pagina 3 herfst 2002

Jan Haverkate was voorzitter van het actiecomite ‘Geen S23 – Spaar Twickel’. Hij was toen docent Nederlands aan het Twickelcollege. Tegenwoordig is hij journalist bij de Twentsche Courant Tubantia. Omdat hij hier nog ten voile achter staat, publiceren wij een artikel van hem dat eerder verscheen ter gelegenheid van het tienjarig jubileum van de vereniging. J ongens waren we. Geen gemakkelijke misschien, maar evenmin de anarchisten waarvoor de tegenpartij ons hield. Harry Vrielink dreef in eer en deugd een sigarenwinkeltje annex VVV-balie in Stad Delden en paste wel op zijn klantenkring van zich te vervreemden door opruiende taal, en ik gaf les op een school waar verder ook niets schokkends aan was. Omdat Vrielink dagelijks een telefoontoestel binnen handbereik had en bovendien bedreven was in het bedienen van de stencilmachine, was hij de gedoodverfde secretaris van het actiecomite ‘Geen S23 – Spaar Twickel’, zodat voor mij alleen het voorzitterschap overbleef, want een penningmeester hadden we niet en niemand anders wou het doen. Trouwens, zo jong waren we allemaal ook weer niet. Dick Semler bijvoorbeeld, strijder voor al wat groeit en bloeit, was toen al gepensioneerd. Cees Bak was leraar biologie op het Twickel College in Hengelo en al een eind in de veertig en ook Rodenburg, de oud-ritmeester van de rijstal Delden, had Abraham al gezien evenals Hendrik ten Voorde en meester Jalink, de twee Deldense natuur- wachters die als waakzame suppoosten dagelijks het Twickelse bos doorkruisten op zoek naar vandalen en ver- vuilers. Harink, Rouhof en Wilmink uit Bornerbroek waren de landbouwers onder ons. Goede dertigers die tussen het melken van de koeien door zich met niet aflatende ijver inspanden voor het slagen van onze actie. Natuurlijk zijn ze dat niet allemaal, maar ik zal u een opsomming van alle leden van ons comite besparen. Het doet er ook niet toe, want we traden op als eenheid en koesterden allemaal maar een wens: voorkomen dat er een nieuwe provinciale weg S-23 zou worden aangelegd van Almelo naar Delden dwars door Twickel. En dat laatste is gelukt, al heb ik me vaak afgevraagd hoe dat mogelijk is geweest, want op het gebied van de verkeersstatistiek en planologie waren we absoluut geen partij voorde ambtenaren van de provincie, de statenleden en al die anderen die vonden dat die S-23 er wel moest komen. Ik denk dat het succes van de actie in de lucht gezeten heeft. Aan het eind van de jaren zestig drong bij velen het besef door dat de ongeremde groei van wegen en woon- wijken niet door kon gaan en dat we bezig waren de laatste stukken ongerept Nederland om zeep te helpen. Het maat- schappelijk verzet tegen deze megalomane overheid organiseerde zich na 1968 het eerst in de milieubeweging. Acties tegen de aanleg van nieuwe wegen trokken in de media grote aandacht. Amelisweerd bij Utrecht en de Leidse Baan in het groene hart van Zuid-Holland waren in die dagen de meest bekende slagvelden waar milieube- schermers en overheid tegenover elkaar stonden. Maar de actie tegen de S-23 hoort ook in dat rijtje thuis. Wij wonnen, denk ik, niet omdat onze argumenten zo sterk waren of omdat we ons in de verste verte ook maar konden meten met de tegenpartij, maar omdat ons actie ­ comite de katalysator werd van een soort Twents Palingoproer dat werd gevoed door hetzelfde onbehagen als de andere milieuacties. En dan was er natuurlijk de toenmalige Minister van Verkeer- en Waterstaat Willem Drees junior, die we nooit gesproken hebben, maar die om andere redenen ook vond dat die S-23 maar beter niet door kon gaan. Dat was mooi meegenomen evenals de inbreng van de THT-hoogleraar Kreiken die prachtige rapporten schreef waarin hij met modellen en statistieken aantoonde dat het kruispunt Carelshaven een Twents Ouderijn zou worden als de S-23 werd aangelegd. Psychologisch zwak was dat Kreiken in het bewuste gebied woonde, zodat hij er door sommigen ten onrechte van werd verdacht de cijfers uit eigenbelang te verdraaien, maar overheersend in de publiciteit was toch de verontwaardiging van de Twentse burgers en boeren, zodat geen tegenstander de actie in emst kon bagatelliseren als een wanhoopsdaad van een hooggeleerde heer die geen autoweg door zijn tuin wil. En zo deed iedereen het zijne. Onafhankelijk van elkaar maar door toeval wel weer zo gecoordineerd dat de tegen ­ partij de indruk moet hebben gekregen van een perfect geregisseerd complot. De ontknoping kwam op 15 maart 1972 in de vergaderzaal van de provinciale staten aan de Diezerstraat in Zwolle waar we eigenlijk alleen het D’66-statenlid Schuijer tot onze medestander mochten rekenen. Toen na een dag debatteren de S-23 eindelijk defmitief van de baan was, konden we voor het provincie- huis de duiven loslaten die we in een mand hadden meege-