pagina 20 zomer 2007

Bouwgeschiedenis Kasteel Twickel In het najaarsnummer 2006 van het Twickelblad werden een drietal vondsten op de binnenplaats van het kasteel kort genoemd 1). Van deze objecten werd toen 00k een afbeelding geplaatst. Een uitvoeriger bespreking van elk afzon- derlijk object werd in het vooruitzicht gesteld. Van de genoemde vondsten lijkt het afwijkende deel in de achtermuurfun- dering van het kasteel het meest belang- wekkend. Het is interessant te zien dat onder het maaiveld rode kloostermoppen als fundering zijn gebruikt. Deze rode poreuze baksteen met een afmeting van 28/29 x 12 x 5 cm werd vol- gens deskundigen (E. H. ter Kuile, J. Hol- lestelle) al lang niet meer gebakken toen de achtergevel aan het einde van de i7e eeuw werd opgetrokken. De stenen boven het maaiveld zijn anders van kleur, harder van consistentie en veel kleiner van for- maat. Het is nauwelijks voorstelbaar dat men aan het einde van de 17c eeuw een grote partij kloostermoppen heeft opge- zocht om als fundering te dienen voor een nieuwe achtermuur van het kasteel. Veel meer aanvaardbaar is het dat de toenma- lige architect Jacob Roman de achtermuur heeft opgetrokken op een fundering die ter plaatse aanwezig was. Funderingen De formaten van de nu herontdekte funde ­ ringen komen qua formaat, kleur en consi ­ stentie overeen met de bakstenen in de frontgevel, links van de entree van het kas ­ teel (staande met het gezicht naar het kas ­ teel). Ik heb al geconcludeerd dat er eerder een gebouw heeft gestaan, toen Goossen van Raesfelt vanaf 1551 de rechter kasteel- helft heeft herbouwd (zie Twickelblad 2005/2). In dit kader is het nuttig te wijzen op de herinneringen die Adolf Hendrik van Raesfelt zijn dochter Adriana Sophia in 1681 liet noteren. Hij deelde onder andere mede dat hij zich ‘de bogen van de galde- rie nog herinnerde. Die herinnering ging terug tot zijn jeugd, dat wil zeggen de tijd dat de zuidvleugel van Twickel werd verbouwd, omstreeks 1640. Toen moet er dus een nog galerij zijn geweest, ongetwijfeld aan de huidige ach- terzijde van het gebouw. Die galerij, in welke vorm dan 00k, moet gefundeerd zijn geweest. Hij deelde 00k mede dat toen (omstreeks 1640) zware funderingen met behulp van buskruit moesten worden ver- wijderd. Kennelijk heeft men toen 00k fun ­ deringen laten zitten die niet in de weg zaten. Toen aan het einde van de 17c eeuw onder leiding van Roman de huidige gale- rijen werden gerealiseerd, vond men oude funderingen terug, die werden hergebruikt voor de achtermuur van de nieuwe (hui ­ dige) galerij. Als Adolf Hendrik zich in 1681 herinnerde dat er vroeger een galerij was, betekent dat, dat die er toen, in 1681, niet meer was. Dat betekenent dat de ‘galderie’ na 1640 is verwijderd. Galerij Het kasteel van Johan III van Twickelo en zijn voorouders moet dus aan de westzijde (achtergevel) een galerij hebben gehad, waarvan nu, circa 350 jaar later, de funde ­ ringen deels teruggevonden zijn onder het maaiveld aan weerszijden van een koe- koek. De koekoeken werden in de igde eeuw in de oude fundatiemuren uitgehakt. De ‘opbouw’ van het kasteel, waarover Goossen van Raesfelt in zijn testament spreekt, moet het noordelijke deel van het kasteel betreffen, dat tevoren kennelijk in het ongerede was geraakt. Dat zou kunnen zijn gebeurd tijdens de Zwolse Oorlog (i522-’24), zoals in 2005 al werd genoemd. Hertog Karel van Gelre had daar immers de opdracht toe gegeven. H. Reynders Noot: 1. Deze bijdrage vormt tevens een vervolg op de in de Twickelbladen 2005/1 en 2 verschenen artikelen over de uitbreiding van het kasteel door Goossen van Raesfelt.