pagina 26 herfst 1995

De wanden van enkele kamers zoals de antichambre van de torenkamer, waren bespannen met goudleer behang. In de 19e eeuw werden dit soort behangsels verwerkt tot kamer- schermen. Foto: J. Mulder. Tussen de antichambre en de vestibule lag de rode kamer -12-, zo genoemd omdat het behang behalve uit Rouaans tapijt ook uit een rode stof bestond. In de rode kamer stonden 10 Engelse stoelen, waarvan 4 armstoelen en een ledikant behangen met grein, gevoerd met een rode stof, ook de sprei was rood. De hemel van het ledikant was getooid met kemelsharen campanes. Er hing een spiegel met een blauwe lijst. Eetsalet Aan de andere zijde van de vestibule, toen voorhuis genaamd, lag het eetsalet -13-. Hierin stonden verscheide- ne tafels: 3 kleine, een paar gueridons, een schenktafel met een „rack” een bankje waarop de fonteinbak van koper stond. Hieronder stond een koperen koelvat. V oor het vuur stond een gardefeu van Japanse stof doorweven met loden draden. Tenslotte stonden er 18 stoelen, waarvan 6 met een groen fluwelen kussen. Twickel was berekend op gezel- schappen tot 18 personen: in het grote salet stonden ook 18 stoelen, het aantal messen van zilver bedroeg 18 stuks en er waren evenveel vorken. De eetkamer was niet behan ­ gen, misschien bedekte de lambrizering de hele wand. Slaapkamer van Jacob van Wassenaer Naast de eetkamer lag de slaapkamer van „sin Exlens”. Dit is Jacob van Wassenaer. Kamer en ledikant waren behangen met bruine en blauwe casiant. Het behang van het ledikant was gevoerd met blauwe armozijn, daarvan was ook de sprei gemaakt. Van casiant waren verder een portiere en de matrasjes op de 6 stoelen. Tot de voornaamste meubels behoorden verder een boekenkast met 4 deuren, een boekenkast, bestaande uit 3 kleine op elkaar gestapelde kastjes, een spiegel met een vergulde lijst en een kast achter het behang met daarin wijn- en bierglazen, onfijn porselein voor dessert en ander porselein. Jacobs kabinet -15- was behangen met rode zijde „mit pilaren”, het stond tamelijk vol; zo stonden er een note- houten bureau, een goud met zwart gelakte theetafel en een dito kleinere om de theeketel op te zetten, een „geneit” (gefineerd?) kabinetje en een kabinetje met parelmoer ingelegd op een gesneden voet; hieronder stonden twee schrijfkistjes. Ook waren er drie kleine piramides gemaakt van spie- gels om porselein op te zetten. Het porselein behoorde niet tot de inboedel, misschien was het persoonlijk bezit. In het kabinet hingen 8 schilderijen, welke buiten de eigenlijke inventaris vielen. Misschien was er een aparte lijst van schilderstukken. De garderobe -16- had een behangsel van sits; rode bloemen op een wit fond. Hier hingen 11 prenten met ver ­ gulde lijsten. Er stonden ook nog een tafel, twee stoelen en een paar taboeretten. Dienstvertrekken Op de beletage lagen 4 kleine dienstvertrekken: het „tornkammertie”, niet in de toren maar in het noordelijk paviljoen gelegen -17-, de provisiekamer -18- en het „kammertien dar erteitz het feolle Linden gewest is -19-, in 1713 de slaapkamer van waarschijnlijk de huishoudster. Evenals de meiden in de meisiesCammer -20- sliep zij in een bedstede. Veranderingen Vrijwel alle genoemde vertrekken zijn in de huidige plattegrond nog terug te vinden. De kabinetjes -5- en -6- zijn opgegaan in de bibliotheek en de kamers -10- en -12- vormen samen de eetkamer. De originele indeling mag vrijwel ongeschonden zijn, met de vaste interieuronderdelen (schoorstenen, plafonds, betimmeringen etc.) is het om van het meubilair maar niet te spreken, droevig gesteld. Gedurende de 18e en 19e eeuw zijn vele veranderingen aangebracht. Bij de verbouwingen rond 1900bleef geen enkel vertrek gespaard. Toch bleef er wel wat bewaard: het stucwerk in de vestibule en galerij is laat 17e eeuws. Enkele stukken goudleer zijn in de kamer- schermen verwerkt.