pagina 22 winter 1997

Pachter Henk Uenk haalt herinneringen op De overstromingen van de Gelderse Waard De pachter van de boerderij de Bouwplaats, Henk Uenk, is geboren en getogen in de Gelderse Waard. Hij heeft de perio- de tot 1968, toen het gebied regelmatig overstroomd werd, bewust meegemaakt. Henk Uenk Er waren jaren dat er vijf winters achter elkaar hoog water was, afgewisseld met tijden dat de ri vier in zeven jaar niet buiten zijn oevers trad. Wanneer hoog water werd ver- wacht, luisterden we iedere morgen naar de waterberichten en werden er de gebruikelijke voorbereidingen getroffen. Alles wat weg kon drijven werd op de terp getrokken, zoals palen, hout en machines. Veevoer Ook moest er een voorraad veevoer komen. Dus graan opscheppen op de graanzolder. Dit naar de molenaar brengen om te malen, zodat er voor minimaal veertien dagen voer was. Dit alles moest met paard en wagen. Als het water snel opkwam Hep het wel eens over de bodem van de kar. Je moest dan wel een paard gebruiken, dat niet bang was voor water. Men had toen zakken van zeventig kilo en een heftruck met pallets kende men nog niet. Het was alle- maal handwerk. W anneer alles geregeld was, moest je wachten tot de hele uiterwaarden waren volgelopen, eerder kon je met de boot de zomerkaden niet over komen. Dan was het iede ­ re dag de melkbussen in de boot, aan de dijk op de wagen laden en naar de melkfabriek, waar de melk voor tien uur binnen moest zijn. Dus haasten. Als schooljongens zaten we tussen de melkbussen om naar school te komen. Tegelijkertijd ging de post mee en werd er bij de bakker brood gehaald. Enkele voorvallen We moesten eens met de boot zo’ n veertien melk ­ bussen naar de dijk brengen. Het begon toen zo hard te waaien, dat de golven over de rand van de boot kwamen. We hebben toen snel de helft van de bussen over boord gekieperd in het water dat op sommige plaatsen vier tot acht meter diep was. Zo bereikten we de dijk zonder onge- lukken. Op mijn twaalfde verjaardag had het zo hard gevroren dat de hele oppervlakte in enkele dagen was dichtgevroren. Mijn vader zette toen de melkbussen op een lange 1 adder en met nog iemand sleepte hij al schaatsend de vracht over het ijs naar de dijk. Toen ze terug kwamen zaten er een paar nieuwe schaatsen in een lege melkbus. Bij het vollopen van de verschillende binnenpol- ders ging het wild naar de hoger gelegen delen en kwam uiteindelijk op de zomerkades terecht. De dieren kwamen dan in de richting van de hoogste plaats, zijnde de terp waar de boerderij op stond. Ook verdronken er verscheidene. In het jaar dat er eind februari nog hoog water kwam, hadden we veertig hazen waarvan er veel vol jongen zaten, in een bietenkelder gedaan. Een donkere ruimte waar voldoende voer en dri nken was. De bedoeling was om ze later weer los te laten, maar na veertien dagen leefde er nog maar een jonge man. De rest was vechtend om een territorium ten ondergegaan. De natuur laat zich niet dwingen. Niettemin hadden we het jaar daarop weer hazen. Dat is het mooie van de natuur. Dan was er nog het jaar dat we een nieuwe boom- gaard hadden aangeplant, die op het moment dat het begon te vriezen half in het water stond. We hebben toen twee dagen iedere morgen met de roeiboot over de toppen geva- ren om zo het ijs te breken of open te houden tot de wind opstak en het ijs wegdreef. Varen bij mist In dejaren zestig moest ik een keer ’s avonds naar Zevenaar, maar toen ik naar huis roeide kwam er een dich- te mist opzetten. Normaal kan men zich op het water heel goed orienteren al is het nog zo donker. Maar door de zeer dichte mist was ik de richting totaal kwijtgeraakt en ik had al meer dan een uur geprobeerd herkenningspunten te vin- den in de vorm van wilgentakken of een boom die boven het water uitkwam. Mijn vrouw was gelukkig ongerust geworden. Zij liep over de zomerkade en riep maar steeds mijn naam. Toen ik dit in de verte hoorde, had ik de richting snel te pak- ken en was het leed weldra geleden. Bij dit alles moet men zich bedenken dat er in die tijd ook geen telefoon of elek- triciteit was, alleen water zat. Opgestuwd water Mijn vader vertelde vaak het verhaal van een gebeurtenis die zich afspeelde in dejaren dertig. Terwijl er ’s morgens in de Oude Rijn nog niets geen water te zien was, was door ophoping in de Rijn het water opgestuwd en in Lobith over de overlaat gestroomd. Dezelfde avond was de Gelderse Waard een grote watervlakte. Nuer geen overstromingen meer zijn door afslui- ting via het gemaal is er veel veranderd. Doordat de gewas- sen niet meer onder water komen te staan is de vruchtop- volging veel regelmatiger. Ook hoeven we niet meer snel een ander bouwplan te maken, zoals in de winter toen de tarwe veertien dagen onder water stond en dus verzoop.