pagina 21 zomer 1995

Ontwerptekening volorde verbouwing van de schooluit 1881. HuisarchiefTwickel, inv.nr. 1551. Foto: John Mulder. (nog) niet aan te geven. Verder werd het deurkozijn ver- vangen door een nieuw en werden nog 600 strodokken voor het pannendak geleverd en de windveren gerepa- reerd. Het interieur De dubbele, aan twee zijden aan te zitten, schrijftafel is 4,96 mtr lang. Gecompleteerd met de nieuwe zitbank van 24 voet ( 7,44 mtr.) maakt een totale zitlengte van 17,36 mtr. hetgeen voor alle leerlingen voldoende (aan)zit-ruim- te geweest moet zijn. Uitgaande van een werkbreedte van 50 cm, zullen hieraan dus ongeveer 30 kinderen een plaats- je hebben kunnen vinden. Hoeveel kinderen deschool bezochten valt alleen maar bij benadering te zeggen; er was geen leerplicht en’s zomers gingen niet veel kinderen naar school, omdat er thuis genoeg werk te doen was.De volkstelling van 1795 vermeldt voor Wienen en Zeldam 571 inwoners, terwijl een ongenummerd stuk in het stads- archief van Delden een totaal van 789 zielen bevat. Van deze 789 zijn er 241 jongens en 254 meisjes. Hoeveel van deze bijna 500 kinderen naar school zijn gegaan is niet vast te stellen. Voor de meester werd een nieuwe hoge stoel van f 4,- aangeschaft. Er was ook al een schoolbord; in 1811 wordt / 17,8 uitgegeven voor „ het stoppen van ruyten en verven van het Bord in de Schoole”. De schoolmeesters en het eerste meestershuis De „Richter van Delden sal belast worden die paepsche schoolmeester van Wedehoen te removeren. Actum Weldam 7.9.1649” staat in de Protocollen van de Drost van Twente. Ten tijde van de reformatie werden de katholieke „ambtdragers” geweerd /werden verboden hun functie verder uit te oefenen, mits ze zich tot het andere geloof overgaven. Uit deze vermelding valt in elk geval op te maken dat er al onderwijs in de marke Wiene werd gege- ven. Op 17.11.1756 wordt Herman Berkedam als waame- mer (wegens ziekte ) van Derk ten Cate aangesteld. Dit wordt definitief per 15.11.1757, nadat Derk ten Cate was overleden en Herman het examen „door de deputaten Classis” afgenomen, om te constateren dat hij de ware gereformeerde godsdienst (toen de staatskerk) beleed en uitdroeg, goed had doorstaan. De volgende schoolmeester is Jan H. Werning , afkomstig uit Gildehaus ,die per 19.11.1812 Berkedam op volgt. In het begin van 1818 wen- den de 30 landbouwers van Wiene en Zeldam zich tot de markerichter. Ze verzoeken om voor Werning, die „ook wel eens eindelijk zelf een huishouden zoude willen oprig- ten, zo is het dat wij onderling hebben overlegd dat er wel mogelijkheid zijn zoude om een schoolmeestershuis door beide markten” te bouwen. Te meer, „omdat men den tegenwoordigen onderwijzer die zoo nuttig voor onze kin ­ deren is, gaame willen behouden”. De 9.5.1818 is bij hol- tink dit verzoek geaccordeerd. Het huis volgens een opge- maakt bestek, wordt begroot op f 650,- . Als mogelijke lokaties worden aangemerkt: „tussen de Wiersteeg en het erf Meyer of tussen de Wiersteeg en Weerninkskamp waar Dennen op staan”.Voor de eerste lokatie werd gekozen.Het huis werd gebouwd, zoals blijkt uit de mar- keuitgaven van 1818 en 1819,maar….tegeneenveelhoge- re prijs dan begroot. Waarom is (nog) niet duidelijk, maar Werning vraagt in 1823 toestemming aan de marke om in het Deldenerbroek „op de Kamp” te gaan wonen en vraagt „het door hem bewoonde markenhuis in de Wiersteeg ten zijnen voordeel te verhuren”. De marke is er niet gelukkig mee, maar gesterkt door de goedkeuring van de schoolop- ziener, vertrekt hij op 5.7.1823 naar het Deldenerbroek. Na zijn vertrek is het huis eerst 3 jaar verhuurd aan Jan Hendrik Meyer voor een bedrag van f 23,50 per jaar en daarna voor eenzelfde periode aan A.Koning voor /30,- per jaar, maar wel ten voordele van de marke. De „volgende” school uit 1880 Naar aanleiding van de wet van 30.8.1880 worden in Hengevelde en Azelo nieuwe scholen gebouwd. De scho- len in de Deldeneres, Deldenerbroek , Bentelo en Wiene worden verbeterd c.q. uitgebreid. Bij de plannen van een aantal van deze gebouwen staan naast het bestek ook plat- tegrondtekeningen. Op de tekening van de school van Wiene staat zowel de oude toestand als de te realiseren uit- breiding. Uit het bestek valt af te leiden dat aan 3 zijden wordt uitgebreid: een portaal, een bergplaats met privaten en een nieuw lokaal bestemd voor 36 leerlingen (op 29 mtr !). De school was voor de 83 schoolgaande kinderen te klein geworden. Het reeds bestaande schooltje was 9.08 x5.58 mtr groot (50,5 mtr voor 83 kinderen !). Dit is dus de in 1807 gerepareerde oude school die hierboven is beschreven. Omdat er in totaal 27064 stenen werden besteld (/500,68), neem ik aan dat toen het gehele gebouw werd versteend, waardoor de lemen wanden verdwenen. Uit het bestek valt niet duidelijk op te maken of het gebint- werk en de houten ryen in de buitenmuren van het oude gedeelte intact zijn gebleven, hetgeen ik wel veronderstel, gelet op de stevigheid (het metselwerk werd als „vulmid- del” gezienen niet als constructiemateriaal). Dit oude gedeelte zal waarschijnlijk uit 3 gebond (4 gebinten) heb ­ ben bestaan en zal meer dan 3mtr hoog zijn geweest. Voor de nieuwe gedeeltes is geen houtwerk tot gebintconstruc- ties omschreven, zodat deze geheel van steen zullen zijn gebouwd De 600 strodokken van 1807 zijn dus niet bestemd geweest voor nieuwe pannen, want voor ± 140 m2 zijn er meer dan de genoemde 600 nodig, maar ter vervan- Vervolg op pagina 22 onderaan