pagina 21 najaar 2007

21 JAARGANG I 6 NAJAAR 20 dan nogal luidruchtig gedraagt. Het man- netje van deze soort roffelt niet, zoals de meeste andere spechten, maar heeft: een typische, klagende baltsroep, waaraan hij direct is te herkennen. Op de cd ‘Vogelzang op Twickel, deel 2,’ is de baltsroep en de normale roep van oude en jonge vogels te beluisteren. Na de broedtijd gedragen de vogels zich veel onopvallender en berust een waarneming vaak op toeval. “De kans bestaat, nu de winters minder streng worden en er veel minder spreeu- wen zijn dan vijftig jaar geleden, dat de middelste bonte specht zich voorgoed op het landgoed zal kunnen vestigen. Ik zou dat een welkome en zeer fraaie aanwinst voor het landgoed vinden." Blauwe reiger Een andere vogelsoort waar Jan Meijerink zich vanaf het begin mee beziggehouden heeft, is de blauwe reiger. Al vanaf 1897 bevindt zich een kolonie van deze soort op Twickel. De meeste waarnemingen uit de begintijd werden gedaan door Jans leer- meester Schweigman, die de aantallen broedparen tot 1952 telde. Hij was het 00k die de verblijfplaats van de reigers regi- streerde. Tot 1912 ‘woonden’ ze in de Bree- riet, waar vanuit een klein aantal rond 1946 verhuisde naar Het Reef, een eikenbos 300 meter westwaarts. Telling Na 1952 nam Meijerink de jaarlijkse telling van de reigers over. In de hier afgebeelde staafdiagram is te zien hoe het verloop over de laatste vijfenvijftig jaren is geweest. Er is een duidelijke afname te zien van het aan ­ tal broedparen na zeer strenge winters. Bovendien is de afname na de winter 1953- 1954 mede veroorzaakt door het kappen van nestbomen. Na de zeer strenge winter van 1963 telde Jan Meijerink nog maar to nesten. De kolo ­ nie maakte een dieptepunt door. Daarna trad er, met enkele onderbrekingen, een gestage groei op totdat in 1990 een maxi- maal aantal van 184 broedparen werd geteld. De kolonie behoorde toen tot de grotere in ons land. Maar in de 10 daarop volgende jaren was er ineens een sterke daling van het aantal broedparen. Vanaf 1996 is de populatie, met 50 tot 65 nesten, vrij constant gebleven. Het is minder dan de helft van het aantal tijdens de topjaren 1988-1995. Meijerink verklaart dit door het feit dat de reigers in Twente dichter bij hun voedselgebieden zijn gaan broeden en er zich meer kleine kolonies vormden. In 1993 telde de Twickelse kolonie nog 138 nesten, terwijl in de rest van Twente nog slechts 2 kleine kolonies met totaal 7 nesten waren. In de jaren daarna veranderde de situatie geheel. Zo telde Twickel in 2005 nog maar 51 nesten, terwijl in het overig deel van Twente 132 nesten werden gesignaleerd, verdeeld over n kolonies. De kolonie op het landgoed Singraven bij Denekamp was toen met 35 nesten al iets groterdan die in de Breeriet. “Er is geen reden om aan te nemen dat de blauwe reiger binnenkort van Twickel zal verdwijnen. Waarschijnlijk komt de soort er over honderd jaar nog voor. Ik hoop dat er dan nog een teller is die de stand jaarlijks wil bijhouden.” Opnamen Meijerink vertelt hoe hij in de jaren vijftig al opnamen maakte van vogelgeluiden voor grammofoonplaten. Dat gebeurde nog met loodzware bandrecorders, die op kruiwa- gens geplaatst werden, met accu’s, en microfoons. “Je kon dit niet in je eentje doen. We sjouwden met minstens twee man door de velden. Tegenwoordig gaat het door alle technische ontwikkelingen een stuk makkelijker. Maar nu ben ik weer veel langer bezig om omgevingslawaai, zoals dat van motorzagen, verkeer en vliegtuigen te filteren.” Van alle vogels heeft de bosriet- zanger het meest uitgebreide repertoire. “Hij bezit de meeste varieteit in zijn zang, hoewel 00k hij andere vogels en geluiden Jan Meijerink interviewt de vogels. nabootst. Ik heb een keereen merel gehoord die een sirene nadeed,” zegt Meijerink. “En er zijn verhalen bekend van mensen die vogels ringtonen van mobiele telefoons heb- ben horen nadoen. En dan heb ik het echt niet over papegaaien…!” Joan Vermeulen In hetTwickelblad 1991, no. 3 is de ontwikkeling van de reigerkolonie beschreven. In het Twickelblad 1992, no. 4 aandacht voor de mid- delster bonte specht.