Het was kerstmis 1917. De baron was dat jaar thuis. Zoals altijd had hij gasten. De kerstviering met de gasten en het personeel zou plaats- vinden op de benedengalerij. Ook rnijn moeder, getrouvvd mcide eerste hmsknecht Crcrrit ter Boo, en zijn drie kinderen waren uitgeno- di gd. De oudste was zes, de tweede was vier en ik zelf was een peuter van twee. Iedereen stond dan rond dieprachtige boom. Mijn broerties hadden al lang geleerd omachterde baron en de gasten kings te lopen. Ze kw amen ook niet te dicht bij de boom Maar /elt wist ik daar alle- maalnog niets van. Zoscharrelde ikoveral tussendoor, want op mijn moedei s arm w as ik niet te houden. Zij stond doodsangsten uit totdat ik ingrote bewondering mijn oog liet vallen bp een versiering in de vorm van een engpltje."Mooi, meisje, mooi meisje". l iep ik. waaropde baron sprak ‘‘Geei het hitar maar". Ikdenkdat mijn moeder God gedankt zal liebben voordie uit- kornsmZo kon ook dat jaar deze viering: het lezen van Uilffs 2, het zingen van kerstverzen en het bid ­ den van Onze Vader rustig zijn dooigang vinden. Mijn "mooie meisje" |taat nog ieder jaar bij mij in de kerstboom. De kinderen kre- gen ook ieder jaar een mooi kerst- cadeau. Mijn oudste broer kreeg toen hij drie jaar w bs een prachtigebeer. Zijn doehter Ank de Ruiter-ter Boo heeft deze beer enkele jaren gele- den teruggesehonken aan de Stichting Twickel. Voor haarwas ht een leuk idee dat de beer tenig , zou zijn op de plaats waar hij^roit was gegeven. De beer is nu hoogbe- jaard en heeft overal kleine bruine lapjes, die er door de jaren heen met liefde zijn opgezet en alleen dan kan je als beer ook oud worden. G.M. Jansen-ter Boo . De redactie wenst u prettige kerstdagen en een voorspoedig 2005 Foto: Jet Schadd.