nen tikken. Ja, daar is heel moeilijk aan te komen”. Over tijd wil hij niet praten. ”Je moet inderdaad veel geduld hebben voor dit vak. Op de vraag hoelang ik ergens mee bezig ben, kan ik moeilijk antwoorden. We bekijken het van week tot week. Ik maak van al ­ les foto’s om vast te leggen hoe het eruit zag. Het is een restauratie, ik maak geen nieuwe kast. Ik maak het niet mooier dan het is. Dat gebeurt wel als er meubelen voor veilingen worden aangeboden. Ja, dat is slecht want daarmee oogt het mooi maar is het meubel niet meer wat het was”. Meubelrestaurateur Mark Johnson aan het werk in zijn tijdelijke werkplaats in kasteel Twickel.