pagina 23 winter 1994

tweeling, wat ook blijkt uit de jachtterm, die door Michel werd gebezigd. Even ter verduidelijking: wanneer je op jacht met een schot twee stuks schiet, heet dat een doublet. De invloed die het gehele jachtgebeuren op de familie heeft gehad was zeer groot. Dit blijkt onder andere uit het feit, dat mijn vader (1886-1970), die in zijn leven oogarts is geweest in Hengelo, de bijnaam had van „de Chasse”. Die had hij overgehouden aan zijn kostschooltijd in het Limburgse Rolduc, waar het voor de leerlingen verplicht was om Frans te spreken. Wildstand De liefhebberij in het jachtbedrijf heb ik dan ook niet van een vreemde. Het was dan ook voor mij als oud- Twentenaar een eer en een genoegen om begin 1993 een lezing te mogen houden over de jacht op uitnodiging van de Kon. Ned. Jagersvereniging voor de afdeling Zuid West Twente. Plaats van handeling en samenkomst was cafe restaurant ’t Hoogspel aan de Bomsestraat, dichtbij kasteel Twickel. De reden, dat ik als thema voor deze avond geko- zen had: „Het jachtbedrijf vroeger en nu” zal U nu niet vreemd voorkomen. Onder mijn gehoor had ik die avond mijn neef Frans Schneider (1906-1993) en de vorig jaar overleden oud-rentmeester van Twickel, ir. C. Brunt (1920-1993), echte liefhebbers. Beiden zijn ons sindsdien ontvalen. Tot slot zij vermeld voor de buitenstaander, die niet zo betrokken en op de hoogte is met het jachtbedrijf in Nederland, dat de huidige wildstand beslist niet slechter is, dan bijvoorbeeld rond 1900 en dat ondanks de enorme bevokingstoename en de daarmee gepaard gaande verklei- ning van het leefgebied voor het wild. Alleen de konijnen zijn thans minder talrijk dan toen, maar dat vindt zijn oor- zaak in de myxomatose, de konijneziekte die sinds 1957 iedere keer weer de kop op steekt. Reeen zijn er thans belangrijk meer dan toen; rond 1930 plm. 2500 exemplaren nu ruim 25.000 stuks. Ook hazen, houtduiven, eenden en wilde ganzen zijn er belangrijk meer dan toen. Boekaankondiging Zwervende diplomaat vond een thuis op Twickel Op 7 September jl. werd in de eetzaal van Twickel het boek Walraven van Heeckeren; Vrijheer van de Nettelhorst thuis op Twickel gepresenteerd. De twee eerste exemplaren van het boek werden aangeboden aan mevrouw Van Karnebeek, bestuurslid van de Stichting Twickel en aan mevrouw Hoogendijk, burgemeester van Lochem. Aanleiding voor de presentatie op Twickel was de aanwezigheid van een portret van Walraven in de eet ­ zaal. Tijdens de presentatie verklaarde de auteur de komst van het portret van Walraven naarTwickel. In 1875,bij de afbraak van huis Nettelhorst, of enkele jaren daarvoor, ging de schoorsteenmantel uit de ontvangstzaal met daarin het portret van Walraven van Heeckeren over naar kasteel Twickel. Het kreeg daar een plaats in de huidige eetzaal. Dit portret dateert uit de periode, waarin Walraven ambas- sadeur was in Zweden. Het is geschilderd rond 1697. De schilder is niet bekend. Onvoldoenden toestand Nadat huis Nettelhorst in 1834 was gekocht door Willem van Heeckeren van Kell ten behoeve van zijn zoon Jacob Derk Carel van Heeckeren van Twickel, bleef het portret van Walraven met nog enkele andere achter in het lege, niet verwarmde en van huisraad ontdane kasteel, overgeleverd aan afschuwelijke verwaarlozing. Zo dertig jaar heeft het daar gehangen, ten prooi aan vocht en ongedierte. Tot anderen zich ermee gingen bemoeien. Tot twee keer toe, resp. in 1864 en 1867 richt de Commissie der Koninklijke Akademie van Wetenschappen zich tot de heer van Twickel met de mede- deling dat naar haar waameming deze schilderstukken en met name ook het portret van Walraven „in eenen zeer onvoldoenden toestand verkeren”. Men concludeert eruit dat de eigenaar blijkbaar niet veel waarde hecht aan „het voortdurend bezit dier voorwerpen” en vraagt hem daarom deze af te willen staan aan de Regering, teneinde ze te plaat- sen in het „Rijksmuseum van de Vaderlandsche Geschiedenis en Kunst”. Aan het verzoek wordt echter geen gevolg gegeven. Zo vond Walravens beeltenis geen duurzame eervolle plek in zijn eigen hem zo dierbare huis Nettelhorst, zoals de Van Heeckerens die daar na hem kwamen te wonen het zeker hadden bedoeld en bleef het achter in de kilte van het lege Nettelhorst. Het was dan toch Jacob Derk Carel van Heeckeren (1809-1875), een nazaat van Walraven’s jonge- re broer Jacob Derk (1665-1749) die het portret van Walraven uiteindelijk onder zijn hoede nam en liet over- brengen naar Twickel. Thuis op Twickel De eerste keer dat H. J. Hiddink de auteur van het boek over Walraven in de eetzaal van Twickel oog in oog kwam te staan met dit portret welde bij hem spontaan de gedachte op: „Dit is schitterend! Hier is Walraven op zijn plaats, hier is hij dan eindelijk thuis, die zwervende diplomaat die in het laatste kwart van de zeventiende eeuw met paard en wagen, zoals dat in die tijd ging, op gezag van de Republiek der Verenigde Nederlanden door Europa trok.” Hier is hij thuis, hij die op zijn reizen oostwaarts, vanuit zijn woonplaats Nettelhorst, dan wel uit Zutphen, vaak Twickel koos als eerste pleisterplaats, waar hij menigmaal ovemachtte bij de graaf Van Wassenaer Obdam en diens echtgenote. Waar hij ook de maaltijd nuttigde, zoals bij ­ voorbeeld Constantijn Huygens, secretaris van de prins van Oranje, beschrijft in zijn vermelding over zijn ontmoeting met Walraven aan de ontbijttafel op Twickel (Werken Hist. Gen. deel III, 35e). H.J. Hiddink, Walraven van Heeckeren. Vrijheer van de Nettelhorst, thuis op Twickel, Enschede, 1994. ISBN 90- 5512-027-8,208 pp.. prijs F 42,50.