pagina 21 winter 2000

6/2-000 Achttiende eeuwse laan in het huispark. Open plek in het bos bij het Gravinnedijkje. De orangerie vormt een bepalend element in de formele tuin. Aanleiding en achtergrond Na ruim honderd jaar – de laatste geplande ver- andering van de parkaanleg vond plaats tussen 1885 en 1891 en werd uitgevoerd door en aan de hand van plannen van C.E.A. Petzold – is het park rondom Twickel hard toe aan een opknapbeurt. Boomgroepen zijn uit elkaar gevallen en solitairen verdwenen. Heesterbeplanting is op veel plaatsen verwil- derd, beduidend soortenarmer geworden en uit verband gegroeid. Er is veel spontane opslag. Grenzen zijn vervaagd. Maar ook de verhoudin- gen zijn op veel plaatsen zoek, doordat de bo men van toen een grootte en monumentaliteit hebben bereikt die niet meer past bij de oorspronkelijke ruimtelijke bedoelingen. Daamaast zijn bruggen en andere bouwwerken, die in een dergelijk park zo belangrijk zijn, vereenvoudigd of verdwenen. Er is een provinciale weg dwars door het park gelegd en het gebruik is door recreanten van aard veranderd en sterk geintensiveerd. Er is nogal wat gebeurd. Niets doen, betekent dat het park verder in verval zal geraken en zal trans- formeren naar een aanleg die nog slechts een echo is van de aanleg aan het eind van de negentiende eeuw. Vooreen verantwoord herstel van een aanleg die in sfeer en structuur te vergelijken is met het park rond 1900, is een plan nodig waarin opnieuw gewerkt is aan de ruimtelijke opbouw, de ruimte ­ lijke verhoudingen en de compositie van de beplantingselementen met als uitgangspunt de aanwezige historisch gegroeide situatie en de rijke historic van deze parkaanleg. Zo plan is nodig voor een herstel van het park in fasen en is vooral ook een steun bij het dagelijks beheer en de talloze besluiten met ruimtelijke implicaties die daar steeds bij genomen moeten worden. Uitgangspunten De gedachte achter het herstelplan kan het best worden geillustreerd met een uitspraak van Joseph Spence uit 1751 “What is, is the great guide as to what ought to be”. Dit is het filosofisch uitgangs ­ punt van de landschapsstijl zoals dat met name in de Engelse literatuur aan het begin van de acht ­ tiende eeuw naar voren kwam en waarop de plan ­ nen van Capability Brown en Repton waren geba- seerd. De situatie zoals deze thans op Twickel wordt aangetroffen is uitgangspunt voor het herstel . . —Nieuwe visie op park kasteel Twickel.  Het Parkplan.  Rond 1890 realiseerde de tuin- en landschapsarchitect Petzold een deel van zijn plannen voor het park rond ­ om kasteel Twickel. Sinds- dien zijn regelmatig veran- deringen aangebracht en zijn oorspronkelijke ele- menten in verval geraakt. Voor een aanpak van het huidige park stond de Stich- ting Twickel voor de keuze tot restauratie of herinrich- ting. Na rijp beraad werd besloten tot een herinrich- ting door landschapsarchi ­ tect ir. Michael van Gessel. Hij heeft een visie ontwikkeld waarbij bestaande, his- torische elementen de basis vormen van een nieuw plan om tuin en landschap rond ­ om kasteel Twickel tot een harmonische eenheid te maken. Uitsnede uit een door H.J. van der Wijck getekende kaart van de Twickelervaart, 1787. Uitsnede uit een landschapsplan ontworpen door C.E.A. Petzold, 1887. Uitsnede uit het landschapsplan van M.R. van Gessel, 2000. Bijlage: Landschapsplan Twickel