pagina 21 voorjaar 2008

Het ie exemplaar van ‘Wandelen op Twickel V.I.n.r. Christian zu Castell.Jett Schadd en Elias Vermeer. Het wandelboekje. Verkrijgbaar in de Landgoedwinkel. ‘Dat heb je nog niet Soms, als ik mijn bezoek een ogenblik stil wil hebben, leg ik een kaart van Nederland uit, waarop ik al mijn gelopen wandelingen heb ingetekend. Het is een omvangrijk spinnenweb geworden dat ons vaderland bedekt. Succes is verzekerd, het bezoek valt altijd een tijdje stil. Vervolgens is het wachten op de opmerking die steevast komt: “O, maar dat heb je nog niet gelopen". Tja, zelfs in mijn spinnenweb zitten toch nog wel enige gaten. Dat neemt niet weg dat ik al wandelend Nederland goed heb leren kennen en toen mijn nieuwe baan aan de Universiteit Twente me naarTwente bracht, was het voor me geen verrassing dat het op Twickel bijzonder aangenaam wandelen is. Spoedigwas het spinnenweb rond Delden dan 00k nog dichter geworden. Mijmeringen Aan de UT had ik een interessante baan, maar toch had ik af en toe de behoefte om de exacte dictatuur van de universiteit te ontsnappen door weg te mijmeren bij verha- len over een tijd toen geluk nog heel gewoon was. Over adel die niets anders te doen had dan adellijk te zijn, over de eenvoudige land- man die alsmaar voort ploegde en over mys- terieuze wezens die de mensen de schrik op het lijf joegen. Al wandelend kwam ik veel opmerkelijke verhalen tegen en omdat ze vaak te mooi zijn om meteen weer te verge- ten, ging ik ze verzamelen en ze op mijn eigen wijze opschrijven. Het zijn vooral de oude gebieden waar zulke verhalen leven, oude landschappen met een rijke historic. Weer kwam daardoor Twickel in het vizier. Beetje verliefd Intussen was ik lid geworden van de volks- tuinvereniging van de UT, mijn Wageningse achtergrond verloochende zich niet. De tuin- vereniging bestaat voor een belangrijk deel uit wetenschappers, techneuten en derge- lijke, mensen die zich wezenloos kunnen verdiepen in de zielenroerselen van een sla- krop. Het was deze club die bedacht eens een bezoek te brengen aan het kasteel van Twickel. “Daar kom je niet zo gemakkelijk in”, zo wist men te vertellen en om zich wat meer cachet te geven presenteerde men zich als de Culturele Vereniging van de UT. Een tikkeltje overdreven, zo bleek later. Om niet te zeggen de plank volkomen mis geslagen, want de laatste barones bleek zelf een ver- woed tuiniersterte zijn geweest. Het bezoek werd een feest, ik was meteen verkocht. Ik werd lid van de Vereniging van Vrienden van Twickel en toen er een oproep kwam voor nieuwe tuinrondleiders, ging ik daar meteen op in. Vrijwilligerswerk op het snijvlak van natuur, cultuuren historic, dat was precies wat mij aansprak. Twickel bleek nog boeien- derte zijn dan ik me had voorgesteld. Maar het is toch 00k wel een verleidende dame: je wordt er een beetje verliefd op. Wandelen Het kon niet uitblijven, op een gegeven moment ontdekte Twickel mijn belangstel- ling voor wandelen en toen was de vraag niet ver meer om een boekje met wandelin ­ gen over de bezittingen van Twickel te maken. Ik hoefde er niet lang over na te denken, het was een kolfje naar mijn hand. En nu ligt het er dan, het boekje ‘Wandelen op Twickel,’ een samenballing van een aan- tal passies van mij. Ik ben er erg blij mee. Elias Vermeer De Twentsche Courant Tubantia/Charel van Tendeloo