pagina 28 herfst 1992

De heer van Twickel als bestuurder Unico Wilhelm van Wassenaer en de politiek van zijn tijd Het jaar waarin Unico Wilhelm graaf van Wassenaer het levenslicht zag, was een oor- logsjaar. In 1692 vochten Engeland en zijn bondgenoten – waaronder de Republiek der Verenigde Nederlanden – under leiding van koning-stadhouder Willem III tegen de naar gebiedsuitbreiding en Europese heerschap- pij strevende Eranse ’Zonnekoning’ Lode- wijk XIV. Deze strijd, die de geschiedenis is ingegaan als de Negenjarige Oorlog (1688-1697), was in feite slechts de eerste fa- se van een meer dan een eeuw durend machtsconflict tussen de zeemogenheid En ­ geland en de landmogendheid Erankrijk. Hoewel de krijgsverrichtingen ver van Unico Wilhelms wiegje plaatsvonden – de Negenjarige Oorlog werd grotendeels uitge- vochten in de Zuidelijke Nederlanden (het huidige Belgie) – moet er op kasteel Twickel in Twente toch wel iets van zijn doorgedron- gen. Unico Wilhelms vader, Jacob graaf van Wassenaer, vocht op dat moment namelijk als luitenant-generaal van de cavalerie in het leger van de Republiek. Behalve als militair was Jacob van Wassenaer ook actief als di- plomaat. Zo werd hij door de Staten Gene- raal onder meer naar Versailles, Londen, en een aantal Duitse vorstendommen gezon- den. Op de laatstgenoemde missie, van april 1699 tot mei 1702, nam Jacob zijn oudste zoon, Johan Hendrik mee. Of toen ook de zesjarige Unico Wilhelm hem vergezelde, is niet bekend. Nieuwe politieke verhoudingen Inmiddels hadden de Europese mogendhe- den, na een zeer kortstondig vredesinter- mezzo, eind 1701 opnieuw de wapenen opgenomen. Ditmaal ging de strijd om de verdeling van de Spaanse erfenis na het kin- derloos overlijden van koning Carlos II. Men spreekt daarom van de Spaanse Succes- sieoorlog (successie = opvolging of erfenis). Toen Spanje en zijn rijke overzeese gebieds- delen bij testament bleken te zijn nagelaten aan de kleinzoon van Lodewijk XIV, zag koning-stadhouder Willem III daarin een ernstige bedreiging van het politieke even- wicht in Europa. Wederom bracht hij een bondgenootschap tot stand dat de Franse machtsuitbreiding een halt moest toeroepen. Het zou Willem Ill’s laatste politieke daad zijn, want kort daarna, in maart 1702, over- leed hij, na een val van zijn paard. Daarmee kwam niet alleen een einde aan de personele unie tussen Engeland en de Repu ­ bliek – dat wil zeggen de uitoefening van de belangrijkste regeringsmacht in beide lan- den door een en dezelfde persoon -, maar ook aan het stadhouderschap in vijf van de zeven Verenigde Nederlandse provincies. Hoewel de stadhouder in theorie de belan ­ grijkste ambtenaar was in dienst van de re- genten – zoals de bestuurders van de Republiek werden genoemd – had Willem III in deze functie zoveel macht aan zich weten te trekken dat hij hun op den duur zijn wil kon oplegggen. Het behoeft dan ook geen verbazing te wekken dat de regenten in 1702 hun ’ware vrijheid’ hersteld wilden zien en ervan afzagen een nieuwe stadhouder aan te wijzen. Voortaan maakten zij weer zelf de dienst uit. In de praktijk kwam de politieke leiding na de dood van Willem III in handen van de regenten van Holland, het machtigste De vergaderzaal van de Staten van Holland. Gravure naar C. Pronk. Folo: R.K.D.