pagina 20 zomer 2013

Meervoudig ged De collectie schilderijen van kasteel Twickel is zo groot dat niet elk schilderij aan het publiek getoond kan warden. Onlangs is een schilderij van de Zuid-Nederlandse schilder Jacquin verhuisd van de zolderkamer naar de benedengalerij zodat het tijdens kasteelrondleidingen te zien is. Wei werd het eerst grondig gerestaureerd door Edwina Brinckmann- Rouffaer. Bordes bij benedengalerij. Er is een tijd geweest dat kunstschilders hun ambacht van A tot Z beheersten. Dat wil zeggen dat ze niet alleen verf en penseel wisten te hanteren, maar dat de gehele ma- teriele opbouw van het schilderij in hun handen lag. Ze mengden zelf de pigmenten met bindmiddelen tot verf en ze prepareer- den zelf hun doeken en panelen tot geschikte dragers voor beschildering. Een bijzonder voorbeeld van zo’n totaalconcept is het schilderij van Maria Cornelia van Wassenaer als meisje op schoot bij haar moeder Margaretha Helena Alewijn. Vergetelheid Het is geschilderd door de in Brussel gebo- ren kunstenaar Francois Xavier Joseph Jac ­ quin (1756-1826). Weinigen van u zullen dit schilderij ooit gezien hebben, omdat het tot dusver wat verloren en verwaarloosd op e£n van de zolderkamers van kasteel Twickel hing. Het oogde 00k weinig aantrekkelijk met rechtsboven een scheur in het doek en een verkleurd uiterlijk als gevolg van een dik- ke verbruinde vernislaag. Voor een object kan vergetelheid een voor- deel zijn, omdat er dan weinig aan gerestau ­ reerd is en veel van het oorspronkelijke ge- bruikte materiaal bewaard is gebleven. Hier was dat het geval: het schilderij illustreert prachtig de werkwijze van een schilder die nog geheel in de traditie van de i8de eeuw staat. Het is gemaakt in een tijd dat er nog geen winkels voor kunstenaarsbenodigdhe- den bestonden, waar men geprepareerd schildersdoek aan de meter kon kopen met spieramen om de doeken te spannen en verf in tubes voor een vlot resultaat. Trommelvel Jacquin heeft dit schilderij nog geheel ambachtelijk vervaardigd. Om te beginnen is er het vrij eenvoudige spanraam, dat in de hoeken verstevigd is om niet krom te trekken onder de spanning van het doek. Op dit houten raam, dat meteen het for- maat van het schilderij bepaalt, is een stuk linnen gespannen, rondom vastgezet met spijkers. Vervolgens is dit linnen ingestre- ken met dierlijke lijm opgelost in warm water. Door het water en de eigenschappen van de lijm krimpt het linnen bij droging en spant zich als een trommelvel om het raam. Deze voorlijming en -krimping zijn noodza- kelijk om het weefsel daarna juist minder te laten reageren op schommelingen in de temperatuur en luchtvochtigheid. Vervol ­ gens worden hierop meerdere lagen gron- dering aangebracht. Dat is een mengsel van wederom water, dierlijke lijm en krijt. De lijm zorgt voor een goede binding met de eerder aangebrachte lijm op het doek en het krijt vult de gaatjes in het weefsel van het doek, zodat een mooi, glad schilderopper- vlak ontstaat. Een goede grondering zorgt op zijn beurt voor een goede verbinding met de olieverf die later wordt opgebracht: de olie uit de verftrekt een beetje in de krijt- laag, maar loopt er niet in weg. Prachtige details Geheel in de traditie van de oude meesters heeft Jacquin de laatste gronderingslaag van een rode kleur voorzien. Zo’n gekleurde onderlaag bemvloedt de toon van de latere beschildering. De grondering is overigens dun aangebracht, waardoor de weefsel- structuur een opvallende rol blijft spelen in het schildersoppervlak. Door al dit voorbe- reidende werk heeft het doek een prachtige spanning gekregen die 00k nu, ruim 200 jaar later, nog onverminderd goed is. De schildering zelf, in olieverf, is heel verfijnd uitgevoerd met veel aandacht voor de stofuitdrukking. Prachtig zijn details zoals het handje van Cornelie, dat zichtbaar blijft door de dunne stof van het fichu in de jurk van haar moeder. Lapjes Het schilderij heeft overigens wel degelijk een restauratiegeschiedenis. De strakke spanning van het doek heeft als nadeel dat bij stoten gemakkelijk een scheur kan ont- staan. Dit is op diverse plaatsen het geval en in het verleden zijn die plekken hersteld door aan de achterkant stukjes linnen te plakken, met een mengsel van was en bars als kleefmiddel. Deze ouderwetse restaura- tiemethode heeft als nadeel dat de lapjes zich op den duur gaan aftekenen aan de voorkant. Ook in dit schilderij zijn ze duide- lijk waarneembaar, vooral als je er vanaf de zijkant naar kijkt. Toch heb ik besloten om ze niet te verwijderen: ze vormen namelijk een klein archief op zichzelf, waarin de res ­ tauratiegeschiedenis zich laat aflezen. De recentere schade heb ik hersteld naar de normen van deze tijd, namelijk met toevoeging van zo min mogelijk materiaal. De losse, doorgescheurde draden zijn op hun plaats teruggelegd en een voor een met lijm aan elkaar verbonden. Aan de voorkant, waar verf en grondering plaatselijk ontbra- ken, is zeer plaatselijk nieuwe grondering