“Ik word gelukkig van Twicke Henk Saaltink (77) is als amateur-tuinhistoricus nauw verbonden aan Twickel. De gepensioneerde Pabo-directeur uit Doetinchem geeft cursussen en rondleidingen, is betrokken bij tentoonstellingen en bovenal een genieter van de tuinen. “Ik heb van huis uit altijd belangstelling gehad voor tuinen, maar pas na mijn pen- sionering ben ik me er in gaan verdiepen. Er bestond geen opleiding tuinhistoricus, je moest informatie sprokkelen door veei te lezen en tuinen te bezoeken. Twickel is e6n van mijn favoriete tuinen. Wat mij erg boeit is de harmonie tussen huis, tuinen en omringend landschap. Dat is een gave eenheid waar ik gelukkig van word. Elk jaar kan ik het voorjaar niet afwachten. Dan moet ik naar Twickel, wil ik niemand in mijn buurt en wandel ik door tuin en park. Als je weet hoe de tuin is ontstaan, kijk je met andere ogen. Ik vergelijk die ervaring met het bezoek van een historicus aan een gotische kathedraal. Die weet wanneer hij is gebouwd, wie het altaar heeft gemaakt en wie er is begraven in de crypte.” “Mijn eerste ervaring met Twickel dateert uit mijn jeugd. Mijn vader had een manu- facturenzaak in Enter en veel klanten bij Twickelboeren. Als klein jongetje ging ik zondags mee op de fiets als hij probeerde om huwelijksuitzetten te verkopen. Dat waren kabinetten vol met grote rollen linnen, hemden en borstrokken. Ik herinner me goed dat zelfs de doodshemden er in zaten. Later hing ik tijdens het dauw- trappen op Hemelvaart met mijn neus tussen de spijlen van het tuinhek. Dan koekeloerde ik eindeloos naar binnen en zag ik in de verte de herten lopen. Het leek mij een paradijs. Ik ben er tijdens het leven van de barones nooit naar binnen geweest. Later kwam ik als student biologie weer bij Twickel uit. Voor het bijvak vegetatiekunde onderzocht ik de dopheivelden in Twente. Daar hoorde 00k het Schijvenveld bij. Ik heb aan de rent- meester toestemming gevraagd en hier een half jaar rondgekropen, uitgerust met mossenflora en een grondboor om bodemprofielen te maken.” “Op enig moment ben ik kuipplanten gaan verzamelen en mijn interesse ging vooral uit naar citrusbomen. Dit waren voor bewoners van kastelen en landhuizen statussymbolen. Als je in de toenmalige republiek wat wilde betekenen had je een grachtenhuis in Amsterdam, een groot huis langs de Utrechtse Vecht en een ver- zameling exotische gewassen. En dus 00k een oranjerie. Omdat Twickel een prachti- ge oranjerie en een omvangrijke citrus- collectie heeft, heb ik vijftien jaar geleden contact gezocht met tuinbaas Hans Hondebrink. Toen is onze samenwerking ontstaan. Later ben ik betrokken bij de organisatie van tentoonstellingen en het schrijven van tuingidsen. Zelf ben ik het meest tevreden over de tentoonstelling ‘lijnenspel in beweging’, de bedoeling is om deze volgend jaar weer op te zetten." “Twickel is tuinhistorisch gezien uniek. Een groot deel van de historie is er af te lezen. Elementen uit de drie typen land- schapsparken die sinds eind i8-e eeuw zijn ontstaan, vind je hier terug. Uit het eerste park stamt bijvoorbeeld het bergje en het fonteingat. De meeste parken zijn in de loop van de tijd rigoureus veranderd, maar Twickel is altijd redelijk behoudend geweest. In mijn jeugd ging het verhaal dat de baron persoonlijk toestemming moest geven voor de kap van elke boom. Over het werk van landschapsarchitect Michael van Cessel ben ik heel enthousiast. Oude zichtassen zijn in ere hersteld en er zijn moderne elementen, zoals bruggen, toe- gevoegd. In deze tijd mag je een super- moderne brug in een oud landschapspark leggen. Dat deden vroegere landschaps- architecten in hun tijd immers 00k.”